COVID-19: vragen en antwoorden voor HSE

Op deze pagina houden we alle vragen bij die we bij senTRAL via diverse kanalen ontvangen over de coronacrisis en de maatregelen tegen het COVID-19 virus. We trachten voor elke relevante vraag een antwoord te vinden bij arbeidsarts Edelhart Kempeneers, medisch directeur bij Attentia en auteur van senTRAL, alsook bij andere auteurs en onze collega’s van de redactie van SocialEye.

 

Snel doorklikken:
- medische voorzorgen: besmetting, risico's,...
- maatregelen op de werkplek: verluchting, reiniging, social distancing, kleedkamers, bedrijfsdouches
- preventieadviseur en HSE-lijn: rol van de PA, policy voor kwetsbare groepen, business continuity plan
- beschermingsmiddelen: mondmaskers, zeep en handgels
- thuiswerk: ergonomie
- logistiek: bibliotheek, poolwagens
- psychosociale zorg: extra vraag, zieke collega's
- arbeidsrecht: werknemers in quarantaine, geldige reden om niet te komen werken, erkenning beroepsziekte, besmetting als arbeidsongeval
Medische (voor)zorgen
- Hoe gebeurt besmetting met het coronavirus concreet?

Edelhart Kempeneers (senTRAL-auteur, arbeidsarts Attentia): Besmetting door het coronavirus gebeurt via de zogenaamde ‘droplet infection’. Door onder andere hoesten en niezen gaat men kleine druppeltjes met speeksels verspreiden, die tot twee meter ver kunnen reiken. In die druppels zitten viruspartikels die zich naar andere gastheren verspreiden.Als men in de eigen hand hoest of niest en daarna iemand een handdruk heeft, dan is er extra verspreiding van het virus door direct contact. Uiteraard is ook iemand kussen een manier om een besmetting door te geven. En het virus kan ook meerdere uren op oppervlaktes overleven, zoals bureautafels en deurklinken.

- Welke stappen moet een persoon ondernemen als hij direct contact had met iemand die besmet is met het coronavirus?

EK: Paniek is hier zeker niet nodig, omdat de modale werknemer enkel de klassieke griepsymptomen zal oplopen. Direct contact met een coronapatiënt betekent immers niet automatisch dat men zelf ook besmet is, en eenmaal besmet leidt dit ook niet automatisch tot ziek worden. Maar als men toch ziek wordt, dan spelen opnieuw risicofactoren zoals leeftijd en medische voorgeschiedenis een cruciale rol.
Na een direct contact met een besmette patiënt raad ik alleszins aan om de eigen gezondheidstoestand nauwgezet te monitoren gedurende twee weken. Als men tijdens die periode griepsymptomen zou vaststellen, dan moet men thuis blijven, de huisarts bellen en uitzieken.

- Welke stappen moet een werkgever nemen als een huisgenoot van een werknemer besmet is met het coronavirus?

EK: Het Wetenschappelijk Comité van de federale overheid heeft aangegeven dat de werknemer mag blijven doorwerken zolang hij of zij geen ziekteklachten heeft. Voorwaarde hierbij is uiteraard wel dat de reeds beschreven basisregels qua arbeidshygiëne gerespecteerd worden, én dat er een intensieve monitoring van mogelijke ziektesymptomen blijft gebeuren.
Sciensano heeft trouwens richtlijnen opgesteld over de te volgen contactprocedure tussen een besmette huisgenoot en de (gezonde) werknemer die telewerkt. Hierbij wordt aanbevolen om – indien mogelijk – gebruik te maken van aparte slaapkamers, badkamers en toiletten, niet hetzelfde bestek te gebruiken en regelmatig oppervlakken in huis grondig te reinigen met bleekwater, inclusief het verluchten van de ruimtes.

- Stelling: ‘Het coronavirus is niet zo gevaarlijk als men beweert, het risico komt ongeveer overeen met dat van het modale griepvirus’.

EK: Het coronavirus mag zeker niet gebagatelliseerd worden. We spreken hier niet over een gewoon griepje, maar overdrijven is ook niet nodig. Het coronavirus vergelijken met de builenpest in de Middeleeuwen klasseer ik als ‘fake news’. De mortaliteit bij corona-infectie bedraagt momenteel 2%. Bij griep varieert dit percentage van jaar tot jaar: doorgaans is dit slechts 0,1%, maar soms zien we ook percentages in de buurt van 2%.
Veel niet-gediagnosticeerde mensen worden niet ziek maar kunnen het virus wel dragen. Als men tot een van hierboven risicogroepen behoort, dan kan men er wel ernstig ziek van worden. Ook speelt mee dat we voor de klassieke griep een vaccin hebben, wat (nog) niet zo is voor het coronavirus.
Daarom blijft het nuttig dat we voldoende aandacht blijven besteden aan een goede preventie, maar niet zozeer voor de modale (jonge en gezonde) werknemer. Wel echter om maatregelen te nemen die de verspreiding van het coronavirus vertragen en die vooral oudere mensen beschermen.

