Corona en aansprakelijkheid: ook dat nog?


 Het Sars-Cov2-virus plaatst ondernemingen en werknemers voor tal van nieuwe uitdagingen, maar alsof dat nog niet volstaat komt daar vanuit juridische hoek nog een oude bekende bovenop: het risico op aansprakelijkheid. Het mag actueel een louter academisch probleem lijken, maar alleen al het aantal processen-verbaal dat in de drie eerste dagen na de lockdown werd opgesteld door TWW doet vermoeden dat het in de toekomst bijzonder reëel kan worden. Tijd dus om ook vandaag reeds aandacht te besteden aan dit aspect van de coronacrisis, al was het maar omdat ook op het juridische terrein preventieve maatregelen kunnen worden genomen. Elementaire risicobeheersing dus, maar dan op een vaak verwaarloosd terrein.
 

De focus wordt hierbij best gelegd op de aansprakelijkheidsvorm met het hoogste risico. In deze materie is dat dit van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid: het risico zich te moeten verantwoorden voor de strafrechter, met de kans een geldboete en/of gevangenisstraf op te lopen. Essentieel daarvoor is dat een duidelijke en geconcretiseerde bepaling uit de welzijnswetgeving werd miskend. Bovendien moet iemand daar schuld aan hebben en komen als schuldige enkel de werkgever en leidinggevenden in aanmerking, zeg maar de leden van de hiërarchische lijn.

Risicoanalyse

Eerste stap in uw preventieplan is dan ook het detecteren van die in uw bedrijf toepasselijke bepalingen uit de welzijnswetgeving die door de coronacrisis een update vergen. Basic, maar bizar genoeg vaak uit het oog verloren, is de noodzaak een specifieke risicoanalyse uit te voeren naar het mogelijke impact van Sars-Cov2 op uw werknemers. In het bedrijf of op het ogenblik dat zij in uw opdracht in een thans onmiskenbaar gewijzigde buitenomgeving aan de slag gaan. Mocht u twijfelen aan de noodzaak van deze oefening: het ontbreken van een specifieke risicoanalyse vormde de voorbije jaren één van de belangrijkste gronden tot strafvervolging in deze materie. Doen dus.

Inspiratie kan u daarbij vinden in Boek VII van de Codex, dat specifieke regels oplegt bij blootstelling van werknemers aan biologische agentia. Voor de overgrote meerderheid van onze bedrijven was dit tot voor kort terra incognita, maar de komst van Sars-Cov2 dwingt u allicht tot een verkenning. Actueel worden de Coronaviridae er nog geklasseerd onder de (vrij lichte) groep 2, maar het is niet uit te sluiten dat er op grond van wat we thans weten een upgrade komt, misschien zelfs tot de (zwaarste) groep 4, waarin momenteel reeds Ebola figureert. Zelfs als het niet zo ver komt verplicht de actueel vigerende wetgeving u tot het nemen van een aantal maatregelen, opnieuw startend met een specifieke risicoanalyse.

Werken met derden

Zodra aannemers of onderaannemers in uw inrichting actief zijn, legt de Welzijnswet u een ‘procedure werken met derden’ op, waarbij de informatieplicht en de noodzaak een uitdrukkelijke overeenkomst af te sluiten centraal staan. Ook hier kan het risico op besmetting door Sars-Cov2 u tot een update nopen. Dramatisch hoeft dit allemaal niet te zijn: externe diensten en de overheid zorgen dagelijks voor degelijke analyses en checklists die u bij de redactie van uw documenten een heel eind op weg kunnen helpen. Maar opnieuw: u moet ze wel hebben, op maat van uw bedrijf.

Preventiemaatregelen

Een volgende stap is het nemen van de nodige preventiemaatregelen. Ook hier biedt de Welzijnswet een – dwingend – houvast: eerst maatregelen die tot doel hebben risico’s te voorkomen, pas daarna maatregelen die tot doel hebben schade te voorkomen of te beperken. Vertaald naar het besmettingsrisico: eerst alle niet strikt noodzakelijke intermenselijke contacten vermijden en de inrichting van de werkplaats in het licht daarvan herbekijken. Pas daarna nadenken over het gebruik van PBM, zeker in een context waarin nog steeds discussie woedt over zin en onzin van mondmaskers, om nog te zwijgen over de beperkte beschikbaarheid ervan.

Hiërarchische lijn

Finaal rijst de vraag wie de zwarte piet krijgt toegespeeld als een inbreuk wordt vastgesteld en het tot strafvervolging komt. De werkgever en zijn bestuurders, dat kon u al vermoeden. Maar de welzijnswetgeving vertrouwt ook een aantal specifieke taken toe aan de leden van de hiërarchische lijn. Effectieve controle uitoefenen op PBM, onregelmatigheden daarbij vaststellen en maatregelen nemen om daaraan een einde te stellen: waken over de naleving van de instructies die gegeven worden in het kader van het welzijnsrecht, om maar de meest relevante te noemen. Gaat het op één van deze terreinen mis, dan komt ook elk lid van de hiërarchische lijn potentieel in het vizier. Een werknemer die systematisch weigert een noodzakelijk PBM te dragen mag dan zelf het risico op besmetting lopen, het risico op aansprakelijkheid is er vooral voor zijn leidinggevende.

Corona en aansprakelijkheid: geen reden tot paniek. Maar wel een optimale gelegenheid om u (opnieuw) bewust te worden van het juridische risico, dit te analyseren, en vooral de nodige maatregelen te nemen om te verhinderen dat het zich ooit voltrekt.

Gepubliceerd op 08-04-2020

Chris Persyn
Owner, Cautius
  205