Rook- en warmteafvoer: onderdeel van preventie en welzijn

Rook- en warmteafvoerinstallaties en sprinklers zijn de meest gebruikte systemen in industriegebouwen om bij brand de evacuatie en de interventie veiliger maken, het onderbreken van de economische activiteiten tot een minimum te herleiden en het gebouw en de inboedel te vrijwaren van brandschade. Hier volgt een overzicht van de wettelijke vereisten voor de toepassing van een RWA-installatie in een industriegebouw.

Een rook- en warmteafvoerinstallatie (verder: RWA-installatie) is van toepassing bij industriegebouwen, kantoorgebouwen, winkels, atria, hotels… (figuren 1 en 2). De functies van een RWA-installatie zijn een veilige evacuatie van de aanwezigen garanderen, de rookschade/rookverspreiding in het gebouw beperken en de brandweer ondersteunen tijdens de interventie.

Een RWA-installatie zorgt enerzijds voor een gecontroleerde afvoer uit een gebouw van de rook en de warmte afkomstig van een brand; anderzijds moet de RWA-installatie de brandweer toelaten om, na de evacuatieperiode, de interventie op een veilige manier te kunnen uitvoeren.
Indien er sprinklers in het gebouw aanwezig zijn in combinatie van een RWA-installatie, dan schrijft de wetgeving voor om de RWA automatisch te laten openen na activatie van de sprinklerinstallatie.

Figuur 1: RWA-installatie


Figuur 2: Principetekening werking RWA-installatie

Wettelijke vereisten
1. KB Basisnormen, bijlage 6
De toepassing van een RWA-installatie voor industriegebouwen, wordt wettelijk opgelegd in het KB Basisnormen, Bijlage 6, het toepassingsgebied in acht genomen.
De RWA-installatie moet voldoen aan de voorwaarden vastgelegd in de norm NBN S 21-208-1 behoudens punten 18 en 19 van deze norm.
Figuur 3 geeft het overzicht van de wettelijke vereiste toepassing van een RWA-installatie.

Figuur 3: Huidige wettelijke vereiste RWA-toepassing zoals beschreven in Bijlage 6 van KB Basisnormen

Voor RWA-berekeningen in andere type-gebouwen (zoals winkels, kantoorgebouwen, hotels, …) kan de norm NBN S 21-208-1 als regel van goede praktijk worden gehanteerd indien een RWA-installatie wettelijk vereist wordt.
NBN S 21-208 Brandbeveiliging in gebouwen, Deel 1: Grote onverdeelde binnenruimten met één bouwlaag dateert van midden jaren ’90 en is toen met de voorhanden zijnde technologische kennis betreffende RWA en bouwmateriaaleigenschappen opgesteld.
Zoals de titel beschrijft is dit deel van de norm strikt genomen opgesteld voor RWA-ontwerpen en -berekeningen van toepassing zijnde op brandhaarden gesitueerd in grote onverdeelde binnenruimten met één bouwlaag.
De vermelde berekeningsprocedure in deze norm laat toe om te bepalen hoeveel RWA er in het beschouwde (industrie-)gebouw dient voorzien te worden, er rekening mee houdende dat de door de voorgedefinieerde brandhaard gecreëerde rookpluim op zich enkel een ‘perfecte’ verticale stijging kan ondergaan.

2. Codex over het welzijn op het werk en ARAB

De Codex over het welzijn op het werk is opgebouwd volgens een filosofie die vernieuwend is ten opzichte van deze waarvan uitgegaan werd in het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB). Daar waar in de huidige welzijnsreglementering uitgegaan wordt van doelvoorschriften, bevat het ARAB voornamelijk gedetailleerde middelenvoorschriften. De Welzijnswet en de Codex houden dus minder uitvoerig omschreven technische voorschriften in.
De Codex legt in Boek III. Arbeidsplaatsen, Titel 3. Brandpreventie op de arbeidsplaats de werkgevers op alle fundamentele aspecten van een algemeen brandpreventiebeleid uit te voeren. Deze aspecten zijn opgenomen in de hiërarchie van maatregelen, zoals beschreven in art. III.3-4:
  1. brand voorkomen;
  2. de veiligheid verzekeren en indien nodig de snelle evacuatie van de werknemers en alle aanwezige personen op de arbeidsplaats zonder hen in gevaar te brengen (bv. d.m.v. RWA-installatie);
  3. vlug en efficiënt elk begin van brand bestrijden om uitbreiding ervan te vermijden;
  4. de schadelijke gevolgen van een brand beperken (bv. d.m.v. RWA-installatie);
  5. de tussenkomst van de openbare hulpdiensten vergemakkelijken (bv. d.m.v. RWA-installatie).
Punt 4 handelt over bepalingen betreffende de constructie van gebouwen waarin werknemers aanwezig zijn die het algemeen kader vastleggen van de uit te voeren preventiemaatregelen voor het ontwerp en het optrekken van gebouwen.
De constructie van het gebouw moet enerzijds de evacuatie toelaten van de werknemers en elke andere persoon aanwezig en anderzijds de veilige tussenkomst toelaten van de leden van de openbare hulpdiensten.
De constructie moet toelaten, in geval van brand, dat de stabiliteit gegarandeerd wordt gedurende een bepaalde tijd, dat het ontstaan en de verspreiding van vuur en rook beperkt wordt en dat de uitbreiding van de brand naar aanpalende gebouwen vermeden wordt.

Om deze doelstellingen te bereiken, eerbiedigt de werkgever de bepalingen in art. 52 van het ARAB en in het KB Basisnormen, het toepassingsgebied in acht genomen.

3. Normenoverzicht
Hieronder een opsomming van de meest recente Belgische normen, zowel van toepassing op de individuele componenten (RWA-installatie en sprinklerinstallatie), als van toepassing op een gecombineerd gebruik.
NBN S 21-208 Brandbeveiliging in gebouwen
NBN EN 12101 Ontwerpnormen RWA en testprocedures RWA-materialen (CE)
NBN EN 12845 Vaste brandblusinstallaties – Automatische sprinklersystemen – Ontwerp, installatie en onderhoud
Voor een gedetailleerde bespreking van de normen verwijzen we op senTRAL naar Rook- en warmteafvoer: overzicht van wetgeving en normen.
Besluit

De werkgever is verantwoordelijk om te voldoen aan de vooropgestelde zaken vermeld in de wetgeving. Hiervoor kan hij te rade gaan bij de preventieadviseur. In sommige (complexe) gevallen kan het raadzaam zijn om deze volledige problematiek in teamverband aan te pakken, waarbij er ook o.a. een fire safety engineer bij wordt betrokken (www.firepronet.eu, website alumnivereniging fire safety engineers).
Auteurs: Robby De Roeck en Ann Gysens

Gepubliceerd op 27-08-2019

  160