Veiligheid

Federaal ziekteverzuim licht gestegen in 2014

Zoals elk jaar publiceert Medex – dat onder meer instaat voor de controle op het ziekteverzuim van de federale ambtenaren – zijn jaarlijkse studie over het federale ziekteverzuim. In 2014 waren er op  100 ambtenaren gemiddeld 5,71 afwezig wegens ziekte. In vergelijking met 2013 is dit een stijging met 2,5%.

Ten opzichte van vijf jaar geleden is er een lichte, maar geen constante toename van het federaal ziekteverzuim. De voorbije vijf jaar kende het verzuim bij de federale overheid een eerder grillig verloop. Globaal is er een lichte toename (2%), maar die toename was niet constant; het verzuim is dus niet explosief gestegen.

Ook de gemiddelde afwezigheidsduur kende een afwisselend verloop de voorbije vijf jaar. Algemeen kunnen we stellen dat de afwezigheidsduur de afgelopen jaren constant is gebleven.
 

  2010 2011 20122013  2014
 Gemiddelde afwezigheidsduur per ambtenaar 13,5 13,6 13,3 13,4 13,8
  • Gemiddeld 13,8 dagen was een federale ambtenaar in 2014 afwezig door ziekte (dus een stijging van 3%); als we de ambtenaren die nooit verzuimden (in 2014 is dat 33,7%; 1,4% meer dan in 2013) buiten beschouwing laten, tekenen we een gemiddelde van 20 dagen op per zieke ambtenaar
  • De gemiddelde afwezigheidsduur per afwezigheid in 2014 neemt met 6% toe (van 6,5 dagen in 2013 naar 6,9 dagen in 2014);
  • De gemiddelde frequentie daalde dan wel weer met 5% (namelijk van 2,1 keer in 2013 naar 2 keer in 2014).
  • Hoewel ambtenaren dubbel zo vaak afwezig zijn als werknemers uit de privésector (gemiddeld twee keer ten opzichte van 1 keer in de privé), duren hun afwezigheden gemiddeld wel veel korter (gemiddeld 6,9 dagen ten opzichte van – afhankelijk van de bron – 10,8 en 20,5 dagen).

 Ook in 2014 worden de trends uit onze eerdere studies opnieuw bevestigd:
 

  • Het verzuim neemt toe met de leeftijd (in 2014 ook na 60 jaar); de frequentie van de afwezigheidsmeldingen neemt dan weer af met de leeftijd;
  • Statutairen maken geen misbruik van hun benoeming door meer afwezig te zijn dan hun contractuele collega’s (respectievelijk 5,6% en 6,2%).

Stress blijft stijgen

De drie diagnosegroepen met de meeste attesten zijn in 2014 net als in 2013 die met locomotorische problemen (18,8%),  ademhalingsproblemen (18,4%) en ziektes die verband houden met stress (16,8%).

Ook nu zijn de stressgerelateerde ziektes met 28,4% van de verzuimde werkdagen de belangrijkste verzuimoorzaak bij de federale overheid (26,65% in 2013). De tweede plaats wordt opnieuw bezet door locomotorische problemen (23,8%). Sinds 2010 zijn die twee medische verzuimoorzaken dus samen verantwoordelijk voor de helft van het ziekteverzuim. We stellen ook een constante opmars vast bij het aandeel van de verzuimdagen te wijten aan neurologische aandoeningen (van 2,8% in 2008 naar 5,3% in 2014). Het aandeel van kanker is dan weer voor het eerst lichtjes gedaald.

Depressieve problemen zijn verantwoordelijk voor 55% van de afwezigheden binnen de stressgerelateerde aandoeningen met een gemiddelde afwezigheidsduur van 27,1 dagen per persoon. De aandoeningen die een consequente en onmiskenbare band vertonen met professionele stress (uitputting, vermoeidheid, overbelasting, burn-out, werkstress, asthenie, stresssyndroom, …) zijn verantwoordelijk voor 34% van de afwezigheden binnen deze groep. De gemiddelde afwezigheidsduur per persoon varieert van 9,3 dagen voor asthenie tot 23,7 dagen voor burn-out.

Als besluit uit het voorafgaande stelt het rapport dat de evolutie van het verzuim wegens stress bij de federale ambtenaren onrustwekkend blijft. Voor 2014 kan alleen maar een nieuwe verergering vastgesteld worden van de impact van de stress op de gezondheid van de ambtenaren. De absolute cijfers blijven toenemen met een recordwaarde van het aantal verzuimdagen (560.623 kalenderdagen of 28,4% van het totaal aantal afwezigheidsdagen). 

Pas bij toekomstige analyses zal de impact op het ziekteverzuim kunnen geëvalueerd worden van de wetten van 28 februari 2014 en 28 maart 2014 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en het koninklijk besluit van 10 april 2014 met betrekking op de preventie van de psychosociale risico’s op het werk.

Controles

Net als in 2013 daalt het aantal controleopdrachten in 2014. Dit keer met 6% tot 44.251 waarvan in 38.258 gevallen de arts zich kon uitspreken over de gerechtvaardigdheid van de afwezigheid. Van de opdrachten die konden uitgevoerd worden, werd 10% door de werkgever aangevraagd.

Geslacht, leeftijd, niveau of woonplaats zijn geen criteria om een controleopdracht te genereren zodat het aantal controles evenredig is met het aantal afwezigheden binnen deze verschillende categorieën.

In 2014 werden relatief minder afwezigheden ingekort (1,68% ten opzichte van 2,79% in 2013); het aandeel van de afwezigheden die niet gerechtvaardigd waren, steeg een klein beetje (0,38% ten opzichte van 0,32% in 2013). Mede door de daling van het aantal controles zijn er in absolute cijfers slechts twee derden van het aantal ongerechtvaardigde afwezigheden (895) en van het aantal gerecupereerde werkdagen (4.657) geregistreerd ten opzichte van 2013 (respectievelijk 1.352 en 6.492).

Er zijn een aantal vaststellingen die elk jaar opnieuw naar boven komen:
 

  • Drie op vier (75%) controles wordt aan huis bij de ambtenaar uitgevoerd, bijna een vijfde (17%) op het kabinet van de controlearts en 8% kon niet worden uitgevoerd omdat de ambtenaar zich niet aanbood op het kabinet van de arts. In drie vierden van deze laatste gevallen neemt de ambtenaar geen contact op met de arts om uit te leggen waarom hij zich niet kan aanbieden. Dit aandeel blijft elk jaar onveranderd en vraagt dus dringend acties van de werkgevers om dat fenomeen terug te dringen. Het gaat tenslotte toch om 23.255 verzuimdagen die op die manier niet gecontroleerd kunnen worden. In de toekomst zullen deze personen bij een volgende afwezigheid alvast bij voorrang gecontroleerd worden.
  • In het begin van de week (maandag en dinsdag) worden de helft van de controles van de afwezigheden van 1 dag uitgevoerd; de afwezigheden van meerdere dagen worden egaal verspreid over de week gecontroleerd.
  • Mannelijke en jonge ambtenaren maken het meest kans om vervroegd terug aan het werk gestuurd te worden, net zoals de ambtenaren van niveau C en D en contractuelen en stagiairs;
  • De afwezigheden van Franstalige ambtenaren zijn vaker gerechtvaardigd dan die van hun Vlaamse collega’s.

In 2014 werden de beslissingen van de controleartsen het minst betwist. Er waren slechts 9 arbitrageprocedures waarvan de ambtenaar in 7 gevallen gelijk kreeg.

U kan het volledige rapport nakijken op de website van de FOD Volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu.


 

Gepubliceerd op 15-09-2015

  17