Uitwisseling van medische gegevens in coronatijd: standpunt van de arbeidsinspectie

 Een crisis zoals deze die we momenteel beleven is soms de gelegenheid om ietwat een loopje te nemen met fundamentele rechten. Dit is het geval met de privacy, zowel wat het medische geheim als de verwerking van de persoonsgegevens betreft. Werkgevers die systemen opzetten om de temperatuur van werknemers te meten zijn daarvan een voorbeeld. Zowel de zogenaamde wet Mahoux van 28 januari 2003 als artikel I.4-13.- van de Codex verbieden dit, aangezien deze temperatuurmeting gelijkgesteld wordt met de opname van medische parameters. Ook de problematiek van het verzamelen van gegevens in het kader van de bescherming van de privacy, meer bepaald de GDPR, komt hier aan bod. Toch is de mening van de inspectie dat er, voor de duur van deze moeilijke periode, een goed omkaderde uitzondering mogelijk is.
 
Biologische agentia

De algemene preventiemaatregelen met betrekking tot biologische agentia zijn opgenomen in artikels VII.1-16 en volgende van de Codex. Ze kunnen samengevat worden in volgende vier kernelementen:

(i)           Informatie/opleiding voor de werknemers

(ii)          Ter beschikking stellen/gebruik van zeep, desinfecterende gel, enz.

(iii)         Hygiënemaatregelen en afstandsmaatregelen (social distancing) op de werkplek, in de sociale voorzieningen, in de voertuigen, enz.

(iv)         Promoten van telewerk en beperken van het aantal personeelsleden tijdens essentiële vergaderingen

Hier kan nog een vijfde punt aan toegevoegd worden, betreffende het ter beschikking stellen van PBM’s.

GDPR (AVG)

De GDPR is van toepassing op de volledig of gedeeltelijk geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, alsook op de niet-geautomatiseerde verwerking van persoonlijke gegevens die opgeslagen kunnen worden in een bestand.

Dit betekent dat dit niet van toepassing is indien de persoonlijke gegevens niet opgeslagen of genoteerd worden.

Redenering en standpunt van de arbeidsinspectie
- Twijfelachtig nut

Hyperthermie is een fysiologische reactie van het lichaam die van besmettelijke oorsprong kan zijn. Hyperthermie wordt gekenmerkt door een lichaamstemperatuur van meer dan 38° of 38,5° (naar gelang het tijdstip van de dag) rectaal genomen in rust.  De temperatuur die genomen wordt onder de oksel moet met 0,5° verhoogd worden.

De temperatuurmeting via frontale scanning is weinig betrouwbaar, aangezien deze genomen wordt ter hoogte van het voorhoofd en beïnvloed kan worden door allerlei factoren (transpiratie, zweten, eventuele fysieke inspanning en weersomstandigheden zoals de wind).

Wat ook de manier is waarop de temperatuur gemeten wordt, een lichte verhoging van de lichaamstemperatuur kan ook toegeschreven worden aan andere fysiologische aspecten zoals ovulatie, fysieke inspanning, dag- en nachtverschillen, zonder dat dit noodzakelijk een klinische betekenis heeft.

- Veel ‘valse’ resultaten

Naast de zwakke betrouwbaarheid geeft temperatuurmeting via frontale scanning:

  • te veel valse negatieven, waardoor werknemers die geen symptomen vertonen maar mogelijks wel besmettelijk zijn, onopgemerkt blijven, net als zij die een antipyreticum genomen hebben (acetylsalicylzuur, paracetamol, etc.) – het is dus een weinig precieze methode
  • te veel valse positieven, waardoor aan werknemers die een lage koorts vertonen van andere oorsprong (verkoudheid, gewone griep, etc.) de toegang geweigerd zal worden – het is ook een weinig specifieke methode
  • wat zich zal vertalen in een lage voorspelbaarheidsgraad (verhouding van het aantal personen besmet met COVID-19 wanneer de scan koorts aangeeft) van de voorgestelde test/scan

Er moet een voorbehoud gemaakt worden bij deze temperatuurmeting in de onderneming, los van de wetenschappelijke en/of epidemiologische basis.

- Opnemen medische parameter

Het nemen van de lichaamstemperatuur wordt beschouwd als het nemen van een medische parameter, wat dus gelijkgesteld kan worden met een medische handeling.

Deze handeling valt terug op de wet Mahoux en op artikel I.4-13.- van de Codex, die verbiedt om “biologische tests en medische onderzoeken te verrichten om andere redenen dan die welke verband houden met de huidige geschiktheid (van de werknemer) en de specifieke kenmerken van de openstaande betrekking”, en anderzijds om “door de arbeidsarts geen andere biologische tests of medische onderzoeken uit te voeren of te laten uitvoeren met een ander doel dan het staven van de beslissing dat de betrokken persoon geschikt is in functie van de kenmerken van de betrokken werkpost of activiteit”.

