De arbeidsinspectie tijdens de lockdown en de heropstart

 Nu er een einde is gekomen aan de gedeeltelijke lockdown, is het interessant om de rol van de arbeidsinspectie te beschouwen bij het opstarten van de activiteiten. Want de arbeidsplaats is geëvolueerd naar een omgeving die dagelijks verandert.
 

Vanaf het begin van de crisis bleek er een spanningsveld te bestaan tussen enerzijds het ministerieel besluit (MB) van 18 maart en vervolgens 23 maart, en anderzijds de welzijnsreglementering.

Wie?

Het MB vermeldde enkel de politie als toezichthoudende overheid. Voor de welzijnsreglementering is de arbeidsinspectie TWW vanzelfsprekend bevoegd.

Het was vanaf het begin duidelijk dat de welzijnsreglementering voor de bedrijven centraal zou staan. Het Sociaal Strafwetboek voorziet voor de inspectie een aantal mogelijke acties bij het vaststellen van inbreuken in functie van de ernst, d.i. het appreciatierecht. Het gaat over:

  • het geven van waarschuwingen;
  • het opleggen van regularisatie termijnen;
  • het nemen van maatregelen die kunnen gaan tot de stopzetting van de activiteiten;
  • het opmaken van processen-verbaal van overtreding ter attentie van de arbeidsauditeur, lid van het openbaar ministerie dat kan overgaan tot strafrechtelijke vervolging voor de correctionele rechtbank

De arbeidsinspecteurs hebben bovendien het vrije toegang tot de arbeidsplaatsen, iets wat de politie niet heeft.

Wat?

Het MB maakte een onderscheid tussen essentiële en niet-essentiële activiteiten (cruciale en niet-cruciale sectoren). Het MB vertrok ook van concrete strikte maatregelen die toegepast moesten worden, zoals de ‘social distancing’ (waaronder de afstand van 1,5 meter). Voor essentiële sectoren was het ook duidelijk dat de bescherming van werknemers gegarandeerd moest zijn door de welzijnsreglementering, vertrekkend van de risicoanalyse.

Het MB richtte zich ook op mensen. Dit betekent dat een werknemer verantwoordelijk is voor het volgen van de richtlijnen, niet de werkgevers waar die werknemers wel onder hun gezag werken!

Het kwam er dus op neer twee wetgevingen, geschreven vanuit een verschillende doch deels overlappende doelstelling, maximaal met elkaar te verzoenen.

De eerste checklist

Zo hebben we een checklist opgesteld. Deze checklist was een overzicht van de maatregelen van het MB, “hygiënische” maatregelen voorgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie, en elementen uit de welzijnsreglementering zoals het belang van de preventieactoren in en buiten de ondernemingen, preventiediensten en overlegstructuren.

Deze checklist kon gebruikt worden door de ondernemingen en vormde de basis van ons inspectiewerk.

Het was ook duidelijk dat het verschil tussen essentiële en niet-essentiële stilletjes zou vervagen bij de heropstart van de ondernemingen.

Ondertussen hebben de sociale partners binnen de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk een “Generieke gids om de verspreiding van COVID-19 op het werk tegen te gaan” uitgewerkt.

De paritaire comité hebben de opdracht gekregen deze aan te vullen per sector via sectorale akkoorden.

Deze aanpak werd goedgekeurd door de groep van tien en de nationale veiligheidsraad.

De generieke gids en de sectorale akkoorden zijn hier gepubliceerd.

Heropstart: bevoegdheden arbeidsinspectie TWW uitgebreid

Het ministerieel besluit van 30 april 2020, dat fase 1 van de heropstart regelt, heeft het ministerieel besluit van 23 maart grondig gewijzigd. Opvallend is dat de arbeidsinspectie TWW nu vermeld wordt voor het toezicht op niet-essentiële activiteiten. De sociaal inspecteurs TWW zijn belast met het informeren en begeleiden van werkgevers en werknemers, en overeenkomstig het SSWb met het toezien op de naleving van de verplichtingen bij het heropstarten.

Het artikel 2 dat de inspectie een rol gaf is ook de wettelijke basis voor het heropstarten van de bedrijven, en dus ook de generieke gids en de sectorale akkoorden.

Hoe is gaat dit in zijn werk?

In de generieke gids en de sectorale akkoorden is de nadruk gelegd op de aanpak die ons vertrouwd is vanuit de welzijnsreglementering, namelijk via de rol van de preventiediensten en het overleg.

De arbeidsinspectie TWW gaat dit allemaal aftoetsen en haar bevindingen aan de onderneming overmaken, meestal in de vorm van waarschuwingen. Deze aftoetspunten zijn de volgende.

  1. De bevoegde diensten PBW werden niet betrokken en gaven geen advies betreffende de covid19-risicoanalyse en maatregelen.

     Interne dienst                                                          Externe dienst
  2. Het overleg betreffende de covid19-risicoanalyse en maatregelen werd niet gehouden.

  3. De nodige preventiemaatregelen om de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen worden niet/onvoldoende genomen. Het behoud van 1,5 meter tussen personen wordt niet gegarandeerd.

     op hun werkposten  in de refter/kleedkamers…    in de liften    ...

  4. Er zijn geen/onvoldoende instructies aan uw werknemers over covid19-maatregelen.

  5. Inzake werken met derden:

    Er is geen/onvoldoende coördinatie van maatregelenterwijl meerdere werkgevers met hun werknemers of zelfstandigen samenwerken

    Zelfstandigenwordenniet vooraf geïnformeerd over de geldende maatregelen

    Uitzendkrachtenwordenniet op dezelfde wijze behandeld als de eigen werknemers

  6. Voorrang aan maatregelen inzake collectieve bescherming boven maatregelen inzake individuele bescherming wordt niet nageleefd.

  7. De werkgever heeft niet de nodige /onvoldoende maatregelen getroffen om minstens een gelijkwaardig niveau van bescherming te bieden ingeval het niet mogelijk is de maximale naleving van de regels van social distancing te garanderen.

  8. Er zijn geen instructies over het correct wassen van de handen. Regelmatig de handen wassen en ook na contact met voorwerpen of oppervlakken die door anderen beroerd zijn. geen water en zeep. geen papieren handdoekjes voor het afdrogen van hun handen.

  9. Er is geen aangepast schoonmaakprogramma waarbij prioritair aandacht is voor gemeenschappelijke aanraakoppervlakten (materieel, knoppen, klinken, sociale voorzieningen, printers, arbeidsmiddelen, bedieningsschermen…).

  10. Er zijn geen instructies over het regelmatig verluchten van de werkplekken in ruimten in de onderneming, het reinigen en ontsmetten van de bedrijfsvoertuigen, arbeidsmiddelen in het algemeen.

  11. De ruimte wordt na de eetpauze niet ontsmet en verlucht. Lokalen en sociale voorzieningen worden niet/niet regelmatig schoongemaakt.

 

Arbeidsinspectie


Auteur: Luc Van Hamme - Adviseur-generaal bij de arbeidsinspectie

Gepubliceerd op 13-05-2020

  170