Veiligheid

Zes Europese bevindingen over welzijn op het werk

Het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) heeft een selectie van de belangrijkste bevindingen van ‘Esener-2’, de tweede editie van de Europese enquête naar nieuwe en opkomende risico's, gepubliceerd.

Enquête

Bijna 50 000 bedrijven in heel Europa werden ondervraagd over verschillende aspecten van veiligheid en gezondheid op het werk, met nadruk op psychosociale risico's en het beheer van veiligheid en gezondheid op het werk.
 
De respondenten gaven antwoord op vragen over de grootste risicofactoren in hun bedrijf en meldden hoe en waarom zij met deze factoren omgaan alsook hoe zij barrières voor preventie vaststellen.
 
Europese werkplaatsen evolueren continu door de economische en sociale trends. Met elke nieuws situatie staat de werkgever voor nieuwe uitdagingen om het veiligheids- en gezondheidsniveau in de onderneming op peil te houden. De resultaten van de enquête leveren interessante inzichten op over dit soort evoluties.  We geven een kort overzicht van de belangrijkste bevindingen.

Een verouderde samenleving

21% van de respondenten geeft aan dat 55-plussers meer dan een kwart van het personeelbestand vertegenwoordigen. Landen met de meeste oudere werknemers zijn: Zweden (36%), Letland (32%) en Estland (30%). In Malta en Griekenland werken het laagst aantal ouderen (resp. 9 en 10%).
 

Thuiswerken

13 % van de Europese werkgevers laten hun werknemers van thuis uit werken op regelmatige basis. Nederland is koploper (26%), gevolgd door Denemarken (24%). Thuiswerken komt het minst voor in Italië (4%) en Cyprus (5%).

Taalbarrière

6% van de Europese werkgevers geeft aan dat ze werknemers tewerkstellen die problemen hebben met het begrijpen en spreken van de gesproken taal in de onderneming.

Dienstensector blijft groeien, alsook de daarbij horende psychosociale risico’s

In Europa groeit de focus nog steeds op tewerkstelling in de dienstensector. Dit zorgt voor een toename in risico’s op het vlak van moeilijke klanten, leerlingen of patiënten (58%), vermoeiende of pijnlijke werkhoudingen (56%) en repetitieve hand- of armbewegingen.
 
Europese werkgevers vinden het aanpakken van psychosociale risico’s een grotere uitdaging dan het beheren van andere risico’s. Bijna 1 op 5 werkgever geeft aan dat ze te maken krijgen met moeilijke klanten en tijdsdruk omdat ze over onvoldoende informatie of tools beschikken om dit risico effectief aan te pakken.
 
55% van de werkgevers met dit probleem en 20 of meer werknemers, zeggen dat ze een procedure opgesteld hebben om met moeilijke klanten, patiënten of andere externen te leren omgaan. Als we enkel de onderwijs -, gezondheid,  en de sociale sector in rekening brengen, stijgt dat aantal zelfs tot 72%.
 
Nochtans voorziet slechts 16% van alle werkgevers in de EU een psycholoog of vertrouwenspersoon waar de werknemers terecht kunnen met psychosociale problemen. Er bestaat wel een groot verschil tussen de lidstaten onderling: in Zweden voorziet 60% van de werkgevers een psycholoog.  Ook België doet het daar niet slecht, in de lijst met “gebruik van een psycholoog (intern of extern)” behaalt België een vijfde plaats.

Risicobeoordeling

76% van de ondervraagde werkgevers voeren regelmatig risicobeoordelingen uit. 90% daarvan beschouwen risicobeoordelingen als een waardevol instrument bij het beheren van veiligheid en gezondheid op het werk.
 
Er bestaan significante verschillen tussen de landen als het gaat over het intern uitvoeren van risicobeoordelingen. In Denemarken voert 76% van de werkgevers de risicobeoordeling uit met een interne medewerker. In het Verenigd Koninkrijk bedraagt het 68% en in Zweden 66% van de werkgevers. In Slovenië, Kroatië en Spanje laat slechts een minderheid van de werkgevers de risicobeoordeling intern uitvoeren (resp. 7, 9 en 11%).
 
Dit verschil komt door de verschillen in wettelijke verplichtingen. Toch raadt het Agentschap EU-OSHA elke werkgever in de EU aan om minstens een basisrisicobeoordeling door het eigen personeel te laten uitvoeren.
 
24% van de werkgevers voert niet regelmatig een risicobeoordeling uit. Zij geven als hoofdreden op dat de risico’s en de gevaren in hun onderneming al voldoende gekend zijn (83%). 80% stelt dat er geen grote problemen zijn. De vraag is of deze ondernemingen werkelijk met minder risico’s geconfronteerd worden, of dat ze zich niet voldoende bewust zijn van de bestaande risico’s. De onderzoekers ondervinden echter uit de resultaten dat het vooral kleine ondernemingen zijn die minder risicobeoordelingen uitvoeren dan de grote spelers, omdat ze de procedure te zwaar vinden.

Motieven voor preventie

De werkgevers gaven twee grote motieven aan waarom zij een preventiebeleid uitvoeren: omdat het wettelijk verplicht is (85%) en omdat de werkgever de verwachtingen van de werknemers wil inlossen (81%). Een klein deel van de werkgevers, vooral van de nieuwere EU-leden,  zagen preventie ook als een middel om hun imago te verbeteren.  Vier op vijf onderneming geeft aan dat ze bij hun risicobeoordeling de werknemers betrekken. 

Voorlopge resultaten 

Dit zijn de eerste resultaten. Het rapport geeft tot slot aan: “The report is a first look into the Esener-2 findings, and conclusions should be interpreted with caution.” De definitieve resultaten worden verwacht in de loop van het jaar.


 

Gepubliceerd op 19-02-2015

  37