Resultaten van de Europese Esener-enquête 2019

EU-OSHA heeft de resultaten van de Esener-enquête 2019 gepubliceerd. Op die manier krijgen Europese bedrijven een dwarsdoorsnede van nieuwe en opkomende risico’s op vlak van welzijn op het werk. Aangezien de enquête in precoronatijden is afgenomen, is er nauwelijks sprake van virologische risico’s of epidemies. De grootste risico’s die HSE-professionals in 2019 ervaarden waren overbelastingsletsels en psychosociale risico’s. En opvallend: de voortschrijdende digitalisering van arbeid zagen velen toen als een toenemend risico…

Gepubliceerd op 22-06-2020

Michiel Sermeus

De groots opgezette Esener-enquête werd ingevuld door meer dan 45.000 ondernemingen in 33 landen (EU-27, Verenigd Koninkrijk, IJsland, Noord-Macedonië, Noorwegen, Servië en Zwitserland).
De onderzoeksgegevens werden voornamelijk verzameld via computer-geassisteerde telefonische interviews.
De respondenten waren “die mensen die het meest afweten van veilig en gezond werken binnen de onderneming”. Bij kleinere ondernemingen is dit meestal de eigenaar, managing director of site manager die naast welzijn op het werk ook verantwoordelijk is voor de meeste andere businessfuncties. Bij grote ondernemingen wordt welzijn op het werk binnen het bedrijf in handen gegeven van specialisten, zoals de preventie-adviseur in België.

De resultaten van Esener 2019 hangen dus af van de antwoorden van meer of minder gespecialiseerde, en meer of minder onafhankelijke medewerkers.

Ondanks deze beperking wordt Esener toch gezien als een waardevolle bron voor beleidsmakers die actief zijn binnen welzijn op het werk.
Bovendien kunnen vergelijkingen worden gemaakt met vorige Esener-enquêtes, die elke vijf jaar worden gehouden. Voor de enquête van 2019 kan je zo een zicht krijgen op veranderingen en tendensen ten opzichte van 2009 en 2014.

De belangrijkste bevindingen van de enquête zijn opgenomen in een beleidsnota (samengevat in PDF in het Engels), waarin de belangrijkste, door de ondernemingen zelf gemelde risicofactoren, opkomende risico’s en verontrustende trends worden besproken.

Belangrijkste risico’s

Overbelastingsletsels (RSI of Repetitive Strain Injuries; ook wel musculo-skeletale aandoeningen of MSA’s genoemd) en psychologische risico’s worden door Europese bedrijven en werkplaatsen aangeduid als voornaamste risicogebieden.

De vier meest gemelde concrete risico’s vallen in deze risicogebieden:

  • repetitieve hand- en armbewegingen (gemeld door 65% van de werkplekken in de EU-27, dus de landen van de Europese Unie zonder het Verenigd Koninkrijk)
  • langdurig zitten (61%; dit is een nieuwe benaming voor wat men vroeger “vermoeiende of pijnlijke houdingen” noemde)
  • omgaan met lastige klanten, patiënten, leerlingen enz. (59%)
  • tillen of verplaatsen van mensen of zware lasten
hse-world-psychociale

Drie van deze risico’s hebben te maken met RSI of overbelastingsletsels.

Enkele vaak genoemde psychosociale risico’s zijn (naast omgaan met lastige anderen) tijdsdruk, lange of onregelmatige werkuren, en gebrekkige communicatie of samenwerking binnen de organisatie.

 

Welke oplossingen worden geboden?

jn2700-kluw-vrouw-rugpijn-resizen-li-600x300

Als we dan kijken naar preventieve maatregelen die worden genomen tegen RSI, dan zien we dat er sinds de vorige Esener-bevraging in 2014 minder maatregelen worden genomen! Dit is vreemd, want er zijn verschillende oplossingen voor dit risico, zoals jobrotatie, het gebruik van arbeids- of hulpmiddelen voor het manipuleren van lasten, voldoende en regelmatige pauzes enzovoort.

Een mogelijke verklaring hiervoor is de aanwezigheid van veel kleine ondernemingen. Daarvan is geweten dat ze veel minder melding maken van risicofactoren; sommige kleine bedrijfjes melden zelfs droogjes dat ze géén risicofactoren hebben, wat natuurlijk onmogelijk is aangezien er altijd risico’s verbonden zijn aan arbeid.

Dit gegeven toont zich voornamelijk op het vlak van psychosociale risico’s.

In kleine bedrijven durven medewerkers vaak niet openlijk spreken over hun psychosociale belasting door werk, waardoor het risico ook niet kan worden aangepakt.  EU-OSHA vermoedt dat er bij deze ondernemingen een gebrek aan bewustzijn over psychosociale risico’s is. Personeel en management zijn zich te weinig bewust van psychosociale risico’s.
Dat blijkt trouwens uit het gegeven dat ondernemingen die wel oog hebben voor psychosociale risico’s, zelf aangeven dat deze risico’s erg moeilijk te beheersen zijn (hoe goed ze het ook proberen). Terwijl bedrijven met weinig risicobewustzijn zullen gewoon het probleem niet zien. Zij geven helemaal niet aan dat psychosociale risico’s moeilijk te beheersen zijn.

