Veiligheid

De mens is de onvoorspelbare risicofactor bij brandpreventie

Aspeslagh -scherm

HSE World Event 2017Eigenlijk is het menselijk gedrag de rode draad in het ‘KB Brand’. Dat was het uitganspunt van het pleidooi dat Marc Aspeslagh op het HSE World event kwam houden. Want dat is precies de factor die we nog te vaak over het hoofd zien. “We kijken wel, maar we zien niks.”

 

Marc Aspeslagh is zaakvoerder van Aspe Consulting en expert in brandveiligheid. “Ik houd mij bezig met ‘fire safety engineering’ en ‘fire risk management’. Dat is nog relatief nieuw in België. Het is onderdeel van het dagelijkse bedrijfsgebeuren, maar voor het KB Brand er was hebben bedrijven er meestal weinig aandacht aan besteed. Meestal was men tevreden als er genoeg brandblussers hingen, de branddeuren dicht bleven en de rookmelders waren gecontroleerd.“

In 2012 waren er in België 542 bedrijfsbranden, en sindsdien is dat aantal nog vermeerderd. Eén op de zes bedrijven is niet in orde met de wetgeving brandveiligheid, weet de consultant. Maar deze wetgeving gaat niet in de eerste plaats over de arbeidsplaats. Het heeft dus weinig zin om eerst te kijken naar het ‘KB Basisnormen’, want dat gaat enkel over de constructie en de noodzakelijke voorzieningen van gebouwen. Daarmee kan je nooit alle brandrisico’s identificeren, en al zeker niet de risico’s van het menselijk gedrag.

Welke risicoanalyse?

In art. 3 van het KB Brand geeft de definitie van de risicoanalyse al aan dat het menselijk gedrag de rode draad is, maakte Aspeslagh duidelijk. “Wie moet die risicoanalyse maken? Iedereen. Het maakt ook niet uit of het om kantoorgebouwen, industriegebouwen, magazijnen, winkelpanden, historische gebouwen, evenementen of gevangenissen gaat. Voor elke specifieke situatie moet je de brandrisico’s en de vereiste maatregelen zo goed mogelijk inschatten.”

Het KB Brand bepaalt niet welke RA-methode je moet gebruiken. Het doel is brand te voorkomen en de veiligheid bij evacuatie te verzekeren. Hoe? Het KB verwijst enkel naar ‘scenario’s’ die de werkgever moet voorzien. Het is niet de bedoeling alle details vooraf in te schatten, maar je moet scenario’s maken wanneer teveel ontwikkelingen onzeker zijn. Scenario's zijn zeer waarschijnlijke beschrijvingen over mogelijke toekomsten, ze zijn denkbaar en mogelijk.

De risicoanalyse moet onafhankelijk, objectief en kritisch zijn. In de realiteit zijn we vaak heel nonchalant en bedrijfsblind, weet Marc Aspeslagh. “We gaan niet altijd objectief te werk; we proberen vaak een positief plaatje te schetsen over ons eigen bedrijf: ‘kijk maar hoeveel brandblussers hier hangen!’ We minimaliseren de voorspelbare gevolgen. We zijn ervan overtuigd dat we genoeg voorzorgen hebben genomen. Maar we moeten meer kijken naar de mensen en hun gedrag, wanneer we ons afvragen wat er kan gebeuren dat brand kan veroorzaken.”

Six step assessment method

foto: Aspe ConsultingZelf baseert Marc Aspeslagh zijn risicoanalyses op de ‘Six Step Assessment Method”. Dat is een model waarin je voorbij het puur mathematische gaat, en effectief moet observeren en zoeken naar de risico’s. De ‘six steps’ zijn identificeren, inschatten, toepassen, evalueren, controleren en opvolgen.

Identificeren.Daar zit heel dikwijls al het probleem: we kijken wel maar we zien niks.

Aspeslagh gaf het voorbeeld van een nooduitgang met drempel. “Dat is geen deur maar een raam. De drempel kan mensen doen struikelen. De metalen roosters van de noodtrappen zijn ongeschikt voor naaldhakken en mensen met hoogtevrees. Dat zijn allemaal factoren die een veilige evacuatie kunnen belemmeren.”

foto: Aspe ConsultingInschatten. Uitgerekend het menselijk gedrag is moeilijk in te schatten, en vaak onvoorspelbaar. Maar je moet het ook niet uitlokken, zoals met een opschrift als “Dit is geen rookruimte! Peuken horen in de vuilbak” of een asbakrooster bovenop een vuilnisbak… Gedrag voorspellen is moeilijk, maar ga er maar van uit dat mensen nonchalant zullen zijn. “Hoe vaak zie ik niet dat zelfsluitende branddeuren worden geblokkeerd om ze open te houden. Hoe doorgangen versperd blijven… Dat zijn dagelijkse praktijken waarbij we niet eens stilstaan als we spreken over brandrisico’s in ons bedrijf. We gebruiken cijfers en ingewikkelde analyses, maar we vergeten die menselijke factor.”

