Ergonomisch telewerken thuis: welke afspraken tussen werkgever en werknemer?

Sinds het begin van de corona-lockdown werken veel beeldschermwerkers thuis. Van kinesitherapeuten komen er reeds alarmerende kreten over een sterke toename van lichamelijke klachten. Werken op een keukenstoel is namelijk niet hetzelfde als op een bureaustoel. Een groot deel van de werkgevers geeft aan, na corona verder te willen inzetten op één tot drie dagen per week thuiswerk voor deze werknemers. Het is dus hoog tijd om concrete afspraken op papier te zetten, ook over het ergonomisch materiaal. In een structureel telewerkbeleid is de werkgever verantwoordelijk voor de benodigde apparatuur.
 
Corona-telewerken

Telewerken is werken buiten de bedrijfslocatie gebruikmakend van informatietechnologie. Dat komt dus neer op beeldschermwerk, waar reeds een wetgeving voor bestaat (Codex VIII-2 Werken met beeldschermen). Tijdens de coronaperiode telewerken de kantoorwerkers van thuis uit.

Er is een onderscheid tussen occasioneel en structureel telewerken. Occasioneel betekent sporadisch, in geval van overmacht (bij een treinstaking bijvoorbeeld) of om persoonlijke redenen (bv. voor een tandartsbezoek). Structureel telewerken is op systematische basis, bijvoorbeeld elke week twee dagen van thuis uit werken. CAO85 vraagt dan een bijlage aan de arbeidsovereenkomst waarin concrete afspraken worden vastgelegd rond frequentie, bereikbaarheid, locatie, apparatuur, onkostenvergoeding, het informeren medewerkers en het betreden van de werkplek thuis.

Juridisch gezien valt ‘corona’ onder occasioneel telewerken. In de feiten echter is er nu een grote groep mensen al zes maanden voltijds structureel aan het telewerken. Daarom pleit de Beroepsvereniging voor Ergonomie (VerV) voor een telewerkbeleid, zodat concrete afspraken schriftelijk worden vastgelegd. Deze inspanning is niet verloren, aangezien op regelmatige basis telewerken na de coronaperiode automatisch structureel zal zijn.

Benodigde apparatuur

Bij structureel telewerken is de werkgever verantwoordelijk voor de benodigde apparatuur om thuis te kunnen werken. De werkgever stelt deze ter beschikking, of geeft er een onkostenvergoeding voor. Wat die apparatuur juist inhoudt, staat niet omschreven. In de praktijk spreekt men vaak van elektriciteit, verwarming, internet, enzovoort.

Telewerk is echter ook beeldschermwerk, en deze wetgeving omschrijft in haar bijlage letterlijk de “apparatuur”. Om gezond en efficiënt te kunnen telewerken heeft men volgende apparatuur nodig:

  • verstelbare bureaustoel
  • voldoende grote tafel
  • groot scherm
  • apart toetsenbord
  • aparte muis

Een apart toetsenbord en muis zijn een must. Het toetsenbord mag immers geen geheel vormen met het scherm. Omdat het scherm ook goed leesbaar moet zijn, verdient een apart scherm de voorkeur op een laptophouder. In beide gevallen kan men het scherm op een goede hoogte en kijkafstand plaatsen.

Voor de bureaustoel is vooral de verstelbaarheid van de zithoogte en rugleuning belangrijk.

Een ‘voldoende grote tafel’ kan men interpreteren als minimum 80 cm diep en 1,20 m breed.

(illustratie: Can Stock Photo – GoodStudio)

Aankoop ergonomisch materiaal faciliteren

Werkgevers met een telewerkbeleid bieden hun telewerkers doorgaans een maandelijkse onkostenvergoeding aan. Een ergonomische bureaustoel van 500 euro kost, op 10 jaar bekeken, iets meer dan 4 euro per maand. Toch is er meer nodig… VerV verzamelde onder zijn leden van ergonomen enkele goede praktijken, om de aankoop van ergonomisch materiaal te stimuleren en te faciliteren

De standaard bureaustoel van kantoor kan men bijvoorbeeld aanbieden aan de medewerkers aan dezelfde (scherpe) prijs van de raamovereenkomst. Een andere optie is een ergonomische bureaustoel te laten opnemen in het voordeelplatform van het bedrijf. Medewerkers kunnen die dan tegen korting aanschaffen. Nog een goede praktijk is het aanbieden van een budgetvriendelijke ‘telewerkstoel’. Dat is dan niet de topklasse van op het werk, maar nog steeds heel degelijk. Ten slotte is het tweedehands verkopen van het oude meubilair ook een manier om betaalbaar aan goed materiaal te geraken.

Voor IT-materiaal is het meer gangbaar dat mobiele werkers (zoals consultants) een toetsenbord, muis en laptophouder van de werkgever krijgen. De aanschaf van ergonomisch IT-materiaal kan ook via een webshop met kortingscode, het voordeelplatform, of een cafetariaplan. Kortom, als werkgever kan men heel wat inspanningen leveren om de aankoop van de benodigde apparatuur te faciliteren.

Kan men de aankoop verplichten?

In de bijlage van de arbeidsovereenkomst neemt men ook afspraken op over de locatie en het bezoek van de thuiswerkplek. VerV heeft hiervan een voorbeeld ter inspiratie opgemaakt. Daarin is opgenomen dat werknemer een locatie dient te kiezen waarin hij geconcentreerd kan werken, en die voldoet aan dezelfde omstandigheden als op kantoor. Daarnaast is het aan de werkgever om te informeren over de veiligheids- en gezondheidsvoorschriften, en dus ook specifiek over ergonomie. Het is aan de werknemer om deze afspraken op te volgen. Op deze manier zit er een verplichtend karakter in de schriftelijke overeenkomst.

De preventieadviseur kan de werkplek thuis betreden na voorafgaand overleg en goedkeuring. Noch werkgevers, noch preventieadviseurs hebben de behoefte om te gaan optreden als politieagent om thuiswerkplekken te gaan controleren op ergonomisch materiaal. VerV stelt een meer positieve aanpak voor. De werknemer kan immers ook een werkplekbezoek thuis aanvragen. Dat kan men in de praktijk invullen door een online videoconsult waarin de ergonoom de medewerker helpt bij de inrichting van de werkplek. Daarvoor is ergonomisch materiaal uiteraard wenselijk. 

Meer op senTRAL:


Auteur: Roeland Motmans (VerV)

Gepubliceerd op 14-09-2020

  156