De eerste lessen van de COVID-19-crisis

 

De voorbije maanden hakte de COVID-19-crisis stevig in op mens en economie. Met (momenteel) bijna 10.000 doden in ons land is de menselijke tol zeer zwaar. Vele patiënten revalideren nog volop. De strenge lockdown-maatregelen zorgden drie maanden lang voor stress en negatieve gevoelens. Ook op economisch vlak was (en is) de crisis een enorme stresstest voor heel wat bedrijven en organisaties. Hoe zullen ze op termijn deze storm doorstaan? We vroegen enkele HSE-experts welke lessen zij reeds uit deze crisis hebben geleerd.

 

Samen met hen blikken we terug op het voorbije kwartaal en kijken we vooruit naar de komende maanden. Dit zijn de eerste, voorlopige conclusies van Edelhart Kempeneers, preventieadviseur-arbeidsarts en medisch directeur bij Attentia, en Roeland Motmans, voorzitter van de Beroepsvereniging voor Ergonomie (VerV). Ze delen hun nieuwe inzichten over het nieuwe normaal van thuiswerk, de kantoorinrichting, PBM’s, ventilatie, reiniging, vaccinatiebeleid en social distancing.

Thuiswerk

Roeland Motmans: “Thuiswerk beleeft een definitieve doorbraak, en het zal structureel aanwezig blijven in vele bedrijven en organisaties. In ons land is al wetgeving van kracht op het vlak van structureel telewerk, maar bij de toepassing ervan moeten werkgevers rekening houden met enkele drempels zoals de toevoeging van een addendum aan de arbeidsovereenkomst met een beschrijving van arbeidsuren en onkostenvergoeding. Postcorona verwacht ik dat werkgevers en werknemers duidelijkere afspraken zullen maken over deze aspecten, dus meer in de richting van een echt telewerkbeleid in plaats van ad hoc-maatregelen. Tot nu toe hadden onkostenvergoedingen voornamelijk betrekking op de terugbetaling van telefoon- en internetkosten, maar in de toekomst zullen volgens mij ook andere onkosten in beeld komen, zoals bijvoorbeeld ergonomisch kantoormateriaal, laptop, scherm, verlichting, enzovoort.”

“Deze denkoefening zal het ergonomisch werken op de thuiswerkplek dus zeker bevorderen. Een volwassen telewerkbeleid kan werknemers aansporen om ergonomisch kantoormateriaal en een tweede computerscherm aan te schaffen. Bedrijven kunnen eventueel groepsaankopen doen of kantoormateriaal aan gereduceerd tarief aanbieden.”

Edelhart Kempeneers: “Werkgevers hebben een belangrijke sturende rol in het promoten van ergonomisch werkmateriaal voor de thuiswerkplek. Die investeringen verdienen zichzelf later dubbel en dik terug, omdat het risico op bijvoorbeeld rug- en nekklachten bij werknemers aanzienlijk verkleint. En als zij gezond aan de slag kunnen blijven, dan creëert dit een win-winsituatie voor werkgever én werknemer. Waarom geen interne online instructievideo’s of webinars voorzien, om collega’s tips te geven over ergonomisch verantwoord telewerken?”

“Thuiswerk blijft trouwens dé manier bij uitstek om de verspreiding van het COVID-19-virus (en andere virussen) tegen te gaan. Daarom pleit ik ervoor om deze werkvorm als norm aan te houden. Toch hou ik er rekening mee dat sommige werkgevers telewerken op termijn opnieuw zullen afbouwen, om komaf te maken met de psychosociale belasting bij sommige werknemers en het gebrek aan informele interactie op de werkvloer.”

Roeland Motmans: “Wat de voorbije periode volgens mij zeker heeft aangetoond, is dat thuiswerk bewijst dat een voortdurende aanwezigheid op het werk niet nodig is, en dat het wegvallen van woon-werkverkeer heel wat extra werkuren oplevert. Toch blijft aanwezigheid op het werk een meerwaarde bieden, omwille van de overlegmomenten met elkaar. Die overlegcultuur zal steeds een belangrijke rol blijven spelen.”