Iedereen moet duidelijk weten hoe dit soort situaties te vermijden, het eigen gedrag aan te passen en foutief gedrag van anderen te herkennen. Het volstaat niet dat alleen de gebouwen en de uitrusting in orde zijn. Je moet ook voorzien, en blijven controleren, hoe de mensen er in de praktijk mee omgaan.

Controleren. Met een thermografische camera kan je bijvoorbeeld heel wat reële risico’s zichtbaar maken. Op thermografische beelden van een zekeringkast zie je meteen waar foute aansluitingen hogere temperaturen veroorzaken. Onderzoek dat dan ook meteen en repareer waar nodig!

Opvolgen. Veel brandrisico’s bestaan enkel door een gebrek aan onderhoud.

foto: Aspe ConsultingAls je TL-lampen ziet die oranje worden aan de uiteinden, weet dan dat die tot 1.000°C warm kunnen worden. Dat zijn reële brandrisico’s. "We hebben geen tijd om dat te vervangen" kan dan een uitvlucht met fatale gevolgen worden. Een gat in het plafond: onschuldig? Bij een beginnende brand zullen de sprinklers niet werken want de hitte ontsnapt erdoor. Ze zullen pas beginnen sproeien als de brand al zo groot is dat het te laat is. “Gebrek aan onderhoud van plafonds is dagelijkse kost,” ziet de brandexpert. “Kijk naar al die kleine details. We weten wel dat dat allemaal brandrisico’s zijn, maar toch zijn we er blind voor. We hebben er te weinig aandacht voor.”

Brandbestrijdingsmiddelen

Er zijn actieve en passieve brandbeschermingsmiddelen. Actieve zijn uitrustingen die toelaten brand te detecteren, te signaleren, te blussen, de schadelijke gevolgen ervan te beperken of de tussenkomst van de openbare hulpdiensten te vergemakkelijken. Passieve beschermingsmiddelen slaan op de constructie van het gebouw (branddeuren, brandkleppen, brandwerende doorvoeringen…). Het standpunt van FOD WASO is dat ze allemaal tijdens hun levensduur goed gecontroleerd en onderhouden moeten worden. Dat geldt dus ook voor branddeuren.

foto: Aspe Consulting“Meestal heeft men meer aandacht voor de brand-bestrijdingsmiddelen dan voor de eigenlijke preventie. En die worden dan vaak helemaal achteraan in het magazijn opgeslagen of geïnstalleerd, zodat ze bij brand niet eens beschikbaar zijn. Brandblussers moet je ook niet op één enkele plaats zetten. En blusdekens dienen niet om ermee door een brand te lopen! Deze voorbeelden lijken misschien ver gezocht, maar dat gebeurt allemaal in de praktijk,” vertelde Marc Aspeslagh.

Laat de verantwoordelijken ook genoeg oefenen in de praktijk. “Mensen die maar één keer in de vier jaar echt met die brandblussers kunnen omgaan, zullen sneller fouten maken en zich onzeker voelen als het er echt op aan komt.”

De brandweer is geen alibi

Het vroegere artikel 52 is opgeheven: dat legde een verplichting op om de bevoegde brandweer te raadplegen over de nodige maatregelen. Volgens het KB van 19 december 2014 moet de zonale brandweer vandaag nog enkel ‘sensibiliseren, advies verlenen en controleren’. Voor de rest moet je het KB Brand volgen, en moet de preventieadviseur de brandrisico’s inschatten en de gepaste maatregelen voorzien. Hij kan dat niet zomaar op de verantwoordelijkheid van de lokale brandweer afschuiven; die kan trouwens ook niet alle finesses van het bedrijf en de activiteiten kennen.

foto: Roland Martens

(tekst: Joris De Vroey - foto's: Roland Martens / Aspe Consulting)

Lees ook:

- Bent u een farmer of een sheriff?

Wat onthouden we uit de Engie-campagne “Veiligheid da’s gene cinema”?

Gepubliceerd op 12-05-2017

  100