Hoe coronaveilige afscherming plaatsen in een voertuig volgens instructies van overheid?


 Vele organisaties passen hun voertuigen aan om de werknemers ‘corona-proof’ hun verplaatsingen te laten doen. Bij verschillende werknemers in één voertuig worden dikwijls scheidingswanden in plexi, plasticfolie e.d. voorzien. Het plaatsen van deze plexiwanden gebeurt met de beste bedoelingen, maar deze dienen toch te voldoen aan minimale eisen. Hierover publiceerde de overheid een instructie, de instructie VO/MOW/INST.TK/2020-08 voor de automobielinspectie. Deze instructie is sinds 4 mei van toepassing.
 
Enkel voor flexibele afschermingen die eenvoudig te verwijderen zijn

De instructie van 30 april 2020 over het plaatsen van demonteerbare afschermingen in voertuigen geeft nuttige informatie aan de bedrijfsorganisaties, maar is oorspronkelijk bedoeld voor de automobielinspectie. Richtlijnen voor het plaatsen van de demonteerbare afschermingen in bedrijfsvoertuigen dienen immers de nodige waarborgen te bieden naar kwaliteit van bescherming tegen het coronavirus zonder de veiligheid tijdens het rijden in het gedrag te brengen. Het gaat in deze instructie wel degelijk over demonteerbare flexibele transparante afschermingen en niet over permanente afschermingen.   Een demonteerbare afscherming is een afscherming die gemakkelijk kan verwijderd worden, zonder gebruik van gereedschap. Wanneer bijvoorbeeld steeksleutels nodig zijn, kan er geen sprake zijn van een demonteerbare afscherming, en is de instructie niet van toepassing. Het niet voldoen aan de eisen van de instructie, kan worden gesanctioneerd.

Eisen aan demonteerbare afschermingen
Deze demonteerbare afschermingen dienen te voldoen aan volgende eisen:
  • het zichtveld van de bestuurder en indirect zicht (spiegels) moet behouden blijven
  • lichtdoorlaatbaarheid bedraagt minstens 70% (bij twijfel een attest van de leverancier van de afscherming vragen met vermelding van de benaming van de kunststof en de lichtdoorlaatbaarheid)
  • de afschermingen mogen geen gevaarlijke oneffenheden of scherpe randen/kanten/hoeken vertonen die het risico op of de ernst van letsels kunnen vergroten - bij twijfel over de afrondingen van de hoeken is de minimale afrondingsstraal 3.2 mm (ECE R21)
  • de bevestigingen mogen geen gevaarlijke oneffenheden of scherpe randen/kanten vertonen die het risico op of de ernst van letsels kunnen vergroten
  • het materiaal van de afschermingen moet flexibel zijn (versplintert niet of zeer moeilijk): hoogwaardig en slagvast polycarbonaat of gelijkwaardig; acrylaat (plexiglas) is niet toegelaten
  • als alternatief zijn soepele transparante gordijnen in kunststof toegelaten mits ze te allen tijde goed opgespannen blijven
  • de afscherming moet gemakkelijk demonteerbaar zijn (zonder gereedschap) bij ongeval of brand
  • indien een afscherming is geplaatst tussen passagiers of tussen de bestuurder en de passagier(s), dan moet er tenminste één toegangs- en uitgangsweg zijn die onbelemmerd bereikbaar is
  • alle bedieningsorganen van het voertuig moeten goed bereikbaar zijn (speciaal geval voor lesvoertuigen waarbij de versnellingspook bereikbaar moet zijn voor de begeleider)
  • de goede werking van veiligheidssystemen zoals veiligheidsgordels, airbags,… mag niet gehinderd worden door de afscherming(en)
  • de afscherming mag niet los op een zetel rusten (kan omvallen of wegschuiven tijdens het rijden)
(foto: voorbeeld van een correcte afscherming - bron: Dep. Mobiliteit en Openbare werken)
 

Auteur: Jan Dillen

Gepubliceerd op 27-05-2020

  216