Coronaproof werken heeft grote impact op bouwbedrijven

 
'Social distancing' is in de bouwsector vaak niet evident (foto: archief WKB)

De overheidsmaatregelen in de strijd tegen het COVID-19-virus, zoals telewerk en ‘social distancing’, zijn in de bouwsector niet altijd eenvoudig toe te passen en soms simpelweg onmogelijk. Enkel bouwbedrijven die de regels van ‘social distancing’ kunnen garanderen, kunnen aan de slag blijven.

Volgens een nieuwe bevraging van de Bouwunie zijn momenteel twee op de drie bouwbedrijven deels of volledig aan het werk. Dat is meer dan twee weken geleden, toen slechts vier op de tien bedrijven aan de slag waren (zie grafiek).

 
 
(bron: Bouwunie)
 
Basisregels

Bij de lancering van haar anti-coronamaatregelen maakte de federale regering een onderscheid tussen sectoren en diensten die wel/niet cruciaal en essentieel zijn.

In principe zijn alle ondernemingen – ongeacht hun grootte – niet-essentiële bedrijven, tenzij ze expliciet voorkomen in de lijst van cruciale sectoren of essentiële diensten. Voor deze niet-essentiële bedrijven is telewerk verplicht voor alle personeelsleden (lees: bedienden) met een functie die hiervoor geschikt is. Voor functies waar telewerk niet mogelijk is (arbeiders), moet een werkgever de nodige maatregelen nemen om social distancing (een minimale afstand van 1,5 meter tussen elke persoon) te garanderen. Deze maatregel is ook van toepassing op de woon-werkverplaatsing die de werkgever organiseert voor zijn werknemers. Als een bedrijf noch telewerk, noch social distancing kan toepassen, dan is een verplichte sluiting noodzakelijk.

De niet-toepassing van deze spelregels kan een bedrijf een zware boete opleveren. Als na deze sanctie nog steeds overtredingen plaatsvinden, dan dreigt sluiting van het bedrijf.

Essentiële bedrijven moeten dezelfde regels zo goed mogelijk toepassen, maar zij moeten echter niet sluiten als zij deze maatregelen niet kunnen garanderen.

In tegenstelling tot andere deelsectoren van de bouw (PC 124) werden elektriciens (PsC 149.01) in het eerste MB als cruciale diensten beschouwd. In latere versies van het MB werd ook het PC 124 als cruciale dienst aangevinkt, op voorwaarde dat het gaat om activiteiten met een hoogdringend karakter inzake veiligheid, welzijn en hygiëne. Er kan dus afgeweken worden van de geldende regels als het gebruik van PBM (mondmasker, handschoenen, beschermende overall, desinfecterende gel…) gerespecteerd wordt. Ook de voorwaarde van social distancing moet maximaal toegepast worden.
De Confederatie Bouw plaatste eerder al de nodige vraagtekens bij dit principe. Zij pleitte ervoor om het cruciale en essentiële karakter van bepaalde diensten niet enkel te beperken tot electriciteitswerken, maar ook tot bijvoorbeeld schrijnwerkerij, loodgieterij of interieurafwerking.
 
Volgens de werkgeversfederaties kunnen dringende werken wel degelijk veilig uitgevoerd worden als de regels van social distancing zoveel mogelijk in acht genomen worden, en als bouwvakkers voldoende persoonlijk beschermingsmateriaal ter beschikking krijgen. Dit vermijdt onnodig oponthoud van bouwwerken.
 
De huidige spelregels kort toegelicht:
  • Bouwactiviteiten buitenshuis mogen plaatsvinden, op voorwaarde dat social distancing toegepast wordt.
  • Dit geldt ook voor werken binnenshuis in niet-bewoonde gebouwen en woningen. Ook werken in leegstaande appartementen in (voor het overige) bewoonde appartementsgebouwen zijn toegestaan, maar dan moeten de werken beperkt zijn tot het leegstaande appartement, en bijvoorbeeld niet tot de gemeenschappelijke delen.
  • Tuinaanneming blijft mogelijk, mits inachtname van social distancing.
  • Herstellingen binnenshuis (B2B en B2C) zijn enkel mogelijk als ze hoogdringend zijn op het vlak van veiligheid, welzijn, hygiëne en ICT- infrastructuur.
  • Dringende keuringen van installaties (B2C en B2B) blijven doorgaan mits social distancing. 
  • B2C-onderhoudsnazichten die niet wettelijk verplicht zijn, mogen niet doorgaan.