- Stelling: ‘Een werknemer met een snotneus komt beter niet naar het werk, of moet naar huis gestuurd worden. Of nog: werknemers met een zieke huisgenoot komen beter niet werken’.

EK: Het antwoord op deze stelling is genuanceerd, want dit hangt af van de alarmfase waarin we ons bevinden. Toen we dachten dat we de epidemische verspreiding in België nog konden stoppen, was dit misschien nog niet nodig. Maar momenteel zijn we die fase al voorbij. Zolang een werknemer wiens aanwezigheid op de werkvloer vandaag nog vereist is, deze symptomen niet heeft, is thuisblijven niet nodig. Het optreden van mogelijke andere ziektesymptomen bij het hebben van een snotneus was tot voor kort een individuele inschatting die een persoon zelf moest maken, maar wordt nu gemaakt door de huisarts via een telefonisch consult.
Als een zieke huisgenoot gediagnosticeerd is met een coronavirusbesmetting, dan adviseer ik om voldoende afstand te houden, geen fysiek contact te hebben en te niezen in een papieren zakdoek. Dit zou moeten volstaan als remedie. Pas bij zwaardere symptomen bij de werknemer moet de partner van deze werknemer zeker thuisblijven.

- Stelling: ‘We moeten helemaal geen actie tegen het virus ondernemen, want bij warme lente- en zomertemperaturen dooft het virus vanzelf uit’. Klopt dat?

EK: Die situatie is moeilijk in te schatten, omdat we hier te maken hebben met een nieuwe virusvariant. Er bestaan al vier stammen van coronavirussen, die al eeuwen in onze contreien circuleren. Als we hier kijken naar de timing, dan zien we steeds een piek in de winterperiode, die daarna afzwakt en verdwijnt op het einde van de lente. We verwachten dezelfde curve bij het coronavirus.
Toch is het zeer zinvol om overheidsmaatregelen te nemen die de verspreiding van het virus vertragen, zodat vooral oudere mensen niet zwaar ziek worden. Als we de opgang kunnen afremmen, dan zal de impact sowieso minder zijn. We mogen ons echter niet de illusie maken dat het coronavirus volledig zal verdwijnen. Mijn inschatting is dat er een vijfde (corona)virusstam zal circuleren die opnieuw zal opduiken in de late herfst of bij de start van de volgende winter. Tegelijk zal dit coronavirus elk jaar blijven opduiken. Op lange termijn is een doeltreffend vaccin dus zeker welkom.

- Zijn mensen die nu besmet (geweest) zijn met coronavirus, volgende winter beter beschermd?

EK: Dat is waarschijnlijk, ja. Maar als het coronavirus zich zeer wijd verspreidt over de hele wereld is het ook mogelijk dat er ergens een nieuwe mutatie opdoemt, waarna mensen met een virusvariant opnieuw wat zieker worden. Hopelijk hebben we dan ook weer een nieuw vaccin, al is de ironie dat de interesse bij mensen afneemt op het moment dat een vaccin beschikbaar is. Niemand rept immers over de 40.000 Belgen die alleen vorige week al besmet waren met het gewone griepvirus, of over de 1000 griepdoden die er elk jaar in België zijn.
 

Maatregelen op de werkplek

- Is verluchten van de werkplek nuttig?

EK: Het verluchten van de werkplek blijft in elk geval nodig en nuttig om de luchtkwaliteit optimaal te houden. In onze vorige podcast gaf ik al aan dat het virus teruggevonden werd in het ventilatiesysteem van een ziekenhuis in Singapore. Een kantooromgeving is wel niet te vergelijken met een situatie waarin een ernstig zieke persoon constant aanwezig is.Toch is het aan te bevelen om bij ventilatie- of aircosystemen de lucht niet te laten hercirculeren, maar lucht van buitenaf te laten aanvoeren.

- Kan het coronavirus verspreid worden via de airco?

EK: Die bezorgdheid is gebaseerd op een recente vaststelling van virussporen in het airconditioningsysteem van een ziekenhuis in Singapore. Dat kan echter niet zomaar vergeleken worden met ons land, want in de Singapore-case zat iemand permanent in een specifieke ruimte waardoor virussporen sporadisch tot in de airco konden geraken. Op basis hiervan automatisch te beweren dat een airco het coronavirus effectief kan verspreiden, is zeker niet waar. Bij ziektes als tuberculose of mazelen kan dat wel, gezien deze ziektekiemen nog uren buiten het lichaam blijven leven. Dit virus wordt voornamelijk verspreid via rechtstreeks contact, bijvoorbeeld door hoesten, niezen, kussen, of in mindere mate indirect via besmette oppervlakken zoals een handdruk of een deurklink.

- Hoe en met welke producten moet een werkplek gereinigd worden, en met welke frequentie moet dit gebeuren?

