Veiligheid

Werken in de koude

Lage temperaturen kunnen negatieve gevolgen hebben voor het werk. Wat zijn de wettelijke grenzen en onder welke temperaturen mag men niet meer werken?
 

Effecten van koude

Arbeidsongevallen die verband houden met koude zijn erg divers van aard. Sommige ongevallen zijn het directe gevolg van blootstelling aan koude, andere worden indirect veroorzaakt door werken in een koude omgeving (uitglijden, risico’s door een verminderde behendigheid, enz.).

In het eerste geval zijn de stoornissen te wijten aan koude van lokale of algemene aard. Dit gaat van een eenvoudige verstijving tot onderkoeling. Onderkoeling ontstaat bijvoorbeeld wanneer men niet meer in staat is om de eigen lichaamstemperatuur te regelen, met gevolgen die dramatisch kunnen zijn: bewustzijnsverlies, coma, overlijden.

Temperatuur verschilt naargelang het soort werk

Lage temperaturen bemoeilijken het werk. De minimale temperatuur waarbij nog gewerkt kan worden, is afhankelijk van de aard van het werk: administratief werk of zware handenarbeid. De wetgeving houdt hier rekening mee. Voor werk in gesloten en doorlopend bezette ruimtes zijn de minimumtemperaturen wettelijk vastgelegd, rekening houdend met de fysieke werkbelasting:
  • zeer licht: 18°C
  • licht: 16°C
  • halfzwaar: 14°C
  • zwaar: 12°C
  • zeer zwaar: 10°C
Deze temperaturen meet men met een gewone droge thermometer.
De arbeidsgeneesheer bepaalt welke maatregelen men moet nemen om de werknemers tegen de koude te beschermen. Hij geeft ook voorafgaand advies over de keuze en het gebruik van collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen en over de rusttijden en het gebruik van ontspanningsruimtes.

Lokalen waar men niet permanent moet werken

In lokalen waar men niet permanent moet werken is het onder de volgende voorwaarden toch toegestaan daar in koudere temperaturen te werken:
  • na advies van de arbeidsgeneesheer en met het akkoord van het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk;
  • de werknemers moeten zich regelmatig zich kunnen opwarmen in een verwarmd lokaal;
  • ze moeten de gepaste beschermingsmiddelen krijgen.
 

Open werklokalen of werkplaatsen in open lucht

In open werklokalen of werkplaatsen in open lucht moeten de bedrijven tussen 1 november en 1 maart voldoende verwarmingsinrichtingen voorzien. Die moet men in werking stellen als dit nodig is en telkens wanneer het kouder is dan 5°C. In diezelfde omstandigheden moet men ook warme dranken verstrekken. Eventueel, mits akkoord van het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk, kunnen de verwarmingstoestellen zich binnen bevinden, zodat de werknemers zich er regelmatig kunnen gaan opwarmen.

Winkelbanken in open lucht

Een bijzonder geval zijn de winkelbanken in open lucht. Bij een buitentemperatuur van minder dan 5°C is het voor de uitbaters van winkels voor detailverkoop absoluut verboden personeel te werk te stellen aan toon- of winkelbanken die zich buiten of in de onmiddellijke nabijheid van de winkel bevinden. Is de temperatuur tussen 5°C en 10°C, dan mag er onder bepaalde voorwaarden maximaal 4 uur per dag aan winkelbanken in open lucht worden gewerkt.

Meer info op senTRAL:

Arbeidsklimaat - Preventiemaatregelen: werken in de koude
Arbeidsklimaat - Evaluatie van overmatige koude
Gezondheidseffecten van overmatige koude

 

 

Gepubliceerd op 05-02-2016

  177