Kantooromgeving en -inrichting

Roeland Motmans: “Als uitloper van telewerken (bijvoorbeeld één of twee dagen per week) zien we een toename van beschikbare kantoorruimte in bedrijfsgebouwen. Meer vierkante meters per persoon schept nieuwe mogelijkheden voor een ergonomische herinrichting van de kantooromgeving. De praktijkrichtlijn van VerV  beschrijft daarvoor een aantal principes. Zo heeft elke bureaumedewerker voldoende oppervlakte en circulatieruimte nodig. Bij geconcentreerd werk moet er steeds de mogelijkheid zijn om in een stille zone te werken. Een open kantoor kan men dus verder afbouwen naar meer overlegruimtes en stille zones.”

Edelhart Kempeneers: “Landschapskantoren zijn sowieso ten dode opgeschreven. Deze kantoorindeling was in het verleden vooral ingegeven vanuit kostenoverwegingen, omdat het vermijden van aparte kantoorruimte minder duur was. Ik verwacht dat de trend naar een compartimentering van kantoorruimtes zich verder doorzet, met bijvoorbeeld meer gebruik van glazen tussenwanden. De voordelen zijn gekend: werknemers blijven elkaar zien, ze behouden dieptezicht én er is minder lawaai, en dus ook minder psychosociale belasting.”

Roeland Motmans: “Ik ben het niet helemaal eens met de stelling dat thuiswerk synoniem wordt voor productief werken, en dat de kantoorruimte zal ‘vervellen’ tot één grote koffiecorner om collega’s te ontmoeten. Ik denk dat de realiteit trager zal evolueren. Het voorbije kwartaal heeft ons trouwens geleerd dat de link tussen thuiswerk en productiviteit niet altijd even sterk is. Vraag dat maar aan de vele telewerkers met kinderen. Van efficiënt werken kwam voor hen letterlijk niet veel in huis. Meer nog: ik ben ervan overtuigd dat voor heel wat werknemers de voorbije maanden op het vlak van productiviteit geen goede promotie waren voor telewerk, maar eerder een bron van stress en mentale belasting.”

“In de praktijk merk ik trouwens dat sommige consultants en hr-bureaus bij de invoering van het ‘kantoor van de toekomst’ vaak teveel vertrekken vanuit de eigen situatie, dus met veel flexwerk, vrijheid, autonomie en regelmogelijkheden. Hierbij vergeten ze echter dat de meerderheid van de jobs uitvoerende (bureau)jobs zijn, waar deze opties niet in beeld komen. Uitvoerende of administratieve profielen hebben meestal een duidelijk afgebakend takenpakket, waarbij ze nauw moeten samenwerken met andere collega’s. Flexwerk is hier moeilijk in te passen, ook al omdat deze werknemers een duidelijke werk/privé-afbakening kennen en graag hun vaste werkplek behouden. Bovendien hebben ze vaak ook nood aan sociale steun en contact met collega’s.”

“Je kan starten met ‘activity based’-kantoorinrichting, met de mogelijkheid voor administratieve collega’s om zelf te bepalen waar ze hun werkplek willen. Ze moeten dus niet per se meestappen in het flexverhaal. Sommige werkzones in dat flexdesk-verhaal kunnen dus vaste zones blijven waar bepaalde diensten samenzitten. Onbewust kiezen mensen trouwens hun vaste plek uit. Wie vier dagen per week op dezelfde locatie aanwezig is, heeft recht op een eigen werkplek.”