 EK: Een virus kan gedurende enkele uren overleven op oppervlakken, wat regelmatige reiniging toch wel noodzakelijk maakt. Recent onderzoek toonde aan dat het COVID-19-virus twee à drie dagen aanwezig kan blijven op plastic of roestvrijstalen oppervlakken. Let wel: dit betekent niet dat het virus zolang besmettelijk blijft. Na zes à zeven uur is die besmettelijkheid immers al aanzienlijk gedaald. Ik adviseer om de werkplek dagelijks te reinigen: met 70 procent alcohol voor kleinere oppervlakken en met chloorverbindingen (zoals bleekwater, beter bekend als “javel”, in een verdunning van 1%) voor grotere oppervlakken. 
Wat die verdunning betreft: Sciensano geeft 0,1% in haar advies. Het CDC geeft zelfs 0,05% als te gebruiken verdunning; maar dat is wellicht te verklaren door het feit dat bleekwater zelf al verdund is: 1 cl "javel" in 1l water is dus 1% van het, op zich al verdunde bleekwater. M.a.w. reinigen met bleekwater (“javel”) is 1% verdunning op water omdat javel zelf al verdund is. Je kan dus 1cl "javel" in 1 l water doen. Als men vertrekt van de zuivere chloorverbinding natriumhypochloriet is de verdunning 0,1%.

  • >
zie ook: 

- Hoe kan men social distancing het efficiëntst toepassen op de werkplek?

EK: Dit hangt in grote mate van de specifieke werksituatie af. De spelregels in de supermarkten kunnen ons hierbij inspireren, waarbij het totaal aantal klanten in de winkelruimte beperkt wordt. Een andere mogelijkheid is tussenschotten in plexiglas voorzien aan de werkband, of markeringen van anderhalve meter op de werkvloer aanbrengen. En aan klanten kan gevraagd worden om zoveel mogelijk elektronisch te betalen, zodat werknemers niet langer fysiek in contact komen met cash geld. En tenslotte moet een werkgever ook voldoende sensibiliseren wat social distancing in rookruimtes betreft.

- Stelling: ‘Maak geen gebruik van bedrijfsdouches, want het coronavirus overleeft goed en lang in warme, vochtige ruimtes’.

EK: Deze denkwijze lijkt een begrijpelijke reflex te zijn, omdat men al snel de link legt met de legionellabacterie of broeihaarden van andere bacteriën die zich snel vermenigvuldigen in vochtige, warme omgevingen. Belangrijk om weten is dat een virus zich niet buiten een lichaam vermenigvuldigt. Bij hoesten in een vochtige ruimte is het eventueel wel mogelijk dat een virus extra verspreid wordt, maar het is een brug te ver om te stellen dat bedrijfsdouches vermeden moeten worden. Integendeel, bij het gebruik van douches verhoogt net de hygiëne, en dat is uiteraard een goede zaak in de strijd tegen virussen.

Welke maatregelen neem je als werkgever het best wat kleedkamers betreft? Moeten deze gesloten en/of ontsmet worden, en zoja, hoe vaak moet men ontsmetting voorzien?

EK: Op dit vlak herhaal ik mijn eerder advies, namelijk het respecteren van de arbeidshygiënische spelregels, met onder andere het toepassen van social distancing. Als dit niet mogelijk is, dan behoort sluiting van de kleedkamer tot de mogelijkheden. Ook deze ruimte moet dagelijks gereinigd of ontsmet worden. Wat het ophangen van kleding betreft, moet men geen specifieke maatregelen voorzien. Het coronavirus overleeft immers slechts twaalf uur op textiel, waarvan de eerste twee uur het virus nog voldoende aanwezig is om een besmettingsrisico te geven. Op het einde van een werkdag is er bijgevolg geen gevaar voor besmetting via textiel.

Preventieadviseur en HSE-lijn

- Wat is de rol van de preventieadviseur bij de huidige coronacrisis?

EK: Bij een pandemie doe je als preventieadviseur een risicoanalyse, onder meer door te onderzoeken welk risico uw bedrijf loopt op het vlak van dienstverlening en de gezondheid van de medewerkers. Een preventieadviseur staat binnen een bedrijf mee aan het roer over de proportionele maatregelen die genomen moeten worden. Hij moet ook bijkomend advies geven als men op regelmatige basis bedrijfsruimtes en -middelen moet reinigen: waar, wanneer en hoe vaak moet men dit doen, en welke producten moet men daarvoor gebruiken?

- Is hij ook diegene die zakdoekjes en ontsmettingsproducten ter beschikking zal stellen?

EK: Hopelijk moet hij dit niet zelf doen, maar hij kan hierover wel advies geven. Een voorbeeld is het gebruik van handdoeken in de toiletten, waarbij hij kan suggereren om wegwerpreinigingsdoekjes te voorzien of een elektrische luchtblazer te installeren. Het daadwerkelijk bestellen wordt – hopelijk – door de aankoopafdeling gedaan.
 