Deze handeling is het prerogatief van de behandelende arts of de arbeidsarts (art. I.4-4. §2) die dan kan doorverwijzen naar de behandelende arts van de werknemer.

De werkgever, via zijn hiërarchische lijn en/of elke andere persoon (hulpverlener, onafhankelijke verpleger, beveiligingsmedewerker, etc.), mag de temperatuur niet meten. Een werkgever mag ook niet eisen dat een bekwaamheidsattest uitgeschreven door de behandelende arts voorgelegd moet worden, net zoals hij zelf ook geen tijdelijke arbeidsongeschiktheid of ziekteverlof mag opleggen.

De werkgever moet dus zelf de nodige afspraken maken en direct maatregelen nemen in het algemeen belang van de onderneming, zoals het respecteren van de hygiëne- en afstandsregels, social distancing op de werkplek en in de sociale voorzieningen, de werknemers informeren, hen vragen hun behandelende arts te raadplegen van zodra de betrokken werknemers symptomen vertonen (hoesten, koorts, beklemmend gevoel op de borst, etc.).

In het geval van twijfel over klinische symptomen op de werkvloer (hoesten, hoofdpijn, rinitis, koortsachtig gevoel, spierpijn, etc.), kan de werkgever er best voor kiezen om de werknemer naar zijn behandelende arts door te verwijzen of eventueel naar de arbeidsarts (art. I.4-4.-§2) die een advies zullen geven.

De praktijk van temperatuurmeting mag dus niet uitgevoerd worden: het is weinig betrouwbaar en biedt weinig uitsluitsel, heeft weinig tot geen wetenschappelijke en/of epidemiologische basis en is, bovenop in strijd te zijn met de wettelijke teksten die het gezondheidstoezicht omkaderen, een slechte preventiemethode voor infecties gelinkt aan COVID-19.

Geen enkele uitwisseling van medische gegevens, welke dan ook, waaronder een bevestiging van een positief COVID-19 geval, zal toegelaten worden, zelfs al is dit geweten.

Procedure waar de inspectie zich in kan vinden

Gedurende deze crisisperiode kan het aanvaard worden dat temperatuurmetingen zouden toegelaten zijn volgens de procedure gelijkaardig aan die voorzien door CAO 100 van de NAR (4, 8 en 14), namelijk dat de eventuele beslissing om opsporingstesten (…) in te voeren in de onderneming opgenomen moet worden, met alle modaliteiten die opgevolgd zullen worden in dit kader, in het arbeidsreglement via de gebruikelijke procedure.

Het arbeidsreglement wordt uitgewerkt op basis van een overleg tussen werkgever en werknemers.

- Ondernemingen met ondernemingsraad

In deze ondernemingen, zal deze het arbeidsreglement opgesteld en aangepast worden indien nodig:

  • in geval van onenigheid binnen de ondernemingsraad, zal de voorzitter de ambtenaar belast met het Toezicht op de sociale wetten hiervan op de hoogte brengen
  • deze ambtenaar zal trachten de verschillende standpunten te verzoenen
  • indien hij hier niet in slaagt en de verschillende standpunten niet kan verzoenen, dan kan het geschil voorgelegd worden aan het bevoegd paritair comité
- Ondernemingen zonder ondernemingsraad

In deze ondernemingen kan de werkgever een ontwerp van arbeidsreglement opstellen:

  • hij moet dit ontwerp dan uithangen
  • de werknemers kunnen hun opmerkingen overmaken in een hun ter beschikking gesteld register, of deze direct kenbaar maken aan de ambtenaar belast met het Toezicht op de sociale wetten
  • de werkgever maakt het ontwerp en het register over aan de ambtenaar belast met het Toezicht op de sociale wetten
  • als er geen opmerkingen zijn, treedt het arbeidsreglement in werking
  • indien er opmerkingen zijn, zal de ambtenaar belast met het Toezicht op de sociale wetten proberen om de verschillende standpunten te verzoenen
  • indien de ambtenaar belast met het Toezicht op de sociale wetten er niet in slaagt om de verschillende standpunten te verzoenen, zal hij direct een kopie van het verslag van de mislukte verzoening overmaken aan de voorzitter van het paritair comité
GDPR

In ieder geval zal de gegevensregistratie door de arts onderworpen zijn aan de regels inzake GDPR.


Auteur: Luc Van Hamme - Adviseur-generaal bij de arbeidsinspectie

Gepubliceerd op 07-05-2020

  116