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Roeland Motmans: “Ik verwacht de komende maanden dat het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen in het dagelijks leven zal uitdoven. De discussie over het al dan niet verplicht gebruiken van een mondmasker houdt nog steeds aan, en bij veel mensen zien we een soort van coronavermoeidheid ontstaan, met minder respect voor de arbeidshygiënische regels. Die laksere houding stellen we trouwens ook steeds meer vast op de werkvloer, omdat de sociale controle – in tegenstelling tot de heropstartfase van bedrijven – langzaam maar zeker wegebt. Bij arbeiders zien we nog enigszins bepaalde controlemaatregelen door de ploegbaas of via temperatuurmeting bijvoorbeeld, maar bij bedienden zijn die controles veel minder van toepassing.”

Edelhart Kempeneers: “Persoonlijk vind ik de niet-verplichting van mondmaskers in publieke ruimtes een gemiste kans om preventief de strijd aan te gaan met het COVID-19-virus. Die maatregel is des te opmerkelijker omdat hij gecombineerd wordt met andere versoepelingen zoals de toelating om met meerdere gezinsleden naar de winkel te gaan. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen ‘sterk aanbevelen’ vind ik te vrijblijvend.”

“Ik pleit er alleszins voor om op het werk een mondmasker te blijven gebruiken, zeker als de regels van physical distancing moeilijk toe te passen zijn. En natuurlijk blijft het wassen of ontsmetten van handen een cruciaal element om de verspreiding van virussen tegen te gaan. In het dagelijks leven is de kans op zelfbesmetting immers zeer reëel, ook al lijkt het acute gevaar voorlopig geweken. Als je weet dat we ons gezicht ruim zestien maal per uur onbewust aanraken, kan ik het belang van water en zeep niet genoeg benadrukken.”

Ventilatie/interne luchtkwaliteit

Edelhart Kempeneers: “Slechte ventilatie in een kantoorgebouw, verspreidt aerosols en kan ervoor zorgen dat één persoon een hele groep kan besmetten. Bij ventilatie is het basisprincipe vrij eenvoudig: hoe meer verluchting van de binnenruimte, des te beter. Volgens Europese technische richtlijnen moet men momenteel meer ventileren dan gewoonlijk, en zeker geen hercirculatie van lucht toepassen. En als men onvoldoende kan ventileren, dan raad ik aan om maximaal de ramen te openen. Dit advies geldt trouwens ook voor het thuiswerkkantoor.”

“In nieuwe bedrijfsgebouwen stoten we hier echter regelmatig op een praktisch probleem, namelijk dat het openen van ramen eenvoudigweg niet meer mogelijk is. Dit is te wijten aan een overmatige aandacht voor isoleren en kostenbesparingen op het vlak van energieverbruik. Daar is op zich niets mis mee, maar nu merken we dat deze insteek een negatieve impact heeft op ventilatiemogelijkheden op kantoor.”

Roeland Motmans: “Toch zie ik hier een lichtpunt, opnieuw met een link naar thuiswerk. Als op kantoor immers minder mensen aanwezig zijn, dan kan men met hetzelfde ventilatiedebiet een betere interne luchtkwaliteit realiseren. En waarom geen creatieve oplossingen voorzien voor een goede luchtkwaliteit? Als de weersomstandigheden het toelaten, kan men bijvoorbeeld buiten vergaderen, al dan niet gecombineerd met wat lichaamsbeweging.”

Reiniging en ontsmetting

Edelhart Kempeneers: “Bij de uitbraak van de epidemie zagen we dat in bedrijven en winkels materialen en oppervlakken zeer grondig gereinigd en ontsmet werden. De frequentie van reinigen hing daarbij af van het type oppervlak en hoe frequent het gebruikt werd. Na verloop van tijd stelden we een meer pragmatische aanpak vast – en vanuit Attentia promootten we die ook – die afhankelijk was van de concrete situatie. Ook hier zien we af en toe de nodige ‘coronamoeheid’ bij werknemers ontstaan, wat ergens ook wel begrijpelijk is na de voorbije intense maanden. Ik verwacht alleszins een definitieve doorbraak van zaken als contactloos betalen en hulpstukken om deuren of poorten handenvrij te bedienen.”

