Oude en nieuwe risico’s op het werk

Sinds 2009 voert het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) om de vijf jaar een enquête uit bij bedrijven. De eerste resultaten van de bevraging van 2019 zijn beschikbaar. Edelhart Kempeneers selecteert de belangrijkste bevindingen uit het 15 pagina tellende rapport en formuleert enkele bedenkingen.
 
 

Misschien herinnert u zich nog de resultaten van de  ‘Esener-2’ uit 2014  en bent u vooral nieuwsgierig naar de trendwijzigingen die in de nieuwe enquête naar voor komen.  

De Esener enquête (European Survey of Enterprises on New and Emerging Risks) bevraagt bedrijven met minstens vijf werknemers hoe ze omgaan met veiligheid en gezondheid. Hierbij worden specifiek de volgende thema's aangestipt:

  • algemene risico's voor de veiligheid en gezondheid op het werk en hoe daarmee wordt omgegaan
  • psychosociale risico's zoals stress, intimidatie en pesten
  • drijvende krachten achter en belemmeringen voor beheer van veiligheid en gezondheid op het werk
  • werknemersparticipatie in veiligheids- en gezondheidsmaatregelen

De Esener-3 enquête van 2019 heeft antwoorden van 45.420 bedrijven uit 33 landen. De  eerste resultaten  zijn sinds kort beschikbaar op de website van OSHA. In 2020 volgen diepgaander analyses en een interactief dashboard, zoals dat al beschikbaar is voor de enquêtes uit  2014  en  2009.

Resultaten
- Risico's

De vaakst gemelde risicofactoren zijn:

  1. repetitieve arm- en handbewegingen (65%; was 52% in 2014)
  2. omgaan met moeilijke mensen (61%; was 58%)
  3. langdurig zitten (59%; niet bevraagd in 2014)
  4. het tillen en verplaatsen van mensen of zware lasten (54%; was 47%)
Grotere bedrijven vermelden deze risicofactoren vaker. Omgaan met moeilijke mensen is voornamelijk een fenomeen in de dienstensector. Langdurig zitten wordt het vaakst gemeld in financiële en verzekeringssector (92%), informatie en communicatie (92%) en openbare besturen (89%).
Deze top vier is gelijkmatig verdeeld over de landen. Enkel tijdsdruk (gemiddeld 44%) komt in vier landen (Finland, Zweden, Denemarken en Nederland) ook nog in deze hitparade voor.
 
- Werkindicatoren

Wat ik toch merkwaardig vind: bij type werkcontracten worden gemiddeld 32% werknemers gemeld die niet op de loonlijst staan, zoals onderaannemers, uitzendkrachten of vrijwilligers. Dat percentage is echter het hoogst in België (60%). Zijn we zulk een land van onderaannemers en uitzendkrachten geworden?
Ook telewerk is veel frequenter in België (28%) dan het Europees gemiddelde (12%), enkel Nederland gaat ons hierin voor (33%). Een gevolg van het fileleed?

 
- Welzijnsmanagement

77% van de bedrijven geeft aan dat ze regelmatig risicoanalyses uitvoeren. België zit met 68% iets onder dat gemiddelde. Het blijft natuurlijk een bevraging, en het zegt niets over de kwaliteit van de risicoanalyse, maar ik ben toch blij dat we niet bij de hekkensluiters zitten; die twijfelachtige eer is voorbehouden aan Slovenië (10%), Spanje (10%) en Hongarije (14%).
Bij het gebruik van diensten voor preventie en bescherming worden arbeidsartsen het vaakst aangevinkt (69%), algemene preventieadviseurs (62%) en experten voor ongevalpreventie (51%) vullen de top drie aan. Opvallend is dat preventieadviseurs psychosociale aspecten slechts bij 18% gerapporteerd worden. Ik heb geen cijfers specifiek voor België, maar ik vermoed toch dat wij daarvoor een stuk hoger zitten.
De tevredenheid over de dienstverlening van de externe diensten is globaal goed tot heel goed (87%), met weinig variatie tussen de landen. Het cijfer is het laagst in Spanje (78%); tja, wat verwacht je als je zo weinig risicoanalyses doet…

