Werken bij warm weer: een opfrissing

Als het te warm wordt op het werk, hebben werknemers recht op een aantal beschermende maatregelen. Gezien de temperatuur van de laatste dagen, volgt hier een korte opfrissing.

Gepubliceerd op 18-07-2018

Algemeen kader

De regels over het werken bij hoge omgevingstemperaturen zijn terug te vinden in codex V.1 “Thermische omgevingsfactoren”. De werkgever moet een risicoanalyse uitvoeren van de thermische omgevingsfactoren, waarbij hij rekening moet houden met verschillende factoren, zoals de luchttemperatuur en de relatieve luchtvochtigheid (zie codex art. V.1-1). Op grond van de risicoanalyse moet de werkgever gepaste preventiemaatregelen nemen (codex art. V.1-2). Hierbij moet rekening gehouden worden met de actiewaarden vermeld in codex art. V.1-3. Wanneer de heersende temperaturen de actiewaarden kunnen overschrijden, gaat de werkgever, op grond van de risicoanalyse, vooraf over tot de opstelling van een programma van technische en organisatorische maatregelen om de blootstelling aan warmte, en de daaruit vloeiende risico's te voorkomen of tot een minimum te beperken (codex art. V.1-4).

Actiewaarden?

Eerst een misverstand uit de wereld helpen: met een gewone thermometer kan je nooit te weten komen of het al dan niet te warm is op het werk. De temperatuur moet gemeten worden met een zogenaamde “vochtige globethermometer”. Die meetmethode noemt men: WBGT (wet bulb globe temperature). Deze houdt niet enkel rekening met de luchttemperatuur maar ook met de vochtigheidsgraad van de lucht en de tocht. Daarom geeft deze meestal een waarde aan die 5 tot zelfs 10 graden Celsius lager ligt dan een gewone thermometer.

Hoe droger de lucht, hoe heter het moet zijn om de maximale WBGT-waarden te overschrijden. Voorbeeld: de drempelwaarde voor werknemers die lichte of zeer lichte arbeid verrichten, is bepaald op 29 WBGT. Dit komt overeen met een luchttemperatuur van 29°C, aan een luchtvochtigheid van 100%. Zit de luchtvochtigheid rond de 75%, dan moet de luchttemperatuur al 31 à 32°C bedragen om aan 29 WBGT te komen.

Voor de blootstelling aan warmte, worden de actiewaarden voor blootstelling vastgesteld uitgaande van de WBGT-index in functie van de fysieke werkbelasting.

De waarde van deze index mag niet hoger zijn dan (codex art. V.1-3):

Soort werk Werkbelasting (definitie zie codex art. V.1-1, §1, 5°) max WGBT-waarde
Licht of zeer licht werk Tot 234 watt 29
Halfzwaar werk 235-360 watt 26
Zwaar werk 361-468 watt 22
Zeer zwaar werk  >468 watt 18

 

Heeft u geen 'vochtige globethermometer'? Geen nood. Op de website van de FOD WASO vindt u WBGT berekeningstabellen. Met deze tabellen kunt u de omrekening doen door een gewone thermometer in combinatie met een vochtigheidsmeter te gebruiken. Voor de meeste situaties kunt u zo al heel erg in de buurt komen van het resultaat met de officiële methode.

Maatregelen

Als de actiewaarden worden overschreden, moet de werkgever een aantal maatregelen nemen om de blootstelling aan warmte en de daaruit voortvloeiende risico’s proberen te voorkomen of te beperken tot een minimum. Om te beginnen voert de werkgever het programma van technische en organisatorische maatregelen uit. 

Verder moet de werkgever de maatregelen beschreven in codex art. V.1-11 en codex art. V.1-12 uitvoeren: 

  • beschermingsmiddelen (zonnescherm, hoofddeksel,…) ter beschikking stellen van werknemers die aan rechtstreekse zonnestraling worden blootgesteld;
  • gratis aangepaste verfrissende dranken verstrekken;
  • binnen de 48 uur toestellen installeren voor kunstmatige verluchting;
  • rusttijden invoeren indien de overschrijding langer dan 48 uren aanhoudt.

