Veiligheid

Week van de Werkstress (Nederland) – 5 vragen over burn-outs beantwoord

In Nederland loopt van 14 tot 17 november 2016 de Week van de Werkstress. In het hele land organiseren bedrijven activiteiten om werkstress aan te pakken en het werkplezier te vergroten.

De burn-out, veroorzaakt door stress op het werk, is beroepsziekte nummer 1 in Nederland. Meer dan een miljoen mensen loopt jaarlijks het risico op een burn-out en andere werkgerelateerde psychische ziektes. Dat is alarmerend. Want als je eenmaal een burn-out hebt gehad, dan is er een vergroot risico op een tweede burn-out. Wie stress op het werk succesvol aanpakt, zorgt voor meer werkplezier en minder ziekteverzuim.

Rik Nijkamp (Arbodienst Ondernemend Nederland) beantwoordt 5 veelgestelde vragen over stress op het werk.

Vraag 1 - Hoelang duurt een burn-out?

In 2011 was de gemiddelde verzuimduur bij een burn-out 185 werkdagen (bron: Arboned, 2012), oftewel: negen maanden.

Er is een stijgende lijn te zien in de duur van het verzuim: in 2004 was de verzuimduur nog 124 dagen, in 2008 ging het om 131 dagen en in 2012 waren dat al 185 dagen.

Over de reden van deze stijgende lijn zijn deskundigen het niet eens, maar de conclusie lijkt gerechtvaardigd dat het steeds moeilijker wordt om terug te keren na een burn-out.

Vraag 2 - Wanneer kan de medewerker weer beginnen met werken?

Herstellen van een burn-out kost tijd. Maar een groot gedeelte van het herstel kan (en moet juist) gebeuren door de werkzaamheden weer op te pakken.

Hoe snel dit kan, hangt af van de ernst van de uitputting van je medewerker en hoe geschikt zijn werkplek is voor zijn herstel. Heeft hij genoeg energiebronnen, zoals sociale steun, een gevoel van veiligheid en aansluiting bij zijn drijfveren?

Het is altijd verstandig om daarin het advies van de arbeidsgeneesheer te volgen en gezamenlijk zo snel mogelijk tot een gericht plan van aanpak te komen.

Vraag 3 - Hoe vaak komt burn-out voor?

Psychische klachten zijn de absolute nummer een, zowel in frequentie als in lengte, als het gaat om de oorzaken van ziekteverzuim.

Van alle psychische verzuimklachten heeft bijna 80 procent te maken met stress of burn-out. Eén op de acht werknemers (13 procent) had in 2011 burn-outklachten (bron: CBS). Dit cijfer is over de laatste zeven jaar ongeveer gelijk gebleven.

Op dit moment hebben zo’n 900.000 Nederlanders een burn-out. Daarvan zijn er zo’n 75.000 volledig uitgevallen en zitten ziek thuis.

Het is belangrijk om even stil te staan bij die laatste cijfers. Die betekenen dus dat er op dit moment 825.000 mensen niet verzuimen, maar aan het werk zijn met burn-out klachten. Zij lopen het risico om uit te vallen, of zij zijn net weer aan het terugkeren na hun ziekte. Hoeveel aandacht krijgen zij in uw organisatie? Kent u ze? Bent u er zelf misschien een van? Weet u op welke signalen u moet letten? Herkent u deze ook bij medewerkers en bij uzelf?

Vraag 4 - Hoeveel kost burn-out?

Dagelijks verzuimen in Nederland 75.000 mensen als gevolg van een burn-out (RIVM, 2013). Daarvan is een grote groep bezig om op therapeutische basis een beperkt aantal uren van hun contract te werken als onderdeel van hun re-integratie.

Volgens vakbond FNV kost burn-out het bedrijfsleven per jaar 4 miljard euro. TNO becijferde daarnaast dat werkstress werkgevers per jaar 2,2 miljard euro kost, waarvan zo’n 1,8 miljard euro aan ziekteverzuim door burn-out wordt veroorzaakt.