Volgens recente cijfers van de Confederatie Bouw is slechts een op vijf bouwbedrijven volledig aan het werk. Met tienduizenden medewerkers in de tijdelijke werkloosheid en mogelijke liquiditeitsproblemen als de lockdownmaatregelen lang aangehouden worden, dreigen heel wat bedrijven in de problemen te komen. De kwetsbare ketting van bouwactiviteiten, van ontwerp tot afwerking, staat onder zware druk.

Vandaag blijkt een op de vijf bouwbedrijven zich voor te bereiden om opnieuw aan het werk te gaan. Constructiv, het sectorfonds voor de bouwsector, stelde een preventiefiche  (pdf) op voor werkgevers en werknemers om veilig werken op de bouwplaatsen mogelijk te maken. Ook in onze buurlanden wordt werk gemaakt van de nodige preventie. Zo sloot de Nederlandse overheid een protocol ‘Samen veilig doorwerken’ met de bouw- en technieksector.

Heropstart bouwactiviteiten zorgt voor heel wat praktische problemen

De toepassing van de preventieregels vereist de nodige flexibiliteit en heel wat organisatievermogen van werkgevers in de bouwsector. Met andere woorden: bouwbedrijven informeren zich volop over hoe ze dit in de praktijk kunnen omzetten. Volgens Jean-Pierre Waeytens, gedelegeerd bestuurder van de Bouwunie, stond de telefoon de voorbije weken roodgloeiend met vragen over de organisatie van woon-werkverkeer en de eventuele terugkeer van buitenlandse bouwvakkers uit hun thuisland.

Wat de organisatie van woon-werkverkeer betreft is het standpunt van Bouwunie (en van de hele bouwsector) zeer duidelijk: medewerkers mogen enkel samen naar en van een bouwplaats rijden of vervoerd worden als de principes van social distancing toegepast kunnen worden. Als dit niet mogelijk is, dan moet de werkgever andere pistes bekijken: individueel vervoer of grotere busjes huren zodat de social distancing wel gerespecteerd kan worden. Als geen enkele andere piste mogelijk blijkt te zijn, dan kunnen de activiteiten niet verdergezet worden.

Bouwunie stelt vast dat sommige werkgevers in de sector informeren naar creatieve manieren om de social distancing-maatregel anders in te vullen. Zo was er al het voorstel om in de camionette tussen de eerste en de tweede rij zetels plexiglas te installeren, of om hun medewerkers mondmaskers te laten dragen tijdens het traject, als de afstand van 1,5 m niet gerespecteerd kon worden. Deze alternatieven zijn echter niet toegestaan, wat bij een eventuele politiecontrole een aanzienlijke boete kan opleveren.

Daarnaast duikt ook regelmatig de denkfout op dat het dragen van PBM (zoals bij asbestverwijderaars) de werknemers zou vrijstellen van het verplichting om social distancing toe te passen. Dit klopt echter niet: de hele bouwsector moet zowel de basisregels inzake arbeidshygiëne als social distancing toepassen.

Volgens Jean-Pierre Waeytens zijn er in de praktijk heel wat werksituaties te bedenken waarbij het concreet toepassen van de preventieregels niet evident is, of op zijn minst een nieuwe mindset vereist. Zo is het niet toegelaten dat arbeiders op een beperkte oppervlakte in een werfput aan het werk zijn. Ook wordt aangeraden om zoveel mogelijk machines door dezelfde arbeider te laten bedienen. Als dit niet mogelijk is, dan is het aangewezen om de hendels en stuurknuppels te ontsmetten of de machines enkel te bedienen wanneer men handschoenen draagt.

De preventiefiche van Constructiv tracht oplossingen aan te reiken voor een aantal problemen, zoals handgels in busjes, het regelmatig ontsmetten van gedeelde materialen en machines, en het houden van (lunch)pauzes in de buitenlucht in plaats van in de werfkeet. Ook wordt een lagere personeelsbezetting aangeraden om de regels van social distancing vlot te kunnen toepassen.

Wat de terugkeer van buitenlandse werknemers uit hun thuisland betreft, vormen de afgesloten buitengrenzen met sommige EU-lidstaten momenteel een ernstige barrière. In dit kader stelde de FOD WASO een doorgangsdocument op, maar de vraag is of dit een structurele oplossing biedt.

Voor werknemers die naar een bouwplaats in een buurland moeten gaan, voorziet de FOD Werkgelegenheid een (Engelstalig) certificaat dat de werkgever en werknemer (eenmalig) moeten invullen. Dit certificaat dient als bewijs om de grens over te steken in het kader van de COVID19-situatie. Sommige landen - zoals Frankrijk - eisen echter andere documenten. Wordt vervolgd…


Auteur: Geert Van Cauwenberge

Gepubliceerd op 08-04-2020

  182