Carnaval: zo feest je brandveilig!

In aanloop naar carnaval besteden de zonale brandweerdiensten veel aandacht aan brandveiligheid. In veel steden en gemeenten gebeurt dit proactief tijdens een carnavalsveiligheidsvergadering. Door eenvoudige maatregelen te nemen, kan je er zelf voor zorgen dat je veilig carnaval viert. Dit artikel geeft enkele brandveilige tips…
Een volksfeest voor iedereen!
Carnaval is van oorsprong een heidens volksfeest. Het is een feest voor iedereen, vaak een feest van spot, weliswaar ironisch bedoeld, van zotheid en van frivole uitbundigheid.

In aanloop naar carnaval besteden de zonale brandweerdiensten veel aandacht aan brandveiligheid. In veel steden en gemeenten gebeurt dit proactief tijdens een carnavalsveiligheidsvergadering.

Carnaval en alcohol lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Alcohol beïnvloedt echter je waarnemingsvermogen waardoor je minder snel merkt dat er iets mis is.
De combinatie van het feestgedruis en alcoholgebruik gaat gepaard met een verhoogd risico op brand. Hoe voorkom je dat je carnavalskleding, je praalwagen of versiering vuur vat en wat moet je doen als het toch mis gaat?

Door eenvoudige maatregelen te nemen, kan je er zelf voor zorgen dat je veilig carnaval viert, of het carnavalsfeest nu in een zaal/gebouw plaatsvindt of in een stoet met praalwagens.

Hierna volgen enkele tips om te zorgen dat het carnavalsfeest brandveilig verloopt.
Vluchtwegen
In eerste instantie is het zeer belangrijk om steeds, zowel bij een feest binnen als buiten, te kijken waar je, in geval van gevaar, een veilige vluchtroute hebt: locatie van de nooduitgangen, straten langs waar je snel weg kan.

Let ook altijd op de personen waarmee je samen op stap bent, samen uit is nog altijd samen thuis.

De deuren en vluchtruimten die niet op een uitgang uitgeven moeten een goed leesbaar opschrift “GEEN NOODUITGANG” of een gelijkwaardig pictogram, dragen.

Pictogrammen

De plaats van elke uitgang wordt aangeduid door het reddingsteken ‘plaats van een uitgang’ zoals hieronder afgebeeld:

De tweede of derde uitgang mag eventueel aangeduid worden met het reddingsteken ‘nooduitgang’.

De richting van de vluchtwegen, uitgangswegen en trappen die naar deze uitgangen en nooduitgangen leiden worden aangeduid met het reddingsteken ‘richting van een nooduitgang’ zoals hieronder afgebeeld:

Carnavalskleding
Je kleding is ontvlambaar en kan in contact met een open vlam vuur vatten. Ook sigaretten kunnen aanleiding geven tot vuur.

De snelheid waarmee een kledingstuk vuur vat en waarmee vlammen zich over de kleding verspreiden is afhankelijk van de vorm, de samenstelling en de structuur van de stof.
Plantaardige vezels, zoals bv. katoen, vatten gemakkelijker vlam dan dierlijke vezels zoals wol.
Synthetische vezels, zoals polyester, vatten moeilijker vlam maar bij contact met vuur smelten ze; de smeltdruppels kunnen brandwonden veroorzaken.

Als kledij in brand staat, doof dan onmiddellijk de vlammen met water of rol over de grond en gebruik een blusdeken of een jas. Koel de brandwonden onmiddellijk met water totdat de hulpdiensten ter plaatse zijn en het van je overnemen.
Carnavalsversiering
Papieren slingers, vlaggen, confetti, ballonnen en andere versieringen zijn een gevaar voor een snelle brandverspreiding. Pas op met brandende sigaretten! Hou alle versieringen uit de buurt van warmtebronnen zoals elektriciteitsgenerators, brandende kaarsen en andere apparaten die warmte vrijgeven.
Carnaval vieren in een gebouw/zaal
Als je binnen carnaval viert, check dan op voorhand waar de evacuatiewegen en de (nood)uitgangen zich bevinden.
Zorg dat je weet waar de brandblustoestellen en brandhaspels hangen of staan. Ze moeten in geval van nood onmiddellijk ingezet kunnen worden.
Praalwagens
Bepaalde brandweerzones hebben een advies opgesteld betreffende de brandveiligheid (tijdens het bouwen) van praalwagens. De hulpverleningszone Noord-Limburg heeft een checklist opgesteld en controleert elke praalwagen voor aanvang van de carnavalsstoet.

Zonale richtlijnen praalwagens opgesteld door de Hulpverleningszone Noord-Limburg:

1. Elke praalwagen dient uitgerust te worden met ten minste 1 draagbaar blustoestel met een bluscapaciteit van min. 1 BE (type poeder of schuim/water van min. 6 kg). Snelblustoestellen van het type CO2 zijn slechts toegestaan in supplement. De snelblustoestellen dienen het BENOR-kenmerk te bezitten en voldoen aan EN 3.
Het onderhoud van de toestellen dient jaarlijks te gebeuren, is verplicht en moet uitgevoerd worden volgens TN 117 van het NVBB. Het toestel dient van een recent keuringslabel voorzien te zijn.
Blustoestellen uit vrachtwagens zijn toegelaten indien deze een bluseenheid van minstens 1 BE hebben. Deze dienen niet jaarlijks gekeurd te worden maar de vervaldatum mag niet overschreden zijn. Blustoestellen uit personenwagens zijn niet toegestaan daar een toestel met een bluseenheid
Indien het gaat om een nieuw blustoestel dient de factuur voorgelegd te kunnen worden.