De rusttijden kunt u bepalen op basis van de normen NBN EN ISO 7243, NBN EN ISO 7933 of NBN EN ISO 9886 of op voorstel van de arbeidsgeneesheer. Indien dit niet kan wordt deze afwisseling vstgesteld overeenkomstig de bepalingen van een bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in het paritair comité waaronder de werkgever ressorteert. Indien er niets voorhanden is, dan past u onderstaande tabel toe (codex bijlage V.1-1):
 

Afwisseling in het werk WBGT-waarden
  Licht werk Halfzwaar werk Zwaar werk Zeer zwaar werk
45 min werk - 15 min rust 29,5 27 23 19
30 min werk - 30 min rust 30 28 24,5 21


Als bij licht werk de WBGT-waarde gelijk of hoger is dan 29,5, dan moet er per uur 15 minuten gerust worden. Indien de WBGT-waarde gelijk of hoger is dan 30, dan moet er 30 minuten gerust worden per uur. Rusten doet men best in een ruimte waar de temperatuur lager is.

Bijvoorbeeld als op een zomerdag de relatieve vochtigheid ongeveer 60 % is en de verwachte maximumtemperatuur tot 30 °C kan oplopen, heeft u een WBGT van 26 en moet u alleen voor zwaar of zeer zwaar werk rustpauzes invoeren.
 

Tot slot

Ozon

Bij aanhoudend warm weer treden er ook dikwijls verhoogde ozonconcentraties op. Voor ozon geldt een alarmdrempel van 240 µg/m3. Ozonconcentraties kunnen op de website van de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu (IRCEL-CELINE) worden geconsulteerd. Overschrijding van de informatiedrempel (180 µg/m3) wordt bovendien via de media aan de bevolking gemeld.

Hoge ozonconcentraties in de lucht kunnen gezondheidsproblemen veroorzaken. Deze problemen worden ernstiger bij;

  • een toenemend ozongehalte in de lucht;
  • langere blootstelling;
  • gevoelige personen;
  • lichamelijke inspanningen.


Over de bescherming tegen ozon van klimatologische oorsprong zijn in de arbeidsreglementering geen afzonderlijke bepalingen opgenomen. Dit wil niet zeggen dat de werkgever geen maatregelen moet treffen. Blootstelling aan ozon van klimatologische oorsprong dient beschouwd te worden als een arbeidsrisico waartegen preventieve maatregelen moeten worden voorzien. Deze maatregelen moeten zich vooral richten tot werknemers die in open lucht werken, omdat de ozonconcentratie binnenshuis beduidend lager is dan buitenshuis.

Er moet aandacht besteed worden aan bijzonder gevoelige risicogroepen (‘responders’, werknemers met ademhalingsproblemen, werknemers met cardiovasculaire belasting, zwangere werkneemsters en oudere werknemers).

De beste bescherming wordt geboden door organisatorische maatregelen, zoals bijvoorbeeld:

  • zware lichamelijke arbeid enkel tijdens de achtend of voormiddag verrichten, omdat de ozonconcentraties dan het laagst zijn; 
  • overwerk vermijden;
  • lichtere arbeid verrichten zodat het ademvolume en de ingeademde dosis ozon verminderen;
  • binnen of in de schaduw i.p.v. buiten werken;
  • rustpauzes binnenshuis voorzien;
  • extra belasting door andere prikkelende stoffen vermijden;
  • werkplaatsen in open lucht met een zonnedak afschermen.

Meer informatie inzake ozon vindt u terug in het federaal plan hitte- en ozonpieken.

Meer informatie op senTRAL:

- Codex V.1, Thermische omgevingsfactoren
- Arbeidsklimaat en thermische omgevingsfactoren (Thematische fiche) 

 


Bronnen: 
-SD Worx, Eindelijk te heet om te werken?, 3 juli 2015
-FOD WASO, Hoge temperaturen op het werk, 24 mei 2017
-FOD WASO, Rechten van werknemers bij warm weer
-Jobat, Wanneer is het te warm om te werken, 22 juni 2017

  218