Welzijnswetgeving en Covid-19: het bos en de bomen



Met de overvloed aan (soms tegenstrijdige) informatie over Covid-19, verliezen we soms de essentie uit het oog. Dit zijn de basisregels waarmee u rekening dient te houden: de ongewijzigde  
Welzijnswet en  Codex, en het  ministerieel besluit dat de nieuwe afstandsregel invoert. Voor die laatste regel moet u dan nog nagaan of uw onderneming zich op één van de drie uitzonderingen kan beroepen.
 
Een overvloed aan (des)informatie

Was het bij aanvang van de coronacrisis zoeken naar bruikbare informatie, dan vormt het doornemen van wat op vandaag beschikbaar is omzeggens een dagtaak. Kranten en tijdschriften geven nog geen blijk van corona-moeheid, en op de website van elke overheidsdienst of organisatie kan u probleemloos elke dag een uur surfen van checklist over fiche tot FAQ.  Alleen al in de wetgevingsdatabank van Wolters Kluwer werden tot op vandaag (met inbegrip van het Europese niveau) 359 coronagerelateerde wetgevingsdocumenten gepubliceerd. Het is ronduit indrukwekkend hoe op zo’n korte tijd zoveel informatie verzameld, verwerkt en gecommuniceerd werd. Onvermijdelijk botst wie die allemaal probeert te volgen wel eens op tegenstrijdige standpunten, en wordt het zeker na de voorzichtige heropstart van de bedrijven steeds moeilijker om het allemaal nog te capteren. In deze bijdrage keren wij terug naar de basis: welke wetteksten zijn vandaag relevant voor preventieadviseurs en wat is werkelijk de essentie ervan? We proberen in het Covid-19 bos opnieuw de bomen zichtbaar te maken.

Welzijnswet en Codex

Een eerste vaststelling mag laconiek klinken, ze is minstens evenzeer geruststellend. De  Welzijnswet  en de  Codex  doorstonden zonder enige wijziging de aanval door Sars-CoV-2. U leest het goed: de meest recente wijziging van de Welzijnswet dateert van 4 april 2019, de laatste aanpassing van de Codex van 12 januari 2020, tijdstippen waarop niemand van ons kon vermoeden waar Sars-CoV-2 voor stond. De twee fundamenten van ons welzijnsrecht bleven dus intact. U kunt en moet ze dan ook onverminderd en onverkort blijven toepassen. Wel grondig veranderd is de feitelijke context waarin u dit moet doen. Wij maakten niet eerder een pandemie mee en het risico op besmetting vereist een update van zowel uw risicoanalyses als de eruit voortspruitende preventiemaatregelen. Methodiek en volgorde daarvan blijven evenwel volstrekt ongewijzigd, u kan en moet probleemloos terugvallen op een wetgeving die al decennialang toegepast wordt. Het is overigens ook deze wetgeving die de basis blijft voor het handhavingsbeleid door TWW en de arbeidsauditoraten.

Artikel 5 van de Welzijnswet (algemene preventiebeginselen, middelen, bevoegdheden en verantwoordelijkheden) blijft ook in deze periode een eik in het bos van de regelgeving, een ijkpunt dat u best niet uit het oog verliest wanneer u dreigt te verdwalen in het informatiewoud. Combineer dit met  artikel I.2-6  (risicoanalyse) en I.2-11  (taken hiërarchische lijn) van de Codex en u heeft met het lezen van één A4 het overgrote deel gecapteerd van de bepalingen die de voorbije tien jaar aanleiding waren tot strafvervolging. En mocht u er toch op staan een wat jonger en voor veel bedrijven nog onbekender deel van de welzijnswetgeving te verkennen, ga dan even op stap door  boek VII van de Codex, waarin de regelgeving vervat zit rond de biologische agentia. Besef vooral dat u met de kennis en vooral de naleving van deze bepalingen eigenlijk reeds de essentie in handen heeft van het welzijnsrecht. Ook en zelfs vooral in deze bijzondere tijden.

De afstandsregel: impliciet in de welzijnswetgeving geïncorporeerd

Echt nieuw in de regelgeving is het ministerieel besluit(MB) van 23 maart 2020, inmiddels reeds vijfmaal gewijzigd (een geconsolideerde versie kan u hier vinden). Dit MB werd genomen in het kader van de volksgezondheid en wijzigt de welzijnswetgeving niet. Formeel zou dat overigens niet kunnen: een MB kan onmogelijk een wet of koninklijk besluit wijzigen. Waar de welzijnswetgeving in essentie toepassing vindt op alle werknemers en werkgevers, geldt het MB voor alle burgers. En dus met inbegrip van alle werknemers en werkgevers, hoor ik u denken. Het college van procureurs-generaal verwoordt dit op zijn manier: ‘men kan dus stellen dat de genomen maatregelen tegen COVID-19 zonder meer in de welzijnswet werden geïncorporeerd’ (Col. 06/2020). Formeel doet dit de wenkbrauwen fronsen, maar in zijn finaliteit is het wel een correcte vaststelling. Pragmatisch kan u er van uitgaan dat de in het MB opgenomen maatregelen berusten op een door de overheid uitgevoerde generieke risicoanalyse en dus meteen ook de even generieke preventiemaatregelen bevatten die u binnen uw bedrijf moet implementeren. Actueel gelden deze tot en met 7 juni 2020 (art. 13 MB), maar redelijkerwijze mag aangenomen dat zeker de kern ervan op dat ogenblik hernomen zal worden.

Tot zijn essentie herleid bevat het MB maar één preventiemaatregel die relevant is in de bedrijfscontext: maatregelen moeten worden genomen om het behoud van minstens 1,5 meter afstand tussen elke persoon te garanderen (artikel 8bis MB).

Uitzonderingen op de afstandsregel

Het MB laat op deze regel meteen drie uitzonderingen toe:

  1. ondernemingen van de cruciale sectoren en de essentiële diensten en hun essentiële contractanten zijn er enkel toe gehouden de afstandsmaatregel in de mate van het mogelijke toe te passen. Indien zij hun activiteiten niet hebben onderbroken en de nodige veiligheidsmaatregelen hebben genomen kunnen zij voortaan de generieke gids als inspiratiebron gebruiken (art. 3 MB). Welke ondernemingen precies tot deze categorie behoren blijkt uit de bijlage tot het MB.
  2. andere ondernemingen moeten principieel de afstandsregel naleven en passende preventiemaatregelen nemen om de toepassing ervan te garanderen, maar indien dit niet mogelijk is moeten zij een gelijkwaardig niveau van bescherming bieden. Hiermee worden de maatregelen bedoeld zoals bepaald in de generieke gids, aangevuld met richtlijnen op sectoraal en/of ondernemingsniveau (art. 2, § 2 MB).
  3. de afstandsmaatregel vindt geen toepassing op de personen die onder hetzelfde dak wonen (art. 8bis MB). Bloed- of aanverwantschap vormt daarbij geen vereiste en een groep werknemers die samenwonen moeten dus evenmin rekening houden met de afstandsregel
Focus op de essentie

Wanneer we abstractie maken van de specifieke regels voor de kleinhandel, waar voor een steeds verder afnemende lijst van bedrijven nog een verplichte sluiting geldt, zijn dit dus de basisregels waarmee u rekening dient te houden: de ongewijzigde Welzijnswet en Codex, en de nieuwe afstandsregel. Voor die laatste regel moet u dan nog nagaan of uw onderneming zich op één van de drie uitzonderingen kan beroepen.


(illustratie uit de generiek gids van FOD WASO)
 

Auteur: Chris Persyn - Cautius

Gepubliceerd op 19-05-2020

  108