Veiligheid

Nieuwe tarifering van de externe diensten: 3 vragen uit de praktijk toegelicht

Door de wet en het KB van 27 november 2015 onderging de tarifering van de externe diensten PBW een belangrijke wijziging. Naar aanleiding van het webinar op 20 januari 2016, waarin Valérie Vervliet de nieuwe tarifering kwam toelichten, ontvingen we een groot aantal vragen. We selecteerden enkele vragen en de bijhorende antwoorden van Valérie Vervliet.

Vraag 1: Wat als je met verschillende juridische entiteiten, met uiteenlopende NACE-codes of delen ervan, één technische bedrijfseenheid vormt, en als dusdanig ook aansluit bij een externe dienst PBW? Andere delen van deze juridische entiteiten kunnen bv. op zichzelf of met andere (delen van) de juridische entiteit een technische bedrijfseenheid vormen die bij een andere externe dienst aangesloten zijn: op welke basis gebeurt dan de tarifering (laagste, hoogste, gemiddelde tarief en/of rekening houdend met aantal personeelsleden per ‘NACE code’)?

Antwoord vraag 1 - Het principe is: het tarief voor de externe dienst wordt bepaald op grond van de hoofdactiviteit van de werkgever als juridische entiteit. Wanneer een juridische entiteit bestaat uit verschillende technische bedrijfseenheden, wordt het tarief bepaald per  juridische entiteit. Een bedrijf dat bestaat uit verschillende  juridische entiteiten, moet eveneens  per juridische entiteit het bedrag bepalen. 
 
Het gaat om een minimumtarief. Wat men dus eventueel wel kan doen is het hoogste tarief kiezen voor een bepaalde technische bedrijfseenheid. Bv. Een universiteit zit als hoofdactiviteit in tariefgroep 2: dit tarief geldt dan ook in principe voor het volledige  personeel. Maar als de universiteit ook een academisch ziekenhuis omvat, die onder diezelfde juridische entiteit zit,  kan men er voor kiezen om het academisch ziekenhuis er apart uit te lichten en voor  alle ziekenhuispersoneel tariefgroep 5  kiezen (aangezien gezondheidszorg als hoofdactiviteit onder tariefgroep 5 zit). Het omgekeerde kan niet: als de hoofdactiviteit van de juridische entiteit  in tariefgroep 5 zit, kan men niet 1 onderdeel ervan (zoals een TBE) naar tariefgroep 2 overhevelen.
 
Besluit: er is speling mogelijk, maar voor een contract met een externe dienst PBW moet het tarief voor elke juridische entiteit apart bepaald worden.


Vraag 2: De risicoanalyse beeldschermwerk vervangt het voormalige (3 of 5-jaarlijks) medisch onderzoek voor beeldschermwerkers. Betekent dit dat die werknemers, indien ze geen klachten hebben, helemaal geen medisch onderzoek meer moeten ondergaan?

Antwoord vraag 2 - Dat klopt in de mate dat zij niet eventueel onderworpen zijn omwille van andere risico’s. De werkgever moet de regelingen van het KB betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers blijven toepassen en een lijst maken van de werknemers die onderworpen zijn aan gezondheidstoezicht. Maar als beeldschermwerk effectief het enige risico is, dan zal de werknemer in principe niet meer automatisch een medisch toezicht moeten ondergaan: als echter uit de risicoanalyse beeldschermwerk en uit de daaropvolgende vragenlijst blijkt dat een werknemer medische problemen heeft omwille van beeldschermwerk, moet de werknemer toch een medisch onderzoek voor het risico beeldschermwerk krijgen. Als werknemers bovendien toch graag een keer de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer willen zien, bv. omdat men klachten heeft die al dan niet met beeldschermwerk te maken hebben, dan kan men steeds via een spontane raadpleging bij de arbeidsgeneesheer terecht. Dit is zelfs mogelijk zonder de werkgever hierin eerst te kennen.  

 
Vraag 3: De kostprijs voor de EDBW stijgt voor mijn bedrijf fors. Het zal niet evident zijn om de preventie-eenheden op te gebruiken, gezien er veel zaken intern behandeld worden. Is het de bedoeling dat er een taakverschuiving gebeurt in de richting van de EDPBW?

In principe is het niet de bedoeling om zaken te gaan verschuiven. Als een interne dienst goed is uitgebouwd, dan is het aannemelijk dat het een voordeel biedt om dit toch intern te doen. Daarnaast  kan het dat men bepaalde externe expertise nodig heeft en daarvoor een beroep doet op de EDPBW, bv. voor het geven van een opleiding of voor een specifieke risicoanalyse op het vlak van ergonomie. 
 
Er is monitoring voorzien om de impact van de wijzigingen op te volgen en eventueel bij te sturen indien nodig. Moest de monitoring uitwijzen dat een bepaalde sector systematisch preventie-eenheden over heeft, dan is het mogelijk dat deze sector niet in de juiste tariefgroep zit, of dat de tarieven niet kloppen. Dan kan er op grond van deze vaststellingen worden gekeken of er bepaalde aanpassingen kunnen gebeuren. Maar dit kunnen we pas achterhalen als het systeem een tijdje werkzaam is.
 
Het volledige webinar en alle vragen over de tarifering van de externe diensten kan u op senTRAL herbekijken
 
 

Gepubliceerd op 10-02-2016

  78