Veiligheid

Wat kunnen we leren van Fukushima?

Naar aanleiding van de vijfde verjaardag van de kernramp in Fukushima op 11 maart a.s. publiceert de Hoge Gezondheidsraad een nieuw advies over noodplannen, risicoanalyses en communicatie in verband met kerncentrales.

 

De aardbeving en tsunami van 11 maart 2011 in Japan brachten de kerncentrale van Fukushima-Daiichi zware schade toe. Er kwamen grote hoeveelheden radioactieve stoffen vrij in de atmosfeer, en bijna 200.000 mensen moesten geëvacueerd worden. Als de wind niet overwegend naar de oceaan gewaaid had, zouden de gevolgen nog veel erger geweest zijn.

Vijf jaar later heeft de Hoge Gezondheidsraad, een wetenschappelijk adviesorgaan van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, een advies geformuleerd om lessen te trekken uit Fukushima. Het uitstel van de kernuitstap in België en de aanzwellende kritiek van overheden uit de grensstreken over de staat van de Belgische kerncentrales, maken dit advies extra relevant.

Noodplannen?

De ramp van Fukushima stelde de veiligheid van kernenergie opnieuw ter discussie. Alle kerncentrales in de Europese Unie werden aan een stresstest onderworpen, maar die had geen betrekking op de externe noodplannen. Daarom voerde de Hoge Gezondheidsraad een kritisch onderzoek van het Belgische noodplan uit, met de lessen van Fukushima en andere recente (al dan niet nucleaire) ongevallen in het achterhoofd.

Dit onderzoek resulteerde in maart 2015 in een eerste advies (‘HGR 9275’) over de bescherming van de schildklier door het innemen van jodiumtabletten bij een ongeval. In een nieuw advies gaat de HGR nu verder, en formuleert hij aanbevelingen over alle maatregelen die moeten worden genomen om een nucleair ongeval te voorkomen of ermee om te gaan. De Hoge Gezondheidsraad heeft zijn aanbevelingen in het bredere kader van een beleid voor nucleaire veiligheid geformuleerd.

Essentiële conclusies

Een eerste conclusie is dat we moeten beseffen dat, hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt, een ernstig nucleair ongeval zich werkelijk kan voordoen, zelfs in technologisch geavanceerde landen zoals België. Alle Europese veiligheidsinstanties zijn tot dezelfde conclusie gekomen in een recent gemeenschappelijk rapport (HERCA, WENRA, 2014).

Fukushima -illustratie

De tweede conclusie heeft betrekking op de draagwijdte en de duur van de gevolgen van een ernstig nucleair ongeval. Die blijven niet beperkt tot de onmiddellijke omgeving van de site (bijvoorbeeld een tiental kilometer voor een evacuatie). De praktijkervaring leert dat zelfs voor centrales naar westers ontwerp een ernstig ongeval gevolgen kan hebben tot op grote afstand. In Fukushima moesten ondanks gunstige weersomstandigheden gebieden tot op 30 km en meer van de ramp ontruimd worden. Een ernstig ongeval in een Belgische (of dicht bij de grens gelegen) centrale zou in een dergelijke straal tot 1 miljoen personen treffen, om nog maar te zwijgen van de gevolgen voor de economische activiteiten en de Europese verkeersknooppunten, benadrukt de Hoge Gezondheidsraad. Het ongeval in Tsjernobyl heeft bovendien aangetoond dat vrijgekomen radioactief jodium op een afstand van 100 km en verder schildklierkanker kan veroorzaken bij gevoelige populaties zoals foetussen en kinderen. De gevolgen van dergelijke ongevallen zullen vele jaren voelbaar blijven en een gebied generaties lang onbewoonbaar maken. Het duurt 30 jaar voor de radioactiviteit van de belangrijkste contaminant (Cesium-137) met de helft is afgenomen in het milieu. Het sociale en economische weefsel van de getroffen gebieden zou voor tientallen jaren ernstig verstoord zijn, met alle psychosociale gevolgen van dien, zoals in Tsjernobyl en Fukushima is gebleken (stress-symptomen, depressies, zelfmoorden...). Die komen nog boven op de gezondheidseffecten op korte, middellange en lange termijn die een rechtstreeks gevolg zijn van de blootstelling aan ioniserende stralingen, zoals verschillende soorten kanker die soms snel volgen (leukemie) maar zich vaak ook decennia later pas manifesteren. Er zijn ook erfelijke effecten voor de nakomelingen, schade aan embryo’s en foetussen, cataract, cardiovasculaire aandoeningen enzovoort.

Belangrijkste aanbevelingen van de Raad

De noodplanning is slechts de laatste fase van een nucleair veiligheidsbeleid, zo stelt het advies vast.

  • De risicoanalyse moet worden uitgebreid tot de onderliggende fundamentele risicofactoren, en tegelijk verdiept om het nucleaire veiligheidsbeleid te versterken - ook in het kader van herzieningen van de vergunningen en vestigingsvoorwaarden.
  • Er moeten grondige kwetsbaarheidsanalyses worden uitgevoerd die impact zullen hebben op het vlak van veiligheid en noodplanning. Een kwetsbaarheidsanalyse dient om te bepalen welke elementen een verergerende rol kunnen spelen bij een ongeval: de aanwezigheid van andere industriële activiteiten, transportinfrastructuren, de impact op kwetsbare bevolkingsgroepen (ontruiming van ziekenhuizen en rusthuizen), energiebevoorrading enzovoort. Een dergelijke analyse dient ook rekening te houden met scenario’s die zeer onwaarschijnlijk zijn maar zware gevolgen kunnen hebben.
  • De Hoge Gezondheidsraad beveelt aan om de planningszones uit te breiden: minimaal 20 km voor de evacuatie, en minimaal 100 km voor de snelle verdeling van niet-radioactief jodium bij de doelpopulaties en het in veiligheid brengen.
  • De Raad beveelt ook aan om rehabilitatiestrategieën op lange termijn uit te werken, om het sociale en economische weefsel van de getroffen gebieden weer op te bouwen.

Voorzorgstrategie

De Hoge Gezondheidsraad pleit daarnaast voor een voorzorgstrategie: hou rekening met realistische gebiedsgroottes en crisisperiodes, en met een grensoverschrijdende Europese impact. Alle mogelijke scenario’s, inclusief de minst waarschijnlijke, en de kwetsbare punten moeten grondig worden onderzocht.

De experten bij dit advies waren Patrick Smeesters (Fr.) en Gilbert Eggermont (Nl.).

Gepubliceerd op 02-03-2016

  169