Vaccinatiebeleid

Edelhart Kempeneers: “Elk jaar worden in België gemiddeld 500.000 mensen getroffen door een griepsyndroom, waarbij we jammer genoeg tussen de 500 en 1.000 overlijdens noteren. De huidige coronaperiode zet ongetwijfeld een aantal zaken op scherp. Zo stellen we bij Attentia vast dat opvallend veel mensen en bedrijven intekenen voor de klassieke griepvaccinatie, omdat de klassieke seizoensgriep en eventuele tweede COVID-19-golf in dezelfde periode verwacht worden. Dit gewijzigde vaccinatiebeleid is onder andere te verklaren door extra sensibilisering vanuit de Hoge Gezondheidsraad van de FOD Volksgezondheid.”

“We merken ook dat werknemers die een infectie of ziekte oplopen, sneller advies vragen aan de bedrijfsarts of preventieadviseur. Deze specialisten zijn trouwens ook een vertrouwd aanspreekpunt geworden om onveilige situaties op het werk te melden. Belangrijk om te vermelden hier is de wellicht definitieve  doorbraak van teleconsultaties, wat een win-winsituatie voor alle betrokken partijen oplevert. Zowel werknemers als artsen zijn zeer enthousiast over deze nieuwe, drempelverlagende werkwijze. De voordelen zijn dan ook duidelijk: geen virusverspreiding, flexibiliteit, geen afwezigheid op het werk nodig, geen verplaatsing vereist…”
“Zolang er trouwens geen vaccin tegen COVID-19 beschikbaar is, zullen preventiemaatregelen voortdurend nodig blijven. Ik verwacht dat een doeltreffend vaccin in het eerste kwartaal van 2021 beschikbaar wordt.”

Social tracing en physical distancing

Edelhart Kempeneers: “De uitrol van telefonische contactopsporing in ons land is en blijft een verwarrend dossier. De achterliggende doelstellingen van de overheid zijn best nobel, maar in de praktijk zien we nog teveel kinderziekten die maar niet opgelost raken. Besmette personen worden soms driemaal gebeld, sommige contactpersonen worden niet gebeld, of er worden verkeerde telefoonnummers opgegeven. Nu blijkt trouwens ook dat contactopspoorders vandaag slechts tien contacten per besmette persoon digitaal kunnen registreren. Wordt dit aantal overschreden dan moeten ze pen en papier bovenhalen.  Het is afwachten waar dit schip strandt, ook al omdat de GDPR-regelgeving extra roet in het eten kan gooien. Volgens mij zou de overheid meer moeten inzetten op bepaalde apps die op een intuïtieve en gebruiksvriendelijke manier ‘social tracing’ toelaten. Ik denk hierbij aan de app ‘Savitas’ van het bedrijf Esoptra, waarbij werknemers QR-codes kunnen scannen die door de werkgever op de werkvloer worden verspreid. Hoe meer gebruikers deze app gebruiken, des te performanter hij wordt. En deze app is privacyvriendelijk, wat een belangrijke extra troef is om het gebruik ervan te promoten. Waarom promoot de overheid deze oplossing niet in bedrijven, winkels of openbare ruimten, in plaats van miljoenen te pompen in bodemloze social tracing-projecten?”

“Ook interessant zijn tools die gebruikers aansporen om de vereiste physical distancing te respecteren door vooraf een perimeter in te stellen. Ik suggereer dat het hoger management in bedrijven en organisaties alvast het goede voorbeeld geeft bij het gebruik daarvan, zodat alle medewerkers mee over de streep getrokken worden. Het zou zonde zijn om de komende maanden in onze oude gewoontes te vervallen, waardoor een mogelijke tweede coronagolf op ons afkomt.”

 

(Interviews afgenomen op 23 en 26 juni 2020)

 


Auteur: Geert Van Cauwenberge

Gepubliceerd op 06-07-2020

  264