 
- Drivers en barrières

Waarom worden er geen regelmatige risicoanalyse uitgevoerd? 83% van die bedrijven geven aan dat de risico's al gekend zijn, of dat er geen zware risico's zijn (80%). De vraag stelt zich wel of dat echt het geval is, dan wel dat ze zich gewoonweg niet bewust zijn van de potentiële gevaren.
Waarom ze wél regelmatige risicoanalyses e.d. uitvoeren? Omdat ze moeten (88%), of om boetes door de inspectie te vermijden (80%). Ja; eerlijk zijn ze wel.
Heeft u in de voorbije drie jaar een bezoek van de arbeidsinspectie gehad? 41% antwoordt bevestigend, tegenover 49% in 2014. Maar vooral in België is de situatie achteruitgegaan: van 68% naar 50%. Nog steeds beter dan gemiddeld, maar een van de grootste terugvallen. Als je in beschouwing neemt dat de meeste bedrijven voornamelijk gemotiveerd zijn om te investeren in preventie omdat er een Leviathan toekijkt, kan dit gevaarlijk zijn. Aan de andere kant, in Nederland wordt slechts 15% gerapporteerd, en daar zijn ze denk ik toch niet zo slecht bezig. Terwijl de topper Roemenië (86%) me eerlijk gezegd niet het toonbeeld lijkt van veiligheid op de werkvloer. Misschien dat landen met een volwassener veiligheidscultuur minder nood hebben aan een dergelijk controleorgaan…
De grootste barrière om veiligheids- en gezondheidsmaatregelen te treffen, is de complexiteit van de wetgeving (39%). België is hier helaas de koploper in, met 52%. En dat was nog vóór het nieuwe KB periodiciteit!


- Nieuwe en opkomende risico's

Psychosociale risico's zijn een belangrijke factor: omgaan met moeilijke mensen (zijnde patiënten, klanten of leerlingen) en tijdsdruk. De aanpak ervan blijft moeilijk, voornamelijk omdat er een terughoudendheid is om openlijk over dit onderwerp te praten (61%). Vooral grotere ondernemingen in de sector menselijke gezondheid en maatschappelijke activiteiten hebben hiervoor een concreet actieplan opgesteld (80%).
Digitalisering is een nieuw potentieel gezondheidsrisico, dat echter nog weinig bestudeerd wordt in de ondernemingen (26%).

 
- Werknemersparticipatie

De participatie van werknemers in het beheer van psychosociale risico's is licht gedaald (61% versus 63% in 2014). Nochtans wordt een participatieve aanpak als belangrijk beschouwd wordt om deze steeds vaker voorkomende risico's aan te pakken.
Een vertegenwoordiger voor gezondheid en veiligheid wordt het vaakst gemeld als werknemersvertegenwoordiging (59%), voornamelijk in grotere ondernemingen. Een complete afwezigheid van enige vorm van werknemersvertegenwoordiging wordt gemeld in 34% van de bedrijven. Helaas zit België op dit vlak in de top 5 van ‘worst performers’, met 57%. En dat terwijl elke onderneming een interne preventieadviseur en een externe (of interne) dienst PBW heeft. Toch een belangrijke communicatiestoornis.

Conclusies

Een samenvatting van de samenvatting:

  • Locomotorische belasting (door repetitief werk of manutentie) blijft toch de belangrijkste risicofactor, met als ‘runner up’ psychosociale belasting (agressie en tijdsdruk).
  • In België is de complexe wetgeving een barrière, en is er een sterke daling van controles door de inspectie.
  • Er zijn nieuwe en opkomende risico's waar meer en meer aandacht aan moet worden besteed, zoals digitalisering en langdurig zitten.

Gepubliceerd op 23-12-2019

  72