Nochtans tonen verschillende landen en sectoren aan dat er veel haalbare preventieve maatregelen mogelijk zijn om psychosociale stress naar beneden te halen:

  • meer inspraak van de medewerkers over de invulling van hun job
  • openlijk over het probleem kunnen praten, als was het maar met een vertrouwenspersoon
  • interne reorganisatie van het werk om tijdsdruk en jobvereisten naar een meer aanvaardbaar niveau te brengen
  • opleiding omtrent hoe omgaan met conflicten of agressie

Helaas geeft op dit moment slechts 29% van de ondernemingen aan dat ze zouden ingrijpen als werknemers excessief lange werkdagen zouden maken.

Risicovolle trend: voortschrijdende digitalisering van arbeid
jn2700-kluw-man-polspijn-resizen-li-600x300

Aan deze editie van de vijfjaarlijkse enquête werd een nieuw gedeelte over digitalisering toegevoegd, met name over de negatieve gevolgen van de digitalisering op veiligheid en gezondheid op het werk.

Digitalisering wordt in het onderzoek trouwens heel breed geformuleerd: het gaat over gebruik van computers, laptops, smartphones en andere mobiele ‘devices’, maar ook over systemen die inhoud van het werk en werkritme bepalen, robots die interageren met medewerkers, draagbare “devices”, al dan niet uitgerust met sensoren e.d.

Uit de resultaten blijkt dat slechts 24% (!) van de ondervraagde ondernemingen meldt dat ze de mogelijke repercussies van voortschrijdende digitalisering op welzijn op het werk met hun medewerkers hebben besproken.

Dit terwijl digitalisering volgens de onderzoekers wel degelijk impact heeft op mensen, voornamelijk op de volgende domeinen:

  • de nood aan voortdurende opleiding en bijscholing om benodigde vaardigheden te blijven onderhouden of verder te ontwikkelen
  • langdurig zitten (wat zoals hierboven besproken, al een serieus risico is)
  • de nood aan meer flexibiliteit voor werknemers wat betreft werkplek en werktijden (en niet alle medewerkers zijn blij met die toenemende flexibiliteit)
Enkele andere trends

Tot slot geven we nog enkele andere interessante trends en vaststellingen mee.

- Driekwart van de ondervraagde ondernemingen uit de EU-27 geeft aan regelmatig risicoanalyses uit te voeren. Hoe groter de onderneming, hoe meer die worden uitgevoerd. De onderzoekers vragen zich nu af of kleinere ondernemingen gewoon minder risico’s en problemen hebben, of dat ze zich eerder te weinig bewust zijn van de risico’s die aanwezig zijn op de werkplek.

- Wanneer gevraagd wordt naar de motivatie van bedrijven om HSE te managen, is dit de top vijf:

  1. omdat het een wettelijke verplichting is
  2. om te voldoen aan de verwachtingen van medewerkers of afgevaardigden
  3. om boetes van de arbeidsinspectie te vermijden
  4. om de reputatie van het bedrijf hoog te houden
  5. om tot een verhoogde productiviteit te komen

Qua intrinsieke motivatie is er dus duidelijk nog werk aan de winkel.

- Tussen 2014 en 2019 nam het aantal ondernemingen dat de afgelopen drie jaar bezoek had gekregen van de arbeidsinspectie af in bijna alle Europese landen. Opvallend: de afname in inspecties was vooral markant in Denemarken en België.

- De top drie van moeilijkste problemen bij het managen van gezond en veilig werken:

  1. de complexe wettelijke verplichtingen
  2. tekort aan tijd of personeel
  3. de hoeveelheid administratie en papierwerk

- Ten slotte nog iets over de participatie van medewerkers aan welzijn op het werk. Die participatie laat nog wat te wensen over: slechts 61% van de respondenten van de EU-27 geeft aan dat medewerkers een rol speelden in het uitwerken en toepassen van preventiemaatregelen (in 2014 was dit nog 63%). Dat is erg jammer, want net bij psychosociale risico’s is medewerking van alle personeelsleden belangrijk om tot oplossingen te komen.

Reacties uit Europa

Eurocommissaris voor werkgelegenheid en sociale rechten Nicolas Schmit zette de resultaten op scherp door te verwijzen naar de coronacrisis: “Het lijdt geen twijfel dat de in deze enquête geformuleerde bedenkingen nog worden verscherpt door de Covid-19-crisis. We moeten onze inspanningen verdubbelen om problemen in verband met de geestelijke gezondheid van werknemers aan te pakken, en om de uitdagingen van digitalisering het hoofd te bieden, zeker gezien de recente explosieve toename van telewerken.”

Christa Sedlatschek, uitvoerend directeur van EU-OSHA, ziet een rechtstreeks verband tussen welzijn op het werk en het te boven komen van de coronacrisis: “Veiligheid en gezondheid op het werk blijven van essentieel belang in deze moeilijke tijden, en hoe meer aandacht ondernemingen hieraan besteden, hoe beter zij de gevolgen van de pandemie te boven kunnen komen.”

EU-OSHA, “Esener 2019: publicatie van de bevindingen van de bedrijvenenquête aan de vooravond van de Dag van Europa”, 8 mei 2020


Bronnen: 
-EU-OSHA, “Uit Esener 2019 komen de belangrijkste punten van zorg voor Europese werkplekken naar voren: spier- en skeletaandoeningen en psychosociale risico’s”, 8 mei 2020
-Thematische fiche psychosociale risico’s op het werk
  12