Veiligheid

Op de agenda van de minister van Werk in 2016

In zijn algemene beleidsnota geeft minister van Werk Kris Peeters mee dat “Werkbaar Werk” de hoogste prioriteit krijgt in 2016 (zie vorig artikel). Daarnaast worden er ook een aantal (kleinere) veranderingen inzake welzijn op het werk besproken. Zo wordt bekeken of het normatief kader van asbest niet beter kan. Ook wordt de afbouw van een aantal meldingsplichten onderzocht in het kader van de administratieve vereenvoudiging. Verder worden de  inspectiecampagnes van 2016 toegelicht, en wordt bekeken hoe de kennis van veiligheid en welzijn op het werk in KMO’s kan worden verbeterd.    

Europees kader

In overeenstemming met de krijtlijnen die voortvloeien uit het nieuw strategisch kader voor gezondheid en veiligheid op het werk (2014-2020) van de Europese Commissie en uit het advies van de Nationale Arbeidsraad (nr. 1918, 25 november 2014), is een ontwerp van Nationale Strategie Welzijn op het Werk 2016-2020 opgemaakt. De tekst bevat een eerste reeks prioriteiten voor het jaar 2016, en wordt in de loop van het najaar 2015 voorgelegd aan de sociale partners in de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, om te komen tot een meer concreet actieprogramma. Belangrijke onderwerpen in deze nationale strategie zijn de reïntegratie van arbeidsongeschikte werknemers en de aandacht voor de specifieke situatie van kmo’s.  

Asbest

Het bestaande regelgevend kader ter bescherming van werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan asbest is zeer strikt en gedetailleerd. De concretisering ervan op het terrein biedt de nodige uitdagingen. Met het oog op het eventueel aanpassen en actualiseren van het bestaande normatief kader zal een werkgroep de mogelijke pistes voor herziening onderzoeken, onder meer via contact met een aantal stakeholders, en een onderzoek van de evoluties op dit vlak in de buurlanden.  

Administratieve vereenvoudiging

In 2016 wordt de afbouw van een aantal meldingsplichten bekeken. Een voorstel wordt opgemaakt tot afschaffing van die notificaties die geen meerwaarde hebben en/of waarvoor geen EU-verplichting is opgelegd, zoals bvb. de notificaties inzake werkzaamheden in hyperbare omgeving, het gebruik van cyaniden en afwijkingen van de normale referentieduur voor beroepsmatige blootstelling.

Voor andere notificaties wordt de mogelijkheid onderzocht van een unieke elektronische aangifte, zoals bvb. voor kennisgevingen van bouwplaatsen. Ook zal worden onderzocht op welke manier de procedure voor klachten met betrekking tot beroepsfouten van de controleartsen of artsen-scheidsrechters kan worden vereenvoudigd en meer doeltreffend kan worden gemaakt om te komen tot een betere werking van de controlegeneeskunde.

Tenslotte zullen de constructievoorschriften ter preventie van brand op arbeidsplaatsen meer coherent gemaakt worden ten opzichte van de algemene basiseisen inzake brand. 

Inspectiecampagnes

De inspectieplanning trekt voldoende capaciteit uit voor het voeren van sectorale inspectiecampagnes. Bij het selecteren van de sectoren en/of het doelpubliek zal bijzondere aandacht geschonken worden aan de sectoren en/of beroepscategorieën met een verhoogde incidentie inzake arbeidsongevallen en/of beroepsziekten.

Bij de invulling ervan zal overleg gepleegd worden met de sectorfederaties en de werknemersorganisaties. Zo worden er in de bouwsector bvb. regelmatig doelgerichte acties gehouden voor welbepaalde risico’s zoals valgevaar. Daarnaast is in september 2015 ook de tweejaarlijkse gezamenlijke preventiecampagne gelanceerd over Veilig Werken op Hoogte. Daarbij wordt nauw samenwerkt met het Nationaal Actiecomité voor Veiligheid en hygiëne in het Bouwbedrijf (navb) dat instaat voor sensibilisering en informatieverstrekking. Ook andere sectorale preventieplannen staan in de steigers.

De campagne in samenwerking met het Senior Labour Inspectors Committee (SLIC) tenslotte, is in 2016 gericht op de interimsector.

Naast nationale campagnes zullen er ook lokale campagnes worden gehouden op het niveau van een regionale directie. Dit moet toelaten om maximaal in te zetten op de geografische indeling en specificiteit van de betrokken regio. In 2016 zal in een aantal regionale directies de nadruk worden gelegd op de problematiek van Werkbaar Werk, bvb. het opstellen van actieplannen ter voorkoming van stress en burn-out, en het aanpassen van werkposten op ergonomisch vlak.

KMO

Ook de aandacht voor welzijnsbevordering in kmo’s, via het online interactive risk assessment (OIRA) blijft behouden. In 2015 zijn specifieke OIRA-versies ontwikkeld voor de sectoren van de kappers, hout en bouw. In 2016 wordt in samenwerking met de betrokken sectoren, de verdere verspreiding en promotie ervan voorzien, evenals deze van andere instrumenten voor risicoanalyse zoals de bvb. Sobane-Déparis. Verder zullen in 2016 OIRA-versies worden ontwikkeld voor bijkomende sectoren, waaronder de horeca en de schoonmaak.

In kmo’s en vooral in zeer kleine ondernemingen is het tekort aan kennis over welzijn op het werk bij werkgevers en leidinggevenden een belangrijke hinderpaal voor meer en betere preventie. Zij hebben vaak ook niet de tijd om vorming te volgen of zich daarvoor ver te verplaatsen. Daarom zal worden onderzocht op welke manier deze kennis kan worden verbeterd (bvb. via e-learningmodules over belangrijke aspecten van welzijn op het werk).

Gepubliceerd op 23-11-2015

  44