Fedris wijzigt standpunt over COVID-19 besmetting als arbeidsongeval

Fedris heeft zijn initiële standpunt over COVID-19 als arbeidsongeval bijgestuurd. Een besmetting kan wel degelijk als arbeidsongeval erkend worden, mits vier voorwaarden tegelijk zijn vervuld.
 
 

Vrij snel bij het begin van de coronapandemie heeft Fedris, het Federaal Agentschap voor Beroepsrisico’s, COVID-19 als beroepsziekte erkend voor een (intussen uitgebreide) groep van specifieke beroepen. In enkele senTRAL-artikels argumenteerde Chris Persyn (Cautius) evenwel dat een besmetting met COVID-19 ook als een arbeidsongeval beschouwd zou kunnen worden, mits er tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst een plotselinge gebeurtenis kan worden aangetoond die de besmetting kan veroorzaakt hebben.

Fedris deelde toen dat standpunt niet, onder meer met het argument “…technisch kan het uitstoten van ademhalingsdruppeltjes (…) dus gekwalificeerd worden als plotse gebeurtenis, aangezien het gaat om een goed bepaalde gebeurtenis in tijd en ruimte die men kan isoleren en aanwijzen als de oorsprong van het letsel. Echter, die plotse gebeurtenis is bijna onwaarneembaar (in de meeste gevallen). Bepalen welk contact juist aan de oorsprong van de besmetting ligt, zal in de grote meerderheid van de gevallen onmogelijk blijken, temeer daar de incubatieperiode varieert van 5 tot 21 dagen.“

Inmiddels is dat standpunt op de website van Fedris genuanceerd. De FAQ van Fedris formuleert het antwoord nu als volgt:

“Kan Covid-19 erkend worden als arbeidsongeval?

Onze kennis over het SARS-CoV2-coronavirus dat COVID-19 veroorzaakt, neemt toe: vandaag de dag weten we met zekerheid dat het virus zich van persoon tot persoon verspreidt via kleine druppeltjes die vrijkomen bij hoesten of niezen. Via die druppeltjes belandt het virus in de lucht, op voorwerpen en op oppervlakken. Het virus kan zo elke persoon besmetten die de druppeltjes inademt of ze op de handen krijgt en mond, neus of ogen aanraakt. Besmetting vereist geen langdurig of herhaald contact met het virus: een kortstondig en zelfs eenmalig contact volstaat.
In die zin valt de erkenning van COVID-19 als arbeidsongeval te overwegen in bepaalde concrete situaties, mits de volgende vier voorwaarden tegelijk zijn vervuld: een plotse gebeurtenis (1), die een letsel heeft veroorzaakt (2) en die optrad tijdens (3) en door het feit van (4) de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. 
Het slachtoffer dat een aanvraag indient voor de erkenning van een arbeidsongeval moet dan bewijs leveren van het plotselinge voorval, het letsel en het feit dat hij bezig was met de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst, en dus onder het gezag van zijn werkgever stond, op het tijdstip van het voorval. 
Als het slachtoffer erin slaagt het bewijs van die drie elementen te leveren, is er een vermoeden dat het letsel verband houdt met het ongeval en dat het wel degelijk wegens de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst is dat de plotse gebeurtenis is opgetreden, tenzij de wetsverzekeraar een van die vermoedens kan weerleggen.
Vanuit technisch oogpunt kan men de uitstoot van ademhalingsdruppeltjes of het contact met een oppervlak dat met die druppeltjes is bedekt, beschouwen als een plotse gebeurtenis, aangezien dat een duidelijk in tijd en ruimte afgebakende gebeurtenis betreft, voor zover men die gebeurtenis kan isoleren en kan aanwijzen als de oorsprong van het letsel en voor zover zij optreedt binnen de termijn die momenteel als incubatietijd wordt aanvaard.
Daarom kan het bewijs van een contact met een besmette persoon (cliënt, collega of iedere andere persoon met wie de werknemer in contact komt tijdens de uitvoering van zijn werk) of met een besmet voorwerp worden beschouwd als een plotselinge gebeurtenis. 
Er zij aan herinnerd dat het slachtoffer het bewijs van de plotselinge gebeurtenis kan leveren met alle mogelijke rechtsmiddelen, met inbegrip van getuigenissen.
Er zij met aandrang op gewezen dat de loutere vaststelling, zelfs indien bewezen, dat de besmetting mogelijk niet heeft plaatsgevonden als gevolg van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst of nog, dat de besmetting mogelijk niet het resultaat is van contact met een besmette persoon in het beroepsleven, niet volstaat om de wettelijke vermoedens te weerleggen.
Gezien die overwegingen meent Fedris dat, in welbepaalde gevallen, mogelijk is voldaan aan alle voorwaarden die noodzakelijk zijn voor de erkenning van een arbeidsongeval. Elke aanvraag die in die zin wordt ingediend, zal uiteraard aandachtig worden onderzocht.
In geval van weigering door de wetsverzekeraar mag het slachtoffer Fedris altijd vragen de beslissing van de verzekeringsmaatschappij te onderzoeken. 
Indien het slachtoffer het oneens is met de beslissing van de verzekeringsmaatschappij of van Fedris, kan het de zaak voorleggen aan de Arbeidsrechtbank.”

Lees ook: 


Auteur: Joris De Vroey

Gepubliceerd op 25-09-2020

  712