2. De opstelling van de eventuele stroomgeneratoren dient te gebeuren in een daarvoor voorziene ruimte, gemaakt uit een onbrandbaar materiaal. De ruimte moet overvloedig verlucht worden opdat geen explosief  mengsel kan ontstaan. Deze verluchting moet rechtstreeks uitgeven op de buitenlucht. De uitlaat van het aggregaat dient vrij te zijn en op voldoende afstand van brandbaar materiaal.
CO-metingen kunnen worden uitgevoerd door de brandweer tijdens de controles om na te gaan of er geen gevaarlijke situaties ontstaan.

3. Overbelasting van de elektrische installatie, dominostekkers, opgerolde verlengsnoeren, open verbindingen, blote bedrading… dienen vermeden te worden.

4. Op de praalwagens mag geen open vuur gemaakt worden.

5. Het gebruik en vervoer van gasflessen op de praalwagen is verboden.

6. Brandbare voorwerpen zoals vuilniszakken, plastiek bekertjes, enz. mogen niet als asbak gebruikt worden.

7. Een bruikbare zaklamp dient aanwezig te zijn op het voertuig op een gemakkelijk bereikbare plaats. Deze bepaling is enkel van toepassing bij licht- en avondstoeten.

8. Op elke wagen dient een mobiel telefoontoestel aanwezig te zijn zodat in geval van een incident de hulpdiensten snel verwittigd kunnen worden.

9. Alcoholische dranken met alcoholgehalte boven de 20 % mogen niet op de praalwagens aanwezig zijn.

10. Het gebruik van uiterst brandbare materialen voor de bouw van het voertuig dient zo veel mogelijk vermeden te worden.

11. Men dient aandacht te hebben voor eventueel valgevaar van deelnemers aanwezig op het voertuig. De nodige maatregelen om vallen te voorkomen dienen genomen te worden. Borstweringen dienen stevig bevestigd te zijn en bij voorkeur min. 1,1 m hoog met minstens één tussenleuning op 55 cm.
 
Onderstaande bepalingen zijn van toepassing indien tanken is toegestaan.

12. De eventuele koolwaterstoffen, zoals benzine en diesel, mogen enkel vervoerd worden in metalen jerrycans. Deze jerrycans mogen niet op de praalwagen noch in het trekkend voertuig geplaatst worden.

13. Het bijvullen van aggregaten tijdens de stoet is enkel toegestaan op de van te voren vastgelegde locatie.

14. Tijdens de vuloperaties dient een strikt rookverbod te worden gehandhaafd in de omgeving van de generator. Bij het vullen van de brandstoftank dient het voertuig stil te staan en wordt de stroomgroep stilgezet.

15. Het vullen dient te gebeuren via een metalen trechter die geschikt is voor het betrokken aggregaat.
 
Bijkomende richtlijnen zijn specifiek voor de organisatoren

16. De stoetverantwoordelijke dient alle deelnemers op de hoogte te brengen van de richtlijnen die van kracht zijn. Deze dienen bij voorkeur te worden opgenomen in een huishoudelijk reglement. Dit reglement dient ook instructies te bevatten over hoe te handelen in geval van een brand of calamiteit en dient de locatie van de tankplaats (indien van toepassing) te vermelden.

17. Indien tanken tijdens de stoet is toegestaan dient er een locatie (of meerdere) voorzien te worden waar de praalwagens tijdens de tocht kunnen bijtanken. Op deze locatie mogen geen toeschouwers aanwezig zijn en de plaats moet vlot bereikbaar zijn voor de hulpdiensten.

18. De organisator dient aan de brandweerdienst een plan over te maken met de route van de stoet, contactgegevens verantwoordelijken en gegevens over het medisch dispositief indien aanwezig.

19. Voertuigen die niet voldoen aan de van kracht zijnde richtlijnen vertrekken op de verantwoordelijkheid van de stoetverantwoordelijke.
Checklist praalwagens opgesteld door de Hulpverleningszone Noord-Limburg
Onderstaande checklist wordt overlopen met de verantwoordelijke van de carnavalsgroep voor aanvang van de stoet.


En …… dan vertrekt de stoet veilig en wel!
Zorg goed voor elkaar en maak er een mooi en brandveilig carnaval van!

Meer op senTRAL:
Pictogrammen – Reddingstekens (groen)
EHBO - Brandwonden
Powerpoint/wordbestand: Kleine blusmiddelen
Affiche: Instructies brand
Kleine blusmiddelen: blustechnische tips voor de bestrijding van brand
Auteur: Kapitein Stefaan Onraedt 

Gepubliceerd op 08-02-2018

  322