IDEWE-onderzoek bevestigt: 7 op de 10 werknemers bewegen te weinig


(foto: CanstockPhoto)


 Regelmatig voldoende bewegen verkleint het risico op hart- en vaatziekten, een hoge bloeddruk, overgewicht en diabetes. Bovendien versterkt sporten spieren en botten, leidt het tot minder stress en kan het de slaapkwaliteit verbeteren.
 

De Wereldgezondheidsorganisatie schrijft voor om minstens vijf dagen per week een half uur matig te bewegen of drie dagen een klein half uur intensief te bewegen. ‘Matig bewegen’ is bijvoorbeeld stevig wandelen of fietsen aan minder dan 20 km/uur, terwijl intensief bewegen synoniem is voor lopen of fietsen aan 20 km/uur.

Wat blijkt? Maar liefst 70,2% van de Belgische werknemers haalt deze richtlijn niet. En hoe ouder, des te minder we bewegen: 73% van de 45-plussers haalt de bewegingsnorm niet, tegenover 63,8% van de werknemers jonger dan 25.

Welke sectoren halen de bewegingsnorm?

Een belangrijke nuance bij het IDEWE-onderzoek is dat enkel de beweging buiten de beroepsactiviteit werd meegerekend. Dit verklaart deels waarom de werknemers in de horeca het slechtst scoren; zij leggen al heel wat stappen af tijdens hun dagelijkse job. Maar ook in de transportsector en de handel is nog werk aan de winkel. Daar beweegt respectievelijk 74,9% en 73,3% van de werknemers niet voldoende. De overheids- en de onderwijssector halen het beste rapport.

Werknemers die minder dan 150 minuten bewegen per sector:
  • Horeca (76,4%)
  • Transport (74,9%)
  • Handel (73,3%)
  • Bouw (73,1%)
  • Diensten (71,9%)
  • Gezondheidszorg (71,4%)
  • Industrie (68,6%)
  • Onderwijs (66,7%)
  • Overheid (63%)
Ruim de helft van de werknemers is te dik
Onvoldoende beweging leidt logischerwijze tot overgewicht. Maar liefst 55,4% van de Belgische werknemers torst te veel kilo’s mee. Bijna één op de vijf (19,3%) heeft zelfs een BMI van meer dan 30 en is dus obees. Verontrustend hierbij is dat het aantal werknemers met overgewicht gestaag blijft toenemen. In 2018 was dit nog bijna een procent minder (54,6%), en in 2011 was ‘slechts’ 51,4% van de werknemers te zwaar.

Wie heeft het ‘zwaarste’ beroep? Mannen (61,2%) zitten vaker in de ‘zwaargewichtklasse’ dan vrouwen (47,5%), en hun aantal neemt ook sneller toe. Over een periode van zeven jaar kwamen er 3,5% meer mannen met overgewicht bij, tegenover 2,9% bij de vrouwen. De overtollige kilo’s nemen ook toe met de leeftijd: onder de 25 jaar is 35% te zwaar, bij de groep van 25 tot 34 jaar is dat 46,1% en bij de 55-plussers zelfs 64,5%.

De verschillen qua sector zijn frappant: in het onderwijs kampt bijna de helft van de werknemers met overgewicht (48,8%), terwijl in de transportsector ruim 7 op de 10 werknemers (71,6%) een BMI heeft van 25 of meer. De bouw- en de industriesector volgen met respectievelijk 62,3% en 59,9%. Niet toevallig zijn dit sectoren waar mannen oververtegenwoordigd zijn. Toch blijkt uit het onderzoek dat zowel de leeftijd als het geslacht deze grote verschillen niet alleen verklaren. Ook de beroepssector heeft een impact. 
 
In welke sectoren komt zwaarlijvigheid het vaakst voor?
  • Transport: 71,6%
  • Bouw: 62,3%
  • Industrie: 59,9%
  • Overheid: 58%
  • Handel: 54,7%
  • Diensten: 52,9%
  • Horeca: 50%
  • Gezondheidszorg: 49,1%
  • Onderwijs: 48,8%

Het grootste percentage zwaarlijvige werknemers (BMI ≥ 30) vinden we in de transportsector (30,4%). Bij de mannelijke 45-plussers van deze sector is zelfs ruim 1 op de 3 obees (35,6%).

Obesitas kan tot ernstige gezondheidsrisico’s leiden. Aangezien de sector deels bepalend is voor ons overgewicht en voor de hoeveel we bewegen, zijn er meer acties nodig per sector. Deze acties moeten laagdrempelig en plezierig zijn, waardoor het draagvlak bij zowel werkgevers als werknemers voldoende groot wordt. Samen meer bewegen bevordert bovendien de team spirit binnen een afdeling of organisatie.

En last but not least: fittere werknemers zijn minder ziek, waardoor het arbeidsverzuim daalt. Hierdoor stijgt de productiviteit en dalen de ziektekosten. 

Gepubliceerd op 21-01-2020

  16