Hoe als preventieadviseur omgaan met valgevaar op gras?

Een groot bedrijf voert een verbod in voor het personeel om op het gras te lopen. Dit gebeurt na de melding van een gevaarlijke situatie. Het verbod is besproken op het comité preventie en bescherming. De nodige verbodsborden zijn aangebracht. Een sanctiebeleid voor de eigen werknemers en voor de externen is hieraan gekoppeld. Een werknemer van de contractoren werd voor het lopen op het gras van het bedrijfsterrein verwijderd. Is dergelijk verbod om op het gras te lopen nu een goede zaak of juist niet?

Waarom verbodsmaatregel ingevoerd?

Er is een risico op arbeidsongeval bij het lopen in het gras. Op basis van de kwantitatieve risico-analyse door de preventiedienst, werd het risico op arbeidsongevallen te hoog ingeschat. Dit risico was verhoogd door putten in het gras door konijnen …  Als preventiemaatregelen werd een stenen pad aangelegd en iedereen moet op dit pad lopen. Is dit verbod om over het gras te lopen een overdreven maatregel of juist niet?  Zijn alle risico’s op ongevallen uit te sluiten?   Wordt het sturen op ‘eerder banale’ zaken zoals het lopen over gras gevolgd door andere ‘overdreven’ maatregelen.  Met andere woorden: wat zijn de volgende stappen die het bedrijf zal nemen?

Valkuilen voor preventieadviseur: nulrisico bestaat niet

Wanneer we deze case bekijken zijn hier toch wel meer opmerkingen op te maken. Wat is een goed preventiebeleid, wat is een goede preventieadviseur, enz.

Vooreerst kan gesteld worden dat een nulrisico niet bestaat. Sommige risico’s moeten aanvaard worden. Welke risico’s aanvaard worden en welke niet hangt af van de context van de organisatie. Risico’s die een bepaalde organisatie aanvaardt, zijn onaanvaardbaar voor een andere organisatie. 

Iedere preventieadviseur heeft zijn eigen aanpak. Toch zijn bepaalde zaken door elke preventieadviseur te vermijden. Ik wil er hier graag enkele opsommen: 
  • vermijden zich bezig te houden met onbelangrijke zaken. Focus voornamelijk op belangrijke risico’s;
  • vermijd een straffende stijl van optreden. Een positieve aanpak is altijd te verkiezen boven een repressieve aanpak;
  • vermijd om elke risico te willen uitsluiten. Bijvoorbeeld het risico op fietsen, het risico bij sporten (voetbal spelen) of het risico bij het drinken van warme koffie, zijn naar mijn mening niet de belangrijkste risico’s in de organisatie. Los van het feit of in het verleden hier een melding van een gevaarlijke situatie is geweest of een arbeidsongeval is gebeurd, aanzie ik dit eerder als banale risico’s waar de preventieadviseur geenszins heel de tijd mee moet bezig zijn. Hetzelfde geldt voor het lopen op een trap.  Op zich is er weinig verschil met op een trap lopen thuis of op de werksituatie.  Het aanbrengen van stickers ‘hou de leuning vast’ vind ik dan ook minder relevant voor de preventieadviseur om zich hiermee bezig te houden. Het risico van het op- en afgaan van de trap is immers niet verschillend op het werk op thuis, en thuis denkt er niemand aan om een sticker op de leuning te plakken;
  • vermijd zenuwachtigheid. Ik ken enkele preventieadviseurs die onmiddellijk in paniek schieten zodra iets gebeurt. Probeer eerst de zaak te onderzoeken en handel pragmatisch. Bepaalde zaken zijn niet beïnvloedbaar. De maatschappij is niet maakbaar en dit geldt ook voor een bedrijfsorganisatie;
  • wetgeving of aansprakelijkheid mogen niet dienen om zich achter te verschuilen. Het is een onhebbelijke gewoonte van sommige preventieadviseurs om acties te rechtvaardigen ‘omdat het een wettelijke verplichting is’. Nergens in de wetgeving is er sprake van een verbod op het lopen op gras of het aanbrengen van een pictogram op de leuning van een trap. Heel dikwijls in gesprekken met preventieadviseurs – dit gaat ook op voor brandweer- of politiediensten – wordt gesteld: die verantwoordelijkheid wil ik niet nemen.  Ik vind dit niet echt een argument om een veiligheids- en gezondheidsbeleid op te baseren;
  • vermijd u te verschuilen achter de ‘adviserende’ rol van de preventieadviseur. De voorbeelden van verbod om te lopen over gras of het vastnemen van de leuning bij het lopen over de trap, worden uiteindelijk geïnitieerd en georganiseerd door de preventieadviseur. Geen enkele leidinggevende neemt hiervoor het initiatief;
  • de kwalitatieve risicoanalyse illustreert hier haar beperkingen. Op basis van kans van optreden op een ongewenste gebeurtenis, hier het omslaan van je voeten bij het lopen op gras of het struikelen bij het op- en aflopen op de trap, is relatief groot. De activiteite gebeurt dagelijks door een groot aantal medewerkers, waardoor dit op basis van kans en gevolg snel een onaanvaardbaar risico wordt. Maar, op basis van aanvoelen van de normale medewerkers, is dit geen onaanvaardbaar risico.  Medewerkers vinden dat de preventieadviseur een methode gebruikt voor de risicoanalyse die niet overeenkomt met het aangevoelde risico. Hierdoor menen medewerkers dat de door de preventiedienst gebruikte methoden om de risico’s te analyseren, onjuist is. De juistheid van de risicoanalyses voor contact met bewegende delen, val van hoogte, elektrocutie, blootstelling aan gevaarlijke stoffen, enz. worden door medewerkers aanzien als onjuist, gezien de methode van analyse dezelfde is als deze die gebruikt werden om de risico’s voor het verbod van lopen over gras.
‘Risico’ is een bepaalde manier om gevaar te meten. De term ‘risico’ wordt gebruikt om een indruk te geven over de waarschijnlijkheid waarmee een ongewenste gebeurtenis kan optreden en met welk gevolg. In deze betekenis wordt het begrip gebruikt als we zeggen: bij iedere tocht van 1.000 km met een auto loop je het risico van 1 op 5.000 dat je een dodelijk ongeluk krijgt. In deze betekenis heeft risico dus altijd te maken met een combinatie van twee aspecten: kans en gevolg. Zegt men dat het risico klein is, dan kan het dus zowel op het kans- als gevolgaspect betrekking hebben.


Oplossing om verschil tussen objectief, berekend risico en subjectief risico te vermijden

De discrepantie tussen het objectief berekend risico en het subjectief, ervaren risico van de werknemer, kan worden vermeden door de risicoanalyse en -evaluatie participatief uit te voeren.  Indien de kennis en de ervaring van de medewerkers wordt gebruikt bij de inventarisatie en de beoordeling van de risico’s, wordt het verschil in visie vermeden.  Verschil in aanvoelen geeft het in de psychologie goed gekende begrip van ‘cognitieve dissonantie’ (Festinger), waarbij er een onaangename spanning ontstaat wanneer de eigen opvattingen verschillen met deze overtuigingen van de preventieadviseur en/of de organisatie. Deze participatieve risicobeoordeling is trouwens ook voorzien in ISO 45001:2018.
 

Gepubliceerd op 12-10-2018

Jan Dillen
Auditor @ Vincotte / VCA-coördinator
  182