Het re-integratietraject wint veld

 Co-prev heeft de re-integratiecijfers tot en met eind juni 2020 verzameld. Ondanks de coronacrisis in het tweede kwartaal van 2020 is er (nog) geen trendbreuk te zien.
 

Co-prev is de overkoepelende dienst voor alle Belgische Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het Werk. Ze hebben de gegevens verzameld van alle officiële re-integratietrajecten die hebben plaatsgevonden sinds de start in 2017.

Sinds die opstart is er een gestage toename van de re-integratietrajecten. In 2019 waren er al zo’n 32.000 integratietrajecten. Maar dat blijft nog maar een fractie van alle re-integraties, want die vinden nog steeds voornamelijk plaats via de administratief minder belastende ‘gewone’ werkhervattingsonderzoeken. Er is wel een stijging in vergelijking met 2018 (27.500) en 2017 (15.000). De stijging zette zich verder in het eerste kwartaal van 2020, maar door de coronacrisis was er een lichte terugval in het tweede kwartaal.

Meer aanvragen van werkgevers

Waar de aanvragen in 2017 nog voornamelijk uitgingen van de werknemer zelf (60%), voornamelijk in het kader van een vraag tot medische overmacht, is het sinds 2018 voornamelijk de werkgever die een dergelijk traject initieert (40%; nog 30% van de werknemer). Na een eerste sprong begin 2018, toen re-integratietrajecten ook mogelijk werden voor werknemers die langer dan een jaar arbeidsongeschikt waren, is dat cijfer gestabiliseerd. Het aandeel van aanvragen via de mutualiteit is stelselmatig toegenomen, van amper 6% in 2017 naar meer dan 20% in 2020.

(bron: Co-Prev)

Er zijn vijf beslissingen mogelijk bij een RIT:

  • tijdelijk ongeschikt voor het overeengekomen werk met al dan niet aangepast werk mogelijk (A en B)
  • definitief ongeschikt (C en D)
  • de beslissing dat een opstart nog niet mogelijk is (E)

Veruit de vaakst voorkomende beslissing blijft D (de vroegere ‘medische overmacht’), maar ook steeds minder: van rond 70% in 2017 naar iets boven 50% in 2020.

Wat betreft de legale as van de onderneming, is sinds de opstart een lichte maar gestage stijging te zien in aantal opgestarte re-integratietrajecten in de bedrijven categorie A (van 23% naar 29%), en een daling in de bedrijven van categorie D (van 27% naar 22%).

Evolutie

Sinds het KB Re-integratie blijft het aantal re-integratietrajecten klein, wanneer het beschouwd wordt in het volledige kader van alle re-integraties na een arbeidsongeschiktheid van een maand of meer. Toch neemt het aantal wel gestaag toe, voornamelijk door het hoger aantal opgestarte trajecten uitgaande van de adviserend artsen van de mutualiteiten.

De inhoudelijke beslissingen blijven grosso modo gelijk. Met de huidige coronacrisis en de (naar alle waarschijnlijkheid hieruit resulterende) economische crisis, valt wel nog af te wachten hoe deze cijfers verder gaan evolueren.

 
 


Auteur: Edelhart Kempeneers

Gepubliceerd op 24-09-2020

  7