Kan de preventieadviseur strafrechtelijk verantwoordelijk zijn voor Covid-19 besmetting?


 Nieuw is ze stellig niet, maar de vraag of, en zo ja wanneer een preventieadviseur zelf strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gesteld blijft terugkeren. Ook en misschien zelfs nog meer in de bijzondere tijden die we actueel doormaken.


-- Basisvoorwaarden voor strafrechtelijke verantwoordelijkheid

In essentie zal binnen het welzijnsrecht sprake zijn van strafrechtelijke verantwoordelijkheid indien voldaan is aan drie voorwaarden :

  1. er moet een inbreuk zijn op een concrete wetsbepaling die beveiligd wordt door een strafsanctie (het legaliteitsbeginsel),
  2. iemand moet daar schuld aan hebben (het personaliteitsbeginsel) en
  3. die ‘iemand’ moet tenslotte beslissingsbevoegdheid hebben (de schuldtoerekening)

Inbreuken op concrete bepalingen uit de Welzijnswet en zijn uitvoeringsbesluiten kunnen met andere woorden aanleiding geven tot de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de werkgever en/of leden van de hiërarchische lijn die door nalatigheid of onachtzaamheden schuld hebben aan deze miskenning.

-- De taken van de preventieadviseur

De taken van de preventieadviseur zijn in wezen adviserend van aard en geven hem slechts hoogst uitzonderlijk beslissingsbevoegdheid. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de werkgever in een bedrijf met minder dan twintig werknemers zelf de functie van preventieadviseur vervult; of wanneer de preventieadviseur uitdrukkelijk de taak krijgt iets zelf te beslissen of te doen: ingeval van dringende noodzakelijkheid en onbereikbaarheid van de directie, of (voor de preventieadviseur psychosociale risico’s) een verzoek met hoofdzakelijk collectief karakter zo snel mogelijk schriftelijk door te spelen. Deze uitzonderingen blijven vrij theoretisch.

Een andere situatie is dat niet: wanneer een functie als preventieadviseur wordt gecombineerd met taken als leidinggevende maakt de betrokken werknemer door die laatste taken toch deel uit van de hiërarchische lijn. Nalatigheid of onachtzaamheid bij het uitoefenen van dat deel van de functie kan uiteraard wel aanleiding geven tot strafrechtelijke verantwoordelijkheid.

-- De rechtspraak

Omvangrijk is ze niet, de rechtspraak waarin de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de preventieadviseur aan bod komt. Dit bevestigt op zich reeds dat een strafrechtelijke veroordeling van een preventieadviseur eerder uitzonderlijk blijft.

Onder vigeur van het Voorkomingsbesluit uit 1975 gebeurde het wel eens dat een veiligheidschef (de voorloper van de preventieadviseur) werd veroordeeld naar aanleiding van een ernstig arbeidsongeval. Ook in die periode tonen andere uitspraken dan weer aan dat men zich toen ook reeds bewust was van het in essentie adviserende karakter van zijn taken. Ook na 1996 blijven rechterlijke uitspraken erg schaars, en wordt in regel beslist dat de preventieadviseur geen beslissingsbevoegdheid heeft en dan ook niet kan worden veroordeeld wegens inbreuken op de Welzijnswet. Anders ligt dat bij cumulatie van functies: wanneer een werknemer die deel uitmaakt van de hiërarchische lijn ook fungeert als preventieadviseur, kan hij worden vervolgd en veroordeeld op grond van fouten gemaakt in de hoedanigheid van lid van de lijn.

-- Wat bij miskenning van de Generieke Gids?

Er bestaat weliswaar wat onduidelijkheid over, maar de Generieke Gids maakt formeel geen deel uit van de Welzijnswet en kan evenmin worden beschouwd als een uitvoeringsbesluit van die wet (zie onze bijdrage ‘Welzijnswetgeving en Covid-19: het bos en de bomen’). Er kan hier dan ook geen gebruik worden gemaakt van de bepalingen uit het sociaal strafwetboek die inbreuken op de Welzijnswet en zijn uitvoeringsbesluiten bestraffen.

Ook het ministerieel besluit van 23 maart 2020 biedt geen grondslag tot strafvervolging wegens het niet naleven van de Generieke Gids. Daargelaten nog het gegeven dat artikel 3 van dit besluit de gids voor essentiële bedrijven enkel aanbeveelt ‘als inspiratiebron’ stellen we vast dat artikel 10 van dit besluit geen strafbepalingen bevat voor inbreuken op de artikelen waarin verwezen wordt naar de Generieke Gids. Ook hier geen rechtsgrond voor strafvervolging dus.

Vrijheid, blijheid dan maar? De Welzijnswet blijft uiteraard onverkort gelden, ook in Covid-19 tijden. En die vereist dat niet enkel een risicoanalyse wordt gemaakt in de nieuwe context die we kennen, maar evenzeer dat passende preventiemaatregelen worden genomen. En laat het nu precies één van de betrachtingen zijn van de auteurs van de Generieke Gids de werkgevers te helpen bij het naleven van deze verplichtingen. Niet de miskenning van de Generieke Gids op zich, maar van de verplichtingen uit de Welzijnswet en zijn uitvoeringsbesluiten blijven met andere woorden de grondslag vormen voor mogelijke strafvervolging. En het risico daarop bestaat in essentie voor wie binnen de onderneming beslissingsbevoegdheid heeft: de werkgever en de hiërarchische lijn.

Een uitgebreider artikel over dit onderwerp kan u vinden op senTRAL.

Auteur: Chris Persyn - Cautius.be

Gepubliceerd op 26-06-2020

  86