- Mag men in een bedrijfscontext de koorts meten bij werknemers? Zoja, is dit zinvol?

EK: Deze werkwijze werd vooral opgemerkt in China en in een aantal internationale luchthavens. Mijn mening hierover is dat – mits akkoord van het CPBW – een werkgever dit kan doen, maar zelf vind ik deze werkwijze weinig zinvol, omdat iemand ook besmet en al besmettelijk kan zijn zonder ziektesymptomen te vertonen.
Bovendien zijn er ook praktische bezwaren om dit te doen, omdat men voldoende afstand moet houden tegenover andere personen (min. 1,5 m.). Je hebt dus een speciale infraroodthermometer nodig, die op afstand kan meten.
Ook zijn testresultaten niet altijd betrouwbaar. Want als mensen vanuit een buitenomgeving binnenkomen, dan zal de huidtemperatuur even wat lager zijn en dus een onderschatting geven. Ook wordt koorts onderdrukt bij mensen die koortsremmers of ontstekingsremmers nemen. De koorts meten wordt in dergelijke omstandigheden een maat voor niets.
Recent onderzoek heeft trouwens aangetoond dat 10 procent van de besmettingen gebeurt met personen die nog geen ziektesymptomen vertonen, waardoor het meten van koorts zeker geen waterdichte maatregel is.

->  zie ook:

 

- Stelling: ‘Elke werkgever voorziet best een aangepaste policy in het bedrijf voor kwetsbare groepen’. Is dit effectief zo? Wie zijn die kwetsbare groepen? En wat houdt dergelijke policy precies in?

EK: Dit is een advies dat wij inderdaad geven aan bedrijven, ook louter preventief, in het kader van een business continuity plan of - specifiek bij infectieziektes - een pandemieplan. Dat is belangrijk om acties te kunnen bepalen om (1) de dienstverlening te kunnen blijven garanderen en (2) bij infectieziektes de gezondheid van medewerkers te garanderen. Voor elk virus kunnen deze accenten verschillen.
Bij het coronavirus blijkt dat vooral oudere mensen kwetsbaar zijn. Iedereen van jong tot oud kan weliswaar besmet worden, maar de personen die effectief ziek worden zijn doorgaans ouder dan 60. Men moet goed beseffen dat een persoon van 80 tienmaal meer kans heeft om te overlijden aan een infectie door het coronavirus dan iemand die 60 jaar oud is. De modale (jongere) werknemer moet zich dus niet zwaar bedreigd voelen door dit nieuwe virus.
Daarnaast zijn er nog enkele andere risicogroepen, namelijk mensen met hart- en vaatziekten, mensen met chronisch longlijden (zoals rokerslong) en diabetici. Daarnaast blijkt dat zwangere vrouwen niet kwetsbaarder lijken te zijn voor het coronavirus – wat wel het geval is bij het klassieke griepvirus, waar we dus een vaccinatie aanraden om het risico op complicaties zo klein mogelijk te maken.

- Sommige bedrijven hebben een business continuity plan, maar andere hebben dit niet. Is het nu te laat om dergelijk plan op te stellen?

EK: Het is nooit te laat om een business continuity plan op te stellen, want dergelijk plan heeft altijd zin voor elk soort bedrijf of organisatie. Als uitgangspunt geldt dat elk bedrijf zijn dienstverlening aan klanten wil garanderen, ongeacht de omstandigheden. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren bij een nationale spoorstaking, waarbij een bedrijf kan anticiperen op de gevolgen hiervan voor de werknemers. Een ander voorbeeld: hoe kunnen klanten verder geholpen worden na een brand in het bedrijf?
Het pandemieplan (pandemic preparedness planning) is een specifiek business continuity plan ingeval van infectieziektes, waarbij je als directie en preventiedienst specifiek focust op een maximale bescherming van de gezondheid van werknemers. Deze thematiek kwam ruimschoots in de aandacht in 2009, bij het uitbreken van de Mexicaanse griep, en tijdens de Ebola-epidemie.
De uitrol van dergelijk plan blijft dus nuttig, op korte maar zeker ook op langere termijn.
Als directie moet je vooreerst zeer goed nadenken over de kerntaken die je wil verrichten op het vlak van dienstverlening naar je klanten. Minder prioritaire activiteiten of processen mogen voorlopig aan de kant geschoven worden. Met andere woorden: welke taken of functies zijn cruciaal?
In het kader van een dreiging door infectieziektes is ook interne communicatie zeer belangrijk. Werknemers moeten immers het besef krijgen dat hun werkgever aan een plan werkt om de bedrijfsmiddelen – en daartoe behoren dus ook de medewerkers – maximaal te beschermen. De massale berichtgeving over de corona-epidemie in de media doet bij veel werknemers vragen rijzen over de mate waarin hun werkgever henzelf en de klanten al dan niet beschermt. Mensen moeten weten waar ze aan toe zijn. Je kan nooit teveel communiceren als bedrijf, zowel intern als extern.

