Veiligheid

Terrorisme binnenkort expliciet in arbeidsongevallenwet overheidspersoneel?

Door de regering werd eind september een wetsontwerp ingediend die de arbeidsongevallenwet voor het overheidspersoneel aanpast. In dit artikel worden kort de mogelijke veranderingen besproken. Wanneer de wet daadwerkelijk wordt aangepast, komen we hier uiteraard nog op terug. Het gaat om een aantal kleinere aanpassingen.

1. Uitbreiding van het toepassingsgebied van de arbeidsongevallenwet voor het overheidspersoneel tot de Vlaamse Bestuursrechtscolleges.

2. De kwalificatie als arbeidsongeval van ongevallen als gevolg van terrorisme overkomen tijdens de uitoefening van het ambt.

Zelfs als een noodlottig feit tijdens de uitoefening van het ambt gebeurt, moet het zijn gebeurd door de uitoefening van het ambt om als arbeidsongeval te kunnen worden erkend. Artikel 2, tweede lid, van de wet van 3 juli 1967 verleent het slachtoffer een vermoeden volgens hetwelk het ongeval overkomen tijdens de uitoefening van het ambt wordt geacht door de uitoefening van het ambt te zijn overkomen. Behoudens tegenbewijs geldt dat vermoeden.

De tragische gebeurtenissen van 22 maart 2016 hebben ons er nogmaals aan herinnerd dat het koninkrijk België niet ontsnapt aan terroristische daden.

Om ongevallen die als gevolg van terrorisme tijdens de uitoefening van het ambt zijn overkomen uitdrukkelijk als arbeidsongevallen te kwalificeren, wordt het vermoeden, bedoeld in het tweede lid van artikel 2, uitgebreid.

3. De schrapping van de vereiste om in de schriftelijke ingebrekestelling van de werkgever uitdrukkelijk te vermelden dat de getroffene of de rechthebbende, bij gebeurlijk ongeval, een burgerlijke aansprakelijkheidsvordering kan instellen als de werkgever nalaat de passende maatregelen te nemen.

In de memorie van toelichting staat hier wat extra informatie. In de huidige tekst van artikel 14, § 1, 5°, d) van de wet is de vereiste opgenomen van de schriftelijke ingebrekestelling van de werkgever, zodat uitdrukkelijk vermeld wordt dat als de werkgever nalaat de passende maatregelen te nemen, het slachtoffer of de rechthebbende, bij gebeurlijk ongeval, over de mogelijkheid beschikt een burgerlijke aansprakelijkheidsvordering in te stellen. Dit artikel heeft als equivalent in de privésector artikel 46, § 1, eerste lid, 7°, d) van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.

In een arrest nr. 62/2015 van 21 mei 2015 hekelt het Grondwettelijk Hof het formalisme van dit artikel van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971. Het Grondwettelijk Hof oordeelt dat deze bepaling artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt; “Het getuigt niet alleen van een buitensporig formalisme indien bovendien wordt vereist dat in de ingebrekestelling expliciet moet worden vermeld dat de niet-uitvoering van de in de ingebrekestelling opgelegde maatregelen zou kunnen leiden tot de opheffing van de principiële immuniteit van de werkgever, maar bovendien brengt dat bijkomende voorschrift het risico mee de gemeenrechtelijke aansprakelijkheidsvordering van het slachtoffer van een arbeidsongeval afhankelijk te maken van de beslissing of zelfs de vergetelheid van de toezichthoudende ambtenaar om in de ingebrekestelling expliciet die vermelding op te nemen.”

Er moet worden opgemerkt dat de door artikel 14, § 1, 5°, d) van de wet gecreëerde mogelijkheid in de praktijk niet of nauwelijks werd toegepast.

In elk geval kan de ongrondwettigheid eenvoudig worden verholpen door de littera d) te schrappen in artikel 14, § 1, 5° van de wet, naar het voorbeeld van de lopende opheffing van artikel 46, § 1, eerste lid, 7° van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.

4. De kennisgeving van het advies van de sociale inspecteurs en sociale controleurs betreffende een geschil inzake de erkenning van het arbeidsongeval, niet alleen aan de overheid maar ook aan de getroffene of aan zijn rechthebbenden.

5. De toekenning aan het Fonds voor arbeidsongevallen van een recht op aanhangigmaking bij de arbeidsrechtbank wanneer de overheid een weigeringsbeslissing aanhoudt die het Fonds als ongegrond beschouwt.

Het volledige wetsontwerp is terug te vinden op de website van de Kamer.
 

Gepubliceerd op 28-10-2016

  66