Jaarlijks worden 10.000 arbeidsongevallen niet aangegeven in België

We stellen vast dat het aantal zware arbeidsongevallen in België niet daalt. Enkel het aantal lichte arbeidsongevallen kent een daling, maar dat is wellicht te wijten aan een andere zorgwekkende evolutie, namelijk arbeidsongevallen die niet aangegeven worden. Die worden ook wel eens ‘Tipp-Ex-ongevallen’ genoemd, omdat niet-aangifte een ongeval maskeert zoals ‘Tipp-Ex’ vroeger een schrijffout op papier verborg.
 

In België overlijdt gemiddeld elke twee dagen een werknemer door een arbeidsongeval. In 2018 stond de teller op 139 overlijdens. Van deze slachtoffers kwamen 80 mensen om het leven bij een arbeidsongeval op de werkvloer, nog eens 59 mensen stierven in een ongeluk op weg naar of van het werk. Bovendien zijn er dagelijks gemiddeld zowat 85 mensen die een handicap en blijvende arbeidsongeschiktheid oplopen bij een werkongeval.

Volgens Fedris, het federaal agentschap voor beroepsrisico’s, zijn er wellicht jaarlijks 10.000 arbeidsongevallen mét werkverlet die niet worden aangegeven. Dat is een aanzienlijk aandeel tegenover de naar schatting 90.000 geregistreerde ongevallen met tijdelijke of blijvende ongeschiktheid. Anders gezegd: 1 op 9 arbeidsongevallen wordt niet aangegeven.

Waarom niet?

Werkgevers zijn verplicht om een arbeidsongevallenverzekering af te sluiten en elk arbeidsongeval - hoe licht het ook is - (correct) aan te geven. Wat zijn mogelijke redenen van deze onderaangifte?

  • Arbeidsongevallen zijn niet alleen een ingrijpende gebeurtenis voor de betrokken werknemer, maar zorgen ook voor extra administratie, vervelende vragen en hoge kosten voor de werkgever. Het niet of foutief aangeven van een ongeval zorgt voor ‘clean sheets’ in de statistieken van de onderneming.
  • Werknemers die geconfronteerd worden met een (licht) arbeidsongeval, zwijgen hier soms zelf over. Ze zijn immers bang voor een mogelijke sanctie of het wegvallen van een bonus of promotie.
Gevolgen

Het niet of foutief aangeven van een arbeidsongeval kan echter verstrekkende gevolgen hebben voor werkgever én werknemer:

  • Fedris controleert de afhandeling en correcte vergoeding van slachtoffers bij een arbeidsongeval. Het agentschap houdt hierbij ook rekening met bijvoorbeeld de juiste loonschalen en eventuele premies. Bij een niet-aangifte van een ongeval loopt de onderneming dus misschien inkomsten mis.
  • Vele jaren na een ongeval kunnen toch plots gezondheidsproblemen opduiken. Een niet-aangifte heeft tot gevolg dat een werkgever later alle verantwoordelijkheid van zich af kan schuiven. Als werknemer moet je later dan zelf opdraaien voor alle kosten.
  • Een structurele onderaangifte leidt tot een vertekend beeld van officiële data. Hierdoor wordt het moeilijker om probleemsituaties op te sporen, te controleren en trends te ontdekken. En dit zorgt ervoor dat het extra lastig wordt om toekomstige ongevallen te vermijden.
  • Elke onderneming moet verplicht een arbeidsongevallenverzekering afsluiten. Die verzekering betaalt bij een officiële aangifte alle (medische) kosten van een ongeval. Bij een niet-aangifte komt de verzekering niet tussenbeide, en worden alle medische kosten dus afgeschoven op de mutualiteiten en de sociale zekerheid.
  • Werkgevers die vaker ongevallen hebben dan sectorgenoten, riskeren sancties. Een onderaangifte zorgt voor vertekende ongevallencijfers in een sector. Hierdoor worden eerlijke werkgevers gestraft wanneer zij wel ongevallen aangeven.

Over deze problematiek blijft veel informatie onder de waterlijn verborgen. In het kader van dit artikel verwijzen we daarom graag naar een LinkedIn-enquête die momenteel online staat (auteur: Bart Vanraes, freelance preventieadviseur). Met deze vragenlijst wil de auteur ondernemingen, werknemers, preventieadviseurs en HR-professionals uitnodigen om feedback en suggesties te geven. 

Gepubliceerd op 20-09-2019

  211