 -> zie ook: 


Beschermingsmiddelen

- Zijn textiele maskers gelijkwaardig aan FFP2-maskers?
Henk Vanhoutte (auteur senTRAL PBM): Textiele maskers zijn zeker niet gelijkwaardig aan FFP2- of andere types mondmaskers. Er zijn twee types maskers die gebruikt worden in de bescherming tegen het coronavirus:

  • enerzijds de medische (chirurgische) maskers die ontworpen zijn om de patiënten te beschermen tegen mogelijke besmetting door externe personen (zoals een hulpverlener); deze maskers zijn een barrière voor het speeksel van de drager, waardoor zijn omgeving dus minder blootgesteld wordt aan zijn mogelijke besmetting - dit soort maskers zijn medische hulpmiddelen en de norm EN 14683 legt vereisten vast voor dit type maskers
  • daarnaast zijn er ook de beschermende maskers (typisch ‘FFP2’ of ‘FFP3’): deze beschermen de drager tegen risico’s van buitenaf, zoals virussen, en moeten voldoen aan de vereisten van de PBM Richtlijn 2016/425; daarvoor wordt typisch de norm EN 149 gebruikt, waarin niet alleen het filterend effect wordt getest maar ook het aansluiten op het gezicht (er mag geen lekkage zijn)

In beide gevallen moeten de producten CE-gemarkeerd worden als bewijs dat ze voldoen aan de geldende wetgeving (en dus veiligheids- en gezondheidsvereisten).
Beide types maskers worden meestal geproduceerd met non-woven filter materiaal. Voor de medische maskers is eventueel textiel materiaal een mogelijkheid, maar om hetzelfde niveau van bescherming te bieden moet dit uiteraard volgens dezelfde norm getest worden. Enkel gespecialiseerde barrière-weefsels kunnen een goed testresultaat krijgen. De vele maskers die nu ambachtelijk geproduceerd worden uit allerlei weefsels of breisels zullen zeker niet voldoen aan die vereisten, en bieden dus zeker niet de bescherming die nodig zijn voor het corona virus.

- Hoe ga je als interne dienst om met de huidige noodsituatie en het bekomen van de nodige PBM’s voor onze technische werknemers en de CE-conformiteit van de PBM’s? Er zijn opties om rechtstreeks vanuit China mondmaskers te bestellen, die echter in vele gevallen niet CE-conform zijn. In principe kunnen we dit niet laten passeren, maar de onderliggende gedachte van medewerkers is 'beter iets dan niets' en 'nood breekt wet'. Hoe moeten wij als werkgever hiermee omgaan?

Eric Van de Plas (auteur senTRAL): In principe mag een leverancier de PBM’s zonder CE in Europa niet op de markt brengen. Dat is iets anders dan het niet mogen kopen door een onderneming en het niet mogen ter beschikking stellen aan werknemers. Voor dit laatste heeft een werkgever nog altijd zijn preventieadviseur, die kan en moet overwegen en adviseren. De welzijnsreglementering in België verplicht dit laatste, niet het CE-label. Kortom: voor mondmaskers is het in deze tijden zeker te verantwoorden dat men andere dan CE-maskers zou gebruiken. De werkgever doet er goed aan om geval per geval de maskers te laten bekijken door zijn preventieadviseur, die dan moet oordelen of er geen ongeoorloofde risico’s mee gepaard gaan.
Bovendien stimuleert de overheid zelf het maken van eigen mondmaskers; dus ook dat kan. Ook het hergebruik van mondmaskers (na sterilisatie…) is te overwegen en te verantwoorden. Conclusie: een niet-CE-mondmasker zal beter zijn dan geen. Maar blijf de situatie volgen. Beoordeel en bewaak de deugdelijkheid, het goede gebruik enzovoort.

FOD WASO: Zoals algemeen geweten zijn mondmaskers schaars, maar ook voorbehouden voor de (menselijke) zorgsector. Momenteel worden ook maskers door commerciële bedrijven en vrijwilligers geproduceerd. Dit gaat om een vorm van 'chirurgische' maskers die ook niet conform zijn aan de norm EN14683 (niet getest en gelabeld). Deze chirurgische maskers zijn normaal bedoeld om de omgeving enigszins te beschermen tegen de gebruiker, en niet omgekeerd. 
Er bestaan 3 types van deze maskers: I,II en IIR. Zij sluiten niet goed aan op het aangezicht en bieden ook geen volledige bescherming tegen de omgeving, maar zijn wel in staat droplets tegen te houden. Om een biologische aerosol (bacteriën en virussen) tegen te houden is een FFP2 vereist, die voldoet aan de norm EN 149. 
Geïmporteerde maskers hebben misschien wel geen CE-markering, maar voldoen waarschijnlijk wel aan andere standaarden die vergelijkbaar zijn (voor US bv. : N95 voor FFP2).
 