En wat kost een burn-out u als werkgever? Veel. Een rekenvoorbeeld geeft een indicatie van een medewerker die modaal verdient (bruto € 35.500,– per jaar, cijfers over 2015 van CPB) en 185 dagen verzuimt, de gemiddelde duur van een burn-out. De vuistregel is dat de indirecte verzuimkosten (vervangen, kosten re-integratie) nog eens hetzelfde bedrag bestrijken als de directe verzuimkosten.

Vraag 5 - Welke werknemers lopen risico op een burn-out?

Werknemers jonger dan 35 jaar lopen het grootste risico op een burn-out. Volgens psychologe Carien Karsten, wordt de levensfase tussen 25 en 45 jaar ook wel “rush hour” genoemd. In deze periode neemt zowel thuis als op het werk de druk enorm toe: enerzijds zijn ze druk bezig met het stichten van een gezin, anderzijds vraagt hun carrière en dagelijks werk om extra veel inzet.

Burn-outs komen het meest voor in de zogeheten contactuele beroepen, oftewel: beroepen waarin je extra veel met andere mensen te maken hebt. Al vanaf het begin van het onderzoek naar burn-out (Maslach & Jackson, 1981) worden deze beroepsgroepen beschouwd als extra risicovol in relatie tot het ontstaan van burn-out:
  • Onderwijs. De werkdruk is de laatste jaren enorm gestegen, de onderwijsgroepen worden groter en de leerkrachten krijgen steeds meer taken en verantwoordelijkheden.
  • Zakelijke dienstverlening. Deze branche kenmerkt zich door hoge werkdruk en een resultaatgerichte cultuur. De advocatuur en financiële dienstverlening zijn sectoren waar relatief veel burn-out voorkomt.
  • Informatie en communicatie. Onder callcenter- en pr-medewerkers is het aantal burn-out gevallen relatief groot. Werkdruk, geringe regel- en controlemogelijkheden en veel stressvolle contactmomenten worden vaak als oorzaak aangewezen.
  • Overheid en openbaar bestuur. Vooral onder politieagenten is het verzuimpercentage als gevolg van burn-out hoog. Hoge werkdruk, onregelmatige werktijden en psychisch belastende omstandigheden zijn de belangrijkste oorzaken.
  • Gezondheidszorg en welzijn. Bv. artsen, verpleegkundigen en maatschappelijk werkers. Het gaat hier dan ook om beroepen waarin de werkdruk hoog is en er onregelmatige werktijden zijn. Verder is het nu eenmaal zo dat in de zorg veel zorgzame mensen werken. Zij zijn vanuit hun verantwoordelijkheidsgevoel en hun behoefte om anderen te helpen extra vatbaar voor een burn-out. Zij cijferen zichzelf gemakkelijk weg, trekken veel zaken naar zich toe en dreigen daarbij hun eigen behoeften en grenzen uit het oog te verliezen.

Er is ook een aantal groepen aan te wijzen die relatief weinig risico op een burn-out hebben. Het gaat om:
  • Zelfstandigen hebben relatief weinig burn-out verschijnselen. Dat komt waarschijnlijk omdat zij zelf meer bepalen wanneer en hoe zij werken. Blijkbaar weegt deze autonomie op tegen de extra onzekerheden van een vrij beroep;
  • Werknemers die buiten werken, zoals stratenmakers, boeren en vissers;
  • Sporters (recreatief) die gemiddeld 150 minuten per week sporten of aan yoga doen. Mensen die helemaal niet sporten, lopen een relatief groot risico op een burn-out, maar ook bij mensen die (te) veel sporten neemt de kans op een burn-out toe.

Whatsapp-service

Een van de initiatieven ter gelegenheid van de Week van de Werkstress, is een Whats App dienst waarbij je bij aanmelding elke dag 3 tips ontvangen op stress op het werk te vermijden.

Meer info op senTRAL:TOMO (TOetsingslijst Mens en Organisatie) (Psychosociaal) 

Gepubliceerd op 14-11-2016

  52