In ieder geval is enige bescherming beter dan geen bescherming wanneer de afstand van 1,5 meter niet gerespecteerd kan worden of de situatie waarin men werkt onzeker kan zijn. Het draagt bij tot het verminderen van de verspreiding van de infectie. Ook de andere vormen van preventie mogen niet uit het oog verloren worden (handhygiëne, hoesten en niezen, …). In deze uitzonderlijke situatie gaan we niet op een markering letten, als het masker te vergelijken is met een CE- gemarkeerd masker en qua constructie deugdelijk is.

- Is het particuliere gebruik van mondmaskers (bijvoorbeeld op straat) zinvol? Welke types mondmaskers bestaan er, en wat zijn de verschillen tussen de verschillende types?

EK: Als je op straat het principe van social distancing correct toepast (dus minstens 1,5 meter afstand houden), dan heeft het gebruik van een mondmasker absoluut geen zin. Enkel in een ziekenhuis of bij (mantel)zorg voor zieke mensen is een chirurgisch masker nuttig, omdat je hier dicht in de buurt komt van patiënten.
Ik raad het gebruik van een mondmasker ook aan op werkplekken waar social distancing vanuit praktisch oogpunt niet mogelijk is, dus in situaties waarbij personen dicht bij elkaar moeten werken.
Om alle viruspartikels tegen te houden, moet je trouwens een FFP2 of FFP3 mondmasker gebruiken. Het gebruik van dergelijk masker is echter niet evident vanwege de hogere ademweerstand. Deze maskers mag je sowieso slechts enkele uren dragen. Bovendien is het zeer belangrijk om de werkinstructies – op het vlak van masker bevestigen en dragen – zeer goed te respecteren. Zo is het bijvoorbeeld totaal zinloos om een masker onder de neus te dragen. Ook moet je er als gebruiker op letten om, bijvoorbeeld bij het verwijderen van een masker, jezelf niet te besmetten door je gezicht aan te raken.

- Welke onderhoudsrichtlijnen zijn belangrijk bij mondmaskers?

EK: Dit hangt af van het type masker. Zo heeft het RIVM (het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in Nederland) concrete richtlijnen op haar website geplaatst in verband met het onderhoud van FFP2 of FFP3 mondmaskers, met duidelijke procedures over bijvoorbeeld het hergebruik ervan. Het is sowieso af te raden om mondmaskers ta vaak te hergebruiken (twee- tot driemaal is hierbij het maximum), omdat ze na verloop van tijd vervormen en dus niet meer goed op het gezicht passen.
Ook voor zelfgemaakte mondmaskers uit stof (bijvoorbeeld linnen) werden onderhoudsrichtlijnen opgesteld door de FOD Volksgezondheid. Deze richtlijnen kun je raadplegen op hun facebookpagina, waar je dus kunt lezen hoe je deze maskers correct vervaardigt, reinigt en hergebruikt. Zo ontdek je bijvoorbeeld dat de maskers steeds op minstens 60°C gewassen moeten worden. De papieren chirurgische mondmaskers kun je trouwens niet hergebruiken, omdat reiniging deze maskers onherroepelijk beschadigt.

- Naast mondmaskers hebben artsen en zorgpersoneel nog extra beschermingsmiddelen nodig. Wat bijvoorbeeld met handschoenen en andere werk- en beschermingskledij?

EK: Wat handschoenen betreft, maakt het type handschoen niet het grote verschil. Er zijn handschoenen die het coronavirus volledig tegenhouden, maar dat is enkel nuttig in hoogtechnologische labo’s en bij hoogvirulente virussen, zoals ebola, pest of pokken. Zelfs in de zorgsector gebruiken werknemers “gewone” vinyl of latex handschoenen. Vinyl handschoenen laten 63 procent van viruspartikels door.
Het coronavirus kan niet door de huid dringen, maar dringt het lichaam binnen via de slijmvliezen van de mond, neus of ogen.Het is dus cruciaal om deze handschoenen correct aan en uit te doen om zichzelf niet te besmetten via de eigen slijmvliezen. Daarnaast blijven handen wassen en het gezicht niet aanraken evidente basisregels.
Wat beschermingskledij betreft, signaleer ik dat het coronavirus twaalf uur aanwezig blijft op textiel. Na twee à drie uur is de besmettelijkheid (de zogenaamde ‘viral load’) echter al voldoende laag. Toch wordt aanbevolen om deze kledij dagelijks te wassen, en liefst op minstens 60°C.

-> zie ook:


- Wat is het verschil tussen een ontsmettende alcoholgel en het wassen van de handen met water en zeep? En hoe kunnen we voorkomen dat onze handen teveel uitdrogen door een overmatig gebruik van ontsmettende producten?

EK: Zeep is en blijft het beste reinigingsmiddel voor de handen, omdat dit binnen de 40 seconden het virus doodt. Alcoholgels kunnen nuttig zijn op werkposten waar geen stromend water beschikbaar is, zoals bijvoorbeeld op bouwwerven, in vrachtwagens of aan de kassa van een supermarkt. Een alcoholgel is best effectief omdat dit een virus doodt binnen een minuut. Het nadeel ervan is echter dat de huid veel meer uitdroogt en de handen irriteert.
Zeep en water genieten dus de voorkeur, met alcoholgels als degelijk alternatief. Na het ontsmetten kan men vochtinbrengende crèmes gebruiken, waarbij men echter zeer waakzaam moet zijn om deze crèmes niet met anderen te delen. Het COVID-19-virus blijft immers een aantal uren overleven op oppervlakken, waardoor je het risico loopt om een besmetting door te geven aan derden.

- In de media duiken ook berichten op over de welbekende 4711 Eau de Cologne als mogelijk ontsmettingsmiddel? Klopt dit?

 EK: Dat klopt, ook eau de cologne is bruikbaar als ontsmettingsmiddel. Zolang een product 70 procent alcohol bevat, is het effectief inzetbaar in de strijd tegen onder andere virussen.

 
- Op verpakkingen van handgels staat vermeld dat ze enkel werken in de bestrijding tegen bacteriën. Zijn ze dan wel inzetbaar in de strijd tegen virussen? 

EK: De overheid adviseert momenteel om desinfectantia te gebruiken die je momenteel al gebruikt, namelijk zeep voor de handen, alcoholgel als mogelijk alternatief, en chloorverbindingen zoals bleekwater om oppervlakken te ontsmetten.
Er zijn echter nog andere middelen die als ontsmettingsmiddel gebruikt kunnen worden. Ik noem hierbij bijvoorbeeld Dettol-producten, waarvan de fabrikant meldt dat ze goed werkzaam in de bestrijding van het coronavirus. Ik wil hierbij de nuance aanbrengen dat deze producten enkel werken tegen de reeds gekende vier virusstammen. We moeten dus enig voorbehoud maken bij de stelling dat ze ook effectief zouden zijn tegen het nieuwe coronavirus.

Thuiswerk

- Welke tips kunnen preventieadviseurs meegeven aan thuiswerkers, bijvoorbeeld op het vlak van ergonomie?

EK: Hier verwijs ik naar de algemene ergonomische spelregels. Het gaat dan vooral om de correcte instelhoogte van het bureau, de leesafstand tot het beeldscherm en de hoogte van de bureaustoel. Ook belangrijk is om medewerkers attent te maken op voldoende beweging tijdens de werkdag. De huidige regeringsmaatregelen laten momenteel nog steeds toe om buiten te sporten, weliswaar in de eigen buurt en alleen of met een familielid of vriend(in).
Een ander aandachtspunt is het correct gebruik van de juiste soft- en hardware, zoals bijvoorbeeld een hoofdtelefoon bij het voeren van conference calls.

 

Logistiek

- Momenteel voorzien openbare bibliotheken de mogelijkheid om gereserveerde materialen op te halen of materialen in te leveren in een deponeerbox. Welke werkwijze past een ontlener hier het best toe? Moet hij of zij enkele dagen wachten alvorens een materiaal te gebruiken, en moeten boeken en cd’s bijvoorbeeld ontsmet worden?

EK: Hier raad ik aan om sowieso regelmatig de handen te wassen na aanraking van een boek of cd, omdat de meeste van de materialen voorzien zijn van een plastic cover. Dit kan ervoor zorgen dat het virus zes à zeven uur aanwezig én besmettelijk blijft. Papier en karton zijn minder een broeihaard van virussen (maximaal drie à vier uur). Ook belangrijk is om het eigen gezicht niet aan te raken, om op die manier de kans op besmetting nog kleiner te maken. Of men kan bvb. een buffertijd van een dag voorzien, dan is de besmettelijkheid vanzelf enkele grootteordes kleiner.

- Wat bij leveringen van online bestellingen of voertuigen die binnen het bedrijf gedeeld worden, zoals bijvoorbeeld poolwagens?

EK: Ook hier is het verstandig om een buffertijd van een dag te voorzien zodat het risico op besmetting verdwijnt, gecombineerd met de klassieke arbeidshygiënische maatregelen. Dit is uiteraard moeilijker te realiseren wanneer twee werknemers samen in een bedrijfswagen of bestelwagen zitten. In dergelijke gevallen moet men voldoende ontsmettingsmiddelen meenemen, samen met de nodige instructies.


Psychosociale zorg

- In deze crisisperiode wordt het psychosociaal welzijn steeds belangrijker, zeker voor geïsoleerde thuiswerkers. Daarnaast neemt de stress ook toe bij bijvoorbeeld zorgpersoneel en andere werknemers die verplicht op de werkplek aanwezig moeten zijn. Ziet u de vraag naar psychosociale zorg toenemen?

EK: Absoluut. Omdat thuiswerkers minder sociaal contact hebben, is het belangrijk dat zij een goede werkorganisatie en -planning hebben. De constante aanwezigheid van kinderen en andere huisgenoten kan een andere stressbron zijn, waardoor een aparte werkruimte zeker aan te bevelen is. Op die manier kan men een optimale focus op het werk behouden.
Werknemers die verplicht naar de werkplek moeten komen, bijvoorbeeld in sectoren van essentiële dienstverlening, hebben de angst om zelf besmet te worden. Om deze angst gedeeltelijk te kanaliseren, hebben externe preventiediensten de nodige mailboxen, noodnummers en infosessies voorzien die een antwoord geven op de meest voorkomende vragen. Ook voor zorgpersoneel voorzien deze diensten extra psychosociale ondersteuning.

- Welke raad geeft u aan werknemers die de stijgende werkdruk moeten opvangen omwille van zieke collega’s?

EK: Ik verwijs hierbij naar het belang van een business continuity plan (wat we in de vorige podcast ook al bespraken). Dergelijk plan is onmisbaar in de huidige crisis. In dit plan bepaal je wat de kerntaken en prioriteiten van jouw bedrijf of organisatie zijn, en welke taken voorlopig on hold gezet kunnen worden. Tegelijk kun je procedures opstellen of verfijnen voor medewerkers die momenteel thuis in quarantaine zitten. Quarantaine hoeft immers geen synoniem te zijn voor werkloos aan de zijlijn staan. Ook collega’s in afzondering kunnen aan de slag blijven.
Het kan echter gebeuren dat er minder werk is voor de hele onderneming of organisatie, omdat bijvoorbeeld een aantal klanten hun kantoor gesloten hebben. In dat geval verwijs ik naar het stelsel van tijdelijke economische werkloosheid, waar momenteel al ruim een miljoen werknemers in België gebruik van maken.



Arbeidsrecht

- Welke stappen moet een werkgever nemen bij een werknemer in quarantaine?

EK: Als een werknemer in quarantaine geplaatst wordt in binnen- of buitenland, dan geldt dit als tijdelijke overmacht. Hierdoor kan bij de RVA tijdelijke economische overmacht aangevraagd worden.
Deze piste is ook mogelijk wanneer werknemers niet aan de slag kunnen omdat bijvoorbeeld bepaalde grondstoffen niet (tijdig) geleverd worden, waardoor de productie in het bedrijf stilvalt.

- Kunnen werknemers een potentieel risico op virusbesmetting inroepen om niet te komen werken?

EK: Dat is mogelijk als werknemers zelf een verhoogd risico lopen op besmetting, op basis van de leeftijdscategorie (60-plussers) of een chronische aandoening. In dat geval raad ik aan om als werkgever advies te vragen aan de arbeidsarts, die vervolgens een inschatting zal maken om wel of niet aan het werk te gaan.

- Wordt het oplopen van een virusbesmetting tijdens de arbeidsactiviteit als een beroepsziekte beschouwd?

EK: Dat klopt. Recent deelde Fedris (het federaal agentschap voor beroepsrisico’s) mee dat dergelijke situatie als een beroepsziekte beschouwd wordt, maar wel met die nuance dat dit enkel geldt voor zorgmedewerkers. Persoonlijk vind ik het zinvol om dit principe ruimer toe te passen naar andere beroepsgroepen, zoals bijvoorbeeld werknemers in de retailsector die persoonlijk en direct contact hebben met klanten. Laat ons afwachten wat de wetgever hierover eventueel beslist.

- Kan je een corona-besmetting als arbeidsongeval aangeven?

Chris Persyn (Cautius): Hoewel Fedris een week geleden liet weten dat personen met COVID-19, die werkzaam zijn in de gezondheidszorg en die een duidelijk verhoogd risico lopen op besmet te worden in aanmerking komen voor schadeloosstelling wegens beroepsziekte, kan een dergelijke besmetting wel degelijk ook voortspruiten uit een arbeidsongeval. In een dergelijke situatie is aangifte bij de verzekeraar (of in de publieke sector: bij de werkgever) niet enkel mogelijk, maar zelfs verplicht. Let wel: de besmetting op zich volstaat hiertoe niet. Vereist is dat ook een plotselinge gebeurtenis kan worden aangetoond tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst (in de publieke sector: het ambt). Contact met een klant of leverancier die zelf besmet was lijkt daarvan het meest voor de hand liggende voorbeeld. Als dit contact bewezen wordt en zich situeerde tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, kan de verzekeraar weliswaar nog proberen het wettelijk vermoeden van causaliteit tussen beide te weerleggen. Maar dat laatste zal niet evident zijn.

  • >
zie ook:
 

Podcasts over COVID-19 met Edelhart Kempeneers: aflevering 1 - aflevering 2.

Gepubliceerd op 